*

 
dossier

Archief

Scheermesjes, seks, ratten

door Véronique Vasseur − 29/01/00, 00:00

In Frankrijk is grote opschudding ontstaan na de publicatie in Le Monde van passages uit een boek waarin de gevangenisarts Véronique Vasseur de wantoestanden beschrijft in de Parijse gevangenis La Santé. 'Ik herinner me een ventje van eenentwintig, voor het eerst in de bak, die ongelukkigerwijze geplaatst werd in een cel met twee potige binken. Het werd een spoedgeval: hij had een gescheurd rectum en plaste bloed. Hij was 's nachts door zijn ene medegevangene, die seropositief was, verkracht, terwijl hij door de andere werd vastgehouden.' Links gedeelten uit het verhaal van Vasseur. Rechts een diagnose van Samuel de Lange.

Eerste nachtdienst alleen. Ik begin de gevangenen te herkennen. 'Let op', zeggen de bewakers, 'ze hebben het elkaar allemaal doorverteld: u gaat een moeilijke nacht krijgen'.

Een gevangene komt binnen. Hij heeft een grote etterbuil aan zijn hand. Natuurlijk heb ik niks bij me: geen lancet om hem door te prikken. Ik pak een hechtnaald; hij lijkt totaal buiten zichzelf. Omdat ik het zelf ook in mijn broek doe, zegt hij me: 'Ik ben een man'. Alsof ik dat niet doorhad! Er kruipen kakkerlakken door de ziekenboeg; ze wandelen zelfs rond op en om de potten met ontsmettingsmiddel: ik ben bang er eentje in mijn hand fijn te knijpen. Aan het einde van het consult vraagt de man me of hij morgen mag terugkomen. Hij heeft behoefte aan geruststelling. Hij is radeloos, en ik ook.

Ik word opgeroepen voor een aantal drugsverslaafden met onthoudingsverschijnselen die uit het huis van bewaring komen, waar ze de afgelopen twee dagen geen enkele verlichtende behandeling hebben gehad. Trillend, terneergeslagen, blootsvoets in schoenen zonder veters, hun broek zonder riem met de hand ophoudend - ze zien er erbarmelijk uit. Om twee uur 's nachts word ik gewekt: een gevangene met een epilepsie-aanval. Na een wirwar van tamelijk smerige trappen bevind ik me in een cel met zeven bewakers en vier gevangenen. We zijn met zijn twaalven op tien vierkante meter, ik vind zelfs geen plek om mijn koffer neer te zetten. Een zwak peertje verlicht de ruimte; ik kan de namen van de medicijnen op de flesjes niet lezen, ik zie absoluut niets. De gevangene in kwestie ligt op de grond, trillend over alle ledematen: op handen en voeten moet ik hem onderzoeken. In de algehele paniek verlies ik een oorbel; op de tast probeer ik die terug te vinden. Uiteindelijk vind ik de goede medicijnen, plus mijn oorbel, en komt alles nog goed!

Men wijst me een stevige man, een Malinees die zegt dat hij Amerikaan is. Hij ziet er totaal geschift uit en heeft zojuist de hand van een bewaker gebroken. Hij zit geheel naakt in een compleet lege isoleercel zijn eigen poep te eten. Ik ben verbijsterd. Een andere gevangene is erg nerveus. Hij beweert scheermesjes te hebben ingeslikt. Ik breng een kalmeringsmiddel dat de bewaker hem door de tralies heen in de mond propt. De eerste nacht is inderdaad een lange. Het lukt me niet te slapen: die verdomde telefoon aan mijn voeteneinde die elk moment kan rinkelen. Consult op consult. Voor het eerst van mijn leven heb ik vierentwintig uur in een gevangenis doorgebracht. In één dag heb ik begrepen wat het betekent om opgesloten te zijn.

Tweede dienst. In de vroege ochtend komen de gevangenen achter elkaar binnen. Ze komen uit het huis van bewaring; velen zijn door de politie in elkaar geslagen. Na dit consult voor nieuwkomers krijgen ze een cel toegewezen. Ze lopen twee aan twee, gehinderd door hun voetboeien, met een verschrikkelijk lawaai. De duiven zitten bij tientallen op de anti-suïcide-netten. Veren dwarrelen, vogelpoep valt. Je hebt bijna een paraplu nodig; het lijkt een immense volière. Heel soms dringen een paar zonnestralen door. Met mijn zwarte dokterstas wandel ik door dit onwezenlijke decor.

