AMSTERDAM - Enkele bekende goede doelen-organisaties in Nederland hebben gezamenlijk honderden miljoenen aan eigen vermogen. De zes rijkste liefdadigheidsfondsen bezitten 1100 miljoen gulden (500 miljoen euro) die vrij besteedbaar zijn voor het goede doel.
Maar de organisaties potten het liever op, in afwachting van slechtere tijden. Het geld is vooral in obligaties belegd. Gemiddeld een derde is in aandelen gestopt, een veel risicovoller belegging.
De zes fondsen (kankerbestrijding, Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij, Natuurmonumenten, het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Rode Kruis en het Leger des Heils) bezitten gezamenlijk 1577 miljoen gulden (716 miljoen euro). Bij de zes ligt een deel van het geld vast in bijvoorbeeld gebouwen, maar bijna 1,1 miljard gulden zou kunnen worden besteed aan de doelstelling van de organisaties.
Dit blijkt uit een inventarisatie van het Centraal Bureau Fondswerving in Amsterdam. Het bureau beoordeelt goede doelen in Nederland en verleent een keurmerk (het CBF-keur) aan instellingen die voldoen aan een reeks van eisen. Onder meer mogen de kosten voor het inzamelen van geld niet hoger zijn dan een kwart van het totaal aan inkomsten uit fondsenwerving.
Voor het eerst heeft het 75-jarige CBF de jaarcijfers van keurmerkhouders ook bekeken op gegevens over het eigen vermogen. Verreweg de meeste goede doelen in Nederland hebben slechts een bescheiden eigen vermogen, vaak niet meer dan enkele maanden aan uitgaven. Opgeteld beschikten de 128 keurmerkhouders vorig jaar gezamenlijk over ruim 2,6 miljard (1,1 miljard euro) aan eigen vermogen. Daarvan is 800 miljoen (363 miljoen euro) vastgelegd - bijvoorbeeld in gebouwen of materiaal. De rest - 1800 miljoen (817 miljoen euro) - is vrij besteedbaar. Bijna tweederde van dat bedrag ligt dus in de kluizen van de zes rijkste fondsen. De meeste instellingen kiezen ervoor dit geld achter de hand te houden, vooral als buffer voor magere jaren. Het CBF geeft geen waardeoordeel over de bezitvorming van de goede doelen. ,,Er is geen norm voor een maximum aan eigen vermogen'', zegt CBF-directeur J. Zwartjes. ,,Het beleid wordt door de instellingen zelf bepaald. Het enige dat wij verlangen is dat de instellingen met het CBF-keurmerk hun beleid over omvang en reden van het eigen vermogen verwoorden in het jaarverslag.''
De Vereniging van Fondsverwervende Instellingen (VFI), branche-organisatie van zestig goede doelen, werkt inmiddels wel aan een plan om afspraken te maken over de maximum hoogte van het vrij besteedbare eigen vermogen. Volgende maand wordt aan de leden voorgesteld een onderzoek te doen naar normering van het spaarsaldo. VFI-voorzitter P. Beerkens, directeur van de Nierstichting (met een vrij besteedbaar vermogen 29 miljoen): ,,De vraag naar de hoogte van de eigen vermogens keert telkens terug. Wij vinden dat onze financiƫn helder en toetsbaar moeten zijn. Daarom is het goed als we ook afspraken gaan maken over de hoogte van vrij besteedbare vermogens.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.