*

 
dossier

Archief

Een samenleving vol geweld

Ton Crijnen − 08/01/00, 00:00

,,Nergens zijn de sociale tegenstellingen zo groot als bij ons. Nergens wordt er openlijker gediscrimineerd. Nergens ook zijn mensen van huis uit zo gewelddadig.'' Recente uitspraken van Israel Batista, secretaris van de Latijns-Amerikaanse raad van kerken. Zijn conclusie: ,,Protestanten en katholieken staan voor een klus die veel moeilijker te klaren valt dan hun eerdere strijd tegen politieke dictaturen.''

Hij vraagt: ,,Ken je die over Genesis?'' En zonder het antwoord af te wachten: ,,Toen God de aarde aan het scheppen was verbaasde Gabriel zich over de gulheid die zijn Baas bij het creëren van Latijns-Amerika aan de dag legde. 'Waarom', zo informeerde de aartsengel, 'trekt U dit gebied zo voor? Al die prachtige meren, rivieren, bergen, bossen, dat mooie weer, die vruchtbare grond, die overvloed aan natuurlijke hulpbronnen -dat is toch oneerlijk tegenover de rest van de wereld'? En God antwoordde: 'Wacht maar totdat je ziet welk soort mensen ik er neerzet.''

Methodistenpredikant Israel Batista idealiseert zijn mede-Latijns-Amerikanen niet. Ook niet tegenover bezoekende Europeanen. ,,We zijn een stelletje gewelddadige gekken.''

Ds. Batista, Cubaan van geboorte, is secretaris-generaal van de Clai (Consejo Latinoamericano de Iglesias), de Latijns-Amerikaanse raad van kerken. Daarbij zijn 150 protestantse kerkgenootschappen aangesloten. ,,Nee, helaas niet de evangelicalen, met hen zijn de contacten al even stroef als met de rooms-katholieken.''

Op grond van zijn functie is Batista behalve van de religieuze ontwikkelingen ook goed op de hoogte van de situatie op politiek, sociaal en economisch gebied in dit deel van de wereld, waar een half miljard mensen wonen, de helft jonger dan 25 jaar. Hij koestert weinig illusies: ,,Weliswaar lijkt de periode van openlijk staatsgeweld voorbij, maar de meer verborgen, structurele geweldsvarianten overwoekeren als klimplanten de hele samenleving.''

Om nadere uitleg gevraagd: ,,In landen als Haïti, El Salvador, Paraguay, Chili en Argentinië hebben de dictaturen plaats gemaakt voor systemen die ogenschijnlijk veel weg hebben van democratieën. Zo houdt men er regelmatig verkiezingen. Dat betekent echter niet dat het volk nu wel wat te zeggen heeft. Nog steeds maakt een politieke, militaire en economische elite in bijna heel Latijns-Amerika de dienst uit. Corruptie, vriendjespolitiek en inefficiënt bestuur zijn het gevolg. Net als torenhoge staatsschulden, een slecht functionerende justitie- en politieapparaat en een stuitend ongelijke verdeling van de welvaart.''

De Clai-secretaris legt uit dat vijf procent van de bevolking een kwart van alle rijkdom op het continent in handen heeft, terwijl de allerarmsten (ruim dertig procent van de Latijns-Amerikanen) amper eentiende van het nationaal inkomen bezitten.

Batista: ,,Die discrepantie verhindert het ontstaan van een echte democratie en breekt de morele ruggengraat van de samenleving. Bij ons leven rijk en arm totaal langs elkaar heen, als woonden ze op verschillende planeten.''

Hoewel de situatie op macro-economisch gebied in veel Latijns-Amerikaanse landen de laatste tien jaar verbeterd is -Batista: 'de boom lijkt overigens alweer voorbij'- merkt men er op microniveau weinig van. Zo steeg in een land als Argentinië de economie tussen 1991 en 1994 met zeven procent, maar door het privatiseren van overheidsbedrijven nam het aantal werkelozen alleen maar toe.