Ik moet bij een potige gozer komen, geweldig. Vast een bodybuilder. Zijn armen zijn zo gespierd dat het me zelfs niet lukt zijn bloeddruk op te meten. Hij heeft vijftien jaar: moord met voorbedachte rade. Hij heeft aids en is zo aardig me in te lichten, voor het geval ik hem bloed moet afnemen. De bewakers laten me een half uur met hem opgesloten. Ze hebben zelfs de deur dichtgedaan en de andere gevangenen uit de cel gehaald. Maar dat ik helemaal alleen word ingesloten met een moordenaar, al is hij nog zo aardig, stemt me toch wat sceptisch over de opvattingen betreffende veiligheid die men hier heeft.

Tijdens lunchtijd een spoedgeval: een gevangene heeft zich in de arm gesneden. Hij is erg nerveus. Ik zoek hechtingsmateriaal. Hij is seropositief en plast bloed, en zelf ben ik zo gestresst dat ik hem in alle kleuren hecht, met rode, blauwe en groene draden. Hij is tevreden, de zusters lachen erom, ik niet. Ik transpireer: ik kan dan nog zo geoefend hebben op kalkoenlappen, mensenhuid is veel moeilijker...

Nog een spoedgeval: epilepsieaanval in blok C, het Noord-Afrikanenblok en dit keer is het geen geintje. Het komt voor, hebben ze me verteld, dat spoedgevallen gesimuleerd worden, maar dit is echt. De kerel heeft zich in de tong gebeten en bloedt als een rund. Zijn mond produceert grote bubbels, zoals een pan met kokende bessenjam; op de grond een zee van bloed.

Drie uur in de ochtend: nieuw spoedgeval. De gevangene ligt als een slak opgerold in een bloedplas, helemaal naakt, achterin de cel. Hij trilt. Ik probeer in al dat bloed de wond te vinden. Er zijn acht bewakers bij: de gevangene gebaart me dichterbij te komen. Zodra ik een pas zet, volgen de bewakers. Uiteindelijk buig ik me over hem heen met de acht bewakers in mijn nek; ze lijken er niet op gebrand dat de man me iets kan zeggen. Hij fluistert me in het oor: 'Zíj hebben dit gedaan.' Is het waar? Wie moet ik geloven?

Vier uur 's ochtends: onmogelijk te slapen. De nieuwkomers: een tiental, geen van hen spreekt Frans. Doofstommenverhoor in gebarentaal.

Ik ren door de smerige gangen, vol verdachte vlekken: ontlasting, eten, allerlei beesten, dikke ratten, kakkerlakken, muizen. De brokken vallen van de muren, de tegels zijn gebroken, de waterleidingen lekken en in sommige begint zelfs wat groen te groeien. Het is één grote, vuile bouwval.

Opnieuw X die een crisis teweegbrengt. De vorige keer had hij scheermesjes ingeslikt en deze keer is het zijn bril, met glazen en al. Snel een röntgenfoto: we vinden de brillenpoten, maar niet de glazen. De scheermesjes zijn al verdwenen. De gevangenen zijn slim: de ingeslikte scheermesjes zijn tevoren omwikkeld met plakband, dat voor de röntgen onzichtbaar is en bovendien interne bloedingen voorkomt. Ze hebben een maag van beton: een kwestie van gewenning.

Het is een kleine wereld die het aan verbeelding ontbreekt: als eentje zich op een bepaalde plaats verminkt, verminkt een volgende zich een uur later op dezelfde plek. Sommigen hangen zich op, maar gelukkig komt dat minder vaak voor, want riemen, veters en dergelijke worden hun afgenomen. Het is daarentegen ongelooflijk wat ze allemaal inslikken: scheermesjes, sleutels, muntstukken, nagelknippertjes, messen, vorken, lepels, schroeven, bouten, spijkers, brillen... Soms treffen we in iemands maag een complete keukenuitrusting aan. Een gedetineerde klaagt over misselijkheid en buikpijn. Hij zegt dat hij niet meer kan eten. Een röntgenfoto, en wie schetst onze verbazing: een soeplepel ligt dwars in zijn maag, gevolgd door een vork; ter hoogte van de darm een bosje van vijf sleutels, een stuk of tien munten van 20 centime en een pakketje scheermesjes. Zoals de radioloog hem zei: 'Ik begrijp dat u geen honger heeft.'

Telefoon: een gedetineerde op de tweede verdieping is uit zijn stapelbed gevallen. Zijn knie zit op slot. Alle anderen in de cel lachen zich rot. Ik kan hem niet benaderen: bij de geringste aanraking schreeuwt hij het uit van de pijn. We binden hem vast op een brancard en takelen hem zo naar beneden. Normaal gesproken moet de brandweer dat doen, want kort geleden heeft er een drama plaatsgevonden: een brancard is in het luchtledige omgekiept en de gevangene viel te pletter, precies op de balk waaraan de veiligheidsnetten zijn gespannen. Zijn hoofd spatte uiteen.

Ik klim op de spijlen van de verwarming om op de binnenplaats te kunnen kijken. Ik ben niet de enige: iedereen staat voor het raam, want het is de wandeling van de 'specialen', de transseksuelen. Het is bloedheet. De 'dames' zijn luchtig gekleed en van verre zou je er intrappen. Sommigen liggen, in beha, te bakken in de zon. Anderen smeren elkaars rug in. De gevangenen schreeuwen grofheden vanachter hun ramen en rammen op de tralies... Een ongebruikelijk zonnebad in deze mannengevangenis. Dankzij de hitte tiert ook het ongedierte welig in de matrassen en de kerels zitten onder de bulten. Ik heb nog nooit zoveel huidziekten bij elkaar gezien.

Vanochtend alleen een huisarts die werd opgesloten vanwege het verlaten van zijn familie en zijn weigering alimentatie te betalen. Hij werd opgepakt zonder een vervanger te kunnen waarschuwen, en is nu compleet getraumatiseerd door twee dagen huis van bewaring tussen de junks en de dieven, radeloos van het vuil en de middeleeuwse toestanden, en doodsbang voor aids en sodomieterij; ik heb een cel voor hem kunnen krijgen waar hij alleen zal zijn.

Drie gevangenen hebben met messen gevochten. Ik zit tot ongeveer middernacht in het bloed. Momenteel vallen de kerels bij bosjes om van de hitte. Het moet in de cellen ongeveer 30 graden zijn. De gevangenen hebben recht op twee douches per week, in het beste geval met warm water. Sommige gevangenen zonder inkomsten en zonder relaties in de buitenwereld wassen hun kleren in de douche, en wie na hen komt moet met een koude douche genoegen nemen. Wie een extra douche wil moet aan de arts een medische reden opgeven. Alleen huidziekten worden geaccepteerd.

De Prison de la Santé is een grote wrat, een wrat met fortdikke muren doorboord met kleine raampjes. De enige gevangenis binnen Parijs. Honderdvijftig jaar geleden, toen ze gebouwd werd, was ze voorbeeldig. Een model wat betreft hygiëne, hetgeen lachwekkend overkomt als je ziet wat ervan over is. En dan die symbolische naam: de Gezondheid.

Op de hoek van de Boulevard Arago en de Rue de la Santé werden de ter dood veroordeelden vroeger publiekelijk geguillotineerd. Later deed men het binnen de muren van de gevangenis. De guillotine stond op de grootste binnenplaats. Op die plek zijn, als laatsten, Buffet en Bontemps geguillotineerd, in 1972. De aalmoezenier, de advocaat, de directeur en de gevangenisarts waren verplicht aanwezig. Op dezelfde plek zijn tijdens de Bezetting talrijke verzetstrijders gefusilleerd. Kleine herinneringsplakkettes op de buitenmuren getuigen ervan. Vele bekende kunstenaars, schrijvers, dichters en politici hebben in de Santé vastgezeten: Paul Verlaine, Rousseau le Douanier, Guillaume Apollinaire, Ahmed Ben Bella, Charles Maurras, Maurice Thorez... Het is een door fantomen bevolkte plek.

De binnenarchitectuur is mooi: grote glazen daken, zoals in een kunstenaarsatelier, die een geelachtig, moerassig licht doorlaten. Geen sprietje groen, geen plant, geen bloem, geen boom op vier hectare.