Batista: ,,Hoogstens eenvijfde van alle Midden- en Zuid-Amerikanen leidt een leven dat qua welstand op hetzelfde niveau (of hoger) ligt als dat in West-Europa. De rest zit daar onder. Met name de grote massa arbeiders en boeren heeft het slecht. Die mensen wonen in ongezonde, overvolle sloppenwijken of in krotten op het platteland en worden gemangeld door het genadeloos soort neoliberalisme dat hier het economisch denken beheerst. Dat leidt tot grote werkeloosheid, holt de rechten van werknemers verder uit en drijft de boeren tot wanhoop.''

,,Behalve in verkiezingstijd, wanneer alle politici gouden bergen beloven, schenkt bij ons het merendeel van de lokale en landelijke overheden geen aandacht aan de noden van het volk. Zeker niet als het om groepen gaat die niet of moeilijk voor zichzelf kunnen opkomen: gehandicapten, bejaarden, vrouwen, zwarten, Indianen. Die desinteresse voor de sociaal zwakkeren valt wat mij betreft rechtreeks onder de noemer 'economisch geweld.''

,,Een andere vorm van onuitroeibaar geweld is die welke plaatsvindt in de beslotenheid van het eigen huis. Vaak heeft die een sociale achtergrond: dronken of gedrogeerde mannen vieren binnenshuis hun frustraties bot -gevolg van armoede, werkloosheid of juist onmenselijk hard werken. Vrouwen, kinderen, bejaarden én dieren zijn er het slachtoffer van. Ook verkrachting binnen het huwelijk en seksueel misbruik van jonge kinderen komen veel voor.''

,,Justitie en politie doen niets. Zeker niet als het om vrouwen gaat. In een machomaatschappij waar men het gewoon vindt dat zelfs een gehoor dat hoofdzakelijk uit dames bestaat door de spreker met 'señores' (mijne heren) wordt aangeduid, hoeven mishandelde of verkrachte vrouwen niet op begrip te rekenen.''

In de Latijns-Amerikaanse samenleving zit, vertelt Batista, toch al veel agressie. Voor het minste of geringste slaat men er op los, trekt men een mes of haalt de trekker over. Zo vielen onlangs in Guatemala in zes weken tijd acht doden, als gevolg van onbenullige ruzies over parkeerplaatsen. En in landen als Brazilië en Venezuela ligt het aantal geweldsdelicten twee tot drie keer zo hoog als in de VS, toch evenmin een oase van geweldloosheid.

Het toegenomen geweld hangt er volgens Batista mee samen dat er in Latijns-Amerika veel oud-militairen, paramilitairen en ex-guerrilleros werkloos rondlopen. ,,Die hebben nooit iets anders gedaan dan vechten en zijn lastig in de samenleving op te nemen. Zeker als overheden niet of nauwelijks bereid zijn te helpen.''

En dan is er nog het culturele geweld waarvan Indianen en vooral zwarten het slachtoffer zijn. Ds. Batista: ,,Nergens worden culturele minderheden met zo'n schokkende vanzelfsprekendheid gediscrimineerd als hier. Natuurlijk, ook in Europa zijn minderheden vaak het kind van de rekening, maar bij jullie heerst tenminste nog het besef dat discrimineren eigenlijk niet mag. Bij ons ontbreekt dat inzicht vrijwel geheel. Discriminatie vormt een onderdeel van de Latijns-Amerikaanse cultuur die we hebben geërfd van onze Spaanse voorouders.''

De Clai werkt aan een verklaring over discriminatie. Want, legt Batista uit, ,,in Latijns-Amerika begint discriminatie al bij het taalgebruik. Neem de omschrijving 'Indiaan'. Dat is hier een algemeen gebruikt scheldwoord. Toen de taxi waarin ik van het vliegveld naar het centrum van Bogota reed vast kwam te zitten in een onoverzichtelijke file, foeterde de chauffeur: 'Wat een Indianen!' We zullen misschien nog een eeuw nodig hebben voordat dit soort denken is uitgebannen.''

Resumerend constateert Batista dat de kerken in Latijns-Amerika moeite hebben om alle vormen van structureel geweld te onderkennen. Sinds de jaren zeventig hebben ze geleerd snel te reageren op openlijk, politiek geweld. Maar intussen zijn andere, diffusere vormen van geweld veel acuter en gevaarlijker geworden. Dat vraagt van iedere kerk een omslag in denken en doen. De Clai-secretaris: ,,Een geweldige klus waar we nog lang niet mee klaar zijn.''

mailIcon print |