Om mijn kantoortje te bereiken moet ik eerst vijf deuren laten openmaken, voor er zelf nog eens drie open te doen. Oftewel acht deuren door, met soms aanzienlijke wachttijden, bijvoorbeeld als er een gevangene naar het Paleis van Justitie gaat of er vip-gevangenen worden verplaatst: het kan oplopen tot twintig minuten. De blik reikt nergens ver. Overal schutsluizen, hekken, deuren. De geur, wee, weerzinwekkend, komt van de maaltijd van de dag -vis of stoofpot, dat is onduidelijk - gemengd met tabaks-, zweet- en rioollucht.

De gewone cellen beslaan 10,5 vierkante meter, en herbergen drie of vier gevangenen. De muren zijn van pakpapierkleur, met een peertje van 60 watt op drie meter hoogte. Het raampje is minuscuul en er is geen luchtverversing. Gebroken tegels worden niet vervangen, om de gemeenschappelijke wc zelfs geen kamerscherm. Niet verbazingwekkend dus dat ze allemaal last hebben van constipatie. Probeer maar eens te poepen in het bijzijn van drie onbekenden! De matrassen zitten vol luizen.

In het 'cachot', vervolgens, heeft elke gedetineerde een kale en vuile cel voor zichzelf, geen ventilatie: één piepkleine en erg hoge opening, met donker glas. Je ziet haast niks. Een Turkse plee, waarvan het moeilijk is te geloven dat hij ooit schoon was. Een dikke laag mos op de grond om overdag op te pitten, een deken voor 's nachts, geen enkel meubelstuk.

Na het 'cachot', nog een hek verder: de isolatieafdeling. De gedetineerden zien er, buiten de bewakers en hun advocaat, werkelijk niemand. Ze zitten opgesloten in minuscule en koude individuele cellen, met aan de vloer vastzittende meubels. Wie, soms jaren achtereen, op een dergelijke plek zit opgesloten, krijgt onherroepelijk last van gedragsstoornissen. De geïsoleerde gedetineerden spreken van 'de witte marteling'.

Toen ik in 1992 aankwam herbergde de Santé 1800 gedetineerden. In 1999 waren het er ongeveer 1200, want men sluit tegenwoordig minder mensen op, maar wel langer. Van alle Franse gevangenissen heeft ze het hoogste percentage buitenlanders - momenteel zo'n 65 procent, merendeels uit Noord- en zwart-Afrika. Ook ontvangt de Santé alle gedetineerden wier naam begint met de laatste letters van het alfabet. Wij hebben dus alle 'X-en', dat wil zeggen alle illegalen zonder paspoort, en ook de vip's. Laatste bijzonderheid: het hoge aantal als 'bijzonder gevaarlijk' geclassificeerde gevangenen, en de terroristen.

Ik heb tranen in mijn ogen. Ik ontdek dat de gedetineerden hier arriveren per vrachtwagen, als vee opeengepakt in een soort van individuele kasten. Voordat hun vingerafdrukken en foto's worden genomen, brengt men ze naar de kelder: daar worden ze, per vier, in piepkleine getraliede kooien gestopt, waarin ze alleen rechtop kunnen staan, tegen elkaar aan gedrukt, gezonden zowel als zieken.

De dienstdoende arts is 's nachts helemaal alleen. Ons officiële statuut is dat van student. Maar geen enkele arts in de Santé is student. Allen zijn gepromoveerd, of arts-assistent. En natuurlijk zou geen enkele student zo'n zware taak op zich kunnen nemen, want je moet je in elke situatie kunnen redden. De reden is vanzelfsprekend dat we zo geheel legaal onderbetaald kunnen worden. Achthonderd franc (nog geen driehonderd gulden) per 24 uur! Je moet in de goede zaak geloven om het vol te houden.

De artsenkamer kijkt uit over de cellen: ik ben alleen met 1800 kerels...

Mijn laatste patiënt van de dag is een Noord-Afrikaanse transseksueel, nog 'onaf'. Een tamelijk verwijfd mannengezicht, excessief vrouwelijke maniertjes, geen borsten. Aanvankelijk was er enige verwarring: men zette hem niet bij de transseksuelen. Hij had een gescheurde endeldarm en al zijn medegevangenen zijn er overheen geweest. Na een verblijf in het ziekenhuis heeft men hem vervolgens, voor zijn eigen veiligheid, bij de 'specialen' gestopt. Helaas voor hem zijn de Noord-Afrikaanse transseksuelen momenteel in de minderheid en wordt het blok gedomineerd door een bende Colombianen, die zich prompt op hem hebben gestort. Voor zijn veiligheid zit hij nu in het 'cachot', maar daar kan hij psychisch niet goed tegen. Hij belaagt me vanwege een minuscule schram op het gezicht: hij is bang er een litteken aan over te houden. Ik zie hem op de dag van zijn vrijlating, verward, niet opgemaakt, wansmakelijk gekleed. Met woedende blik bijt hij me toe: 'Kijk nou in welke staat ik hier wegga!' Hij neemt het me kwalijk dat ik niet meer voor hem heb kunnen doen.

Seks is hier het object van diverse vormen van illegale handel. Er wordt een bizarre brief bij de medische dienst bezorgd, getekend 'X de smeerlap': een gevangene bekent homoseksuele praktijken en beweert dat ze wijdverbreid zijn. De directie wil er niks van weten, wil niet medeplichtig zijn aan de perversiteiten van sommigen: er is geen seks in de gevangenis, wordt er gezegd, want vrijheidsberoving betekent ook lustberoving. Niettemin is seks alomtegenwoordig. Stiekeme seks, in de spreekkamer, met het risico van het 'cachot' als je wordt gesnapt. Substitutie-seks: op een dag komt er een gevangene bij me met een uiterst geïrriteerde penis; uiteindelijk bekent hij me een gat in zijn schuimrubberen matras te hebben gemaakt dat hij als een soort opblaaspop gebruikt. Maar vooral overheersingsseks: seksualiteit is het middel waarmee de sterken macht uitoefenen over de zwakken. De jongsten en de vrouwelijksten zijn het mikpunt. Er zijn verkrachtingen, maar vele worden nooit opgebiecht, of pas veel later, uit schaamte, uit walging of uit angst voor represailles. Ik herinner me een ventje van eenentwintig, voor het eerst in de bak, die ongelukkigerwijze geplaatst werd in een cel met twee potige binken. Het werd een spoedgeval: hij had een gescheurd rectum en plaste bloed. Hij was 's nachts door zijn ene medegevangene, die seropositief was, verkracht, terwijl hij door de andere werd vastgehouden. Hij is meteen naar het ziekenhuis van Fresnes gebracht, en later naar de gevangenis in Fleury. Ik weet dat hij drie maanden later seronegatief was, en hoop dat hij dat nog steeds is. Een transseksueel vertelde me wat er 's avonds allemaal op de transseksuelenafdeling gebeurt: het is verbijsterend.

VERVOLG OP PAGINA 31

VERVOLG VAN PAGINA 30

Hij vraagt om condooms, die geef ik hem graag. Van de bewakers, beweert hij, moet hij soms midden in de nacht zijn borsten en billen laten zien, ze masturberen in zijn bijzijn. Hij moet pijpen voor zijn kantinebonnen en om toegang tot de douche te krijgen. In de gevangenis is het net als buiten, de armen hebben niets! Zonder bonnen kun je niets kopen, en álles kan hier in geld worden omgezet... Tot vrouw omgebouwde transseksuelen, met geschoren benen en grote borsten, zouden niet met mannen moeten worden opgesloten. Dat is absurd. Hij is het met me eens. Sinds er een verbod op prostitutie werd afgekondigd, is er niets veranderd. Zes maanden nadien werd een bewaker betrapt met een transseksueel. Precies wat ik aan de kaak had gesteld. Het was dus geen hersenschim, maar de werkelijkheid.

Vandaag ben ik met spoed opgeroepen om aan de collega's het ontslag aan te kondigen van een arts die in een psychose aan het raken is. Ze tekent ratten en behaarde penissen in het spoedgevallenschrift. Het meisje in kwestie, een uitstekende arts tot op heden, is begonnen te pimpelen; 's avonds vinden ze haar in compleet bezopen staat.

Vanochtend verneem ik dat een kerel zich beide polsslagaderen heeft doorgesneden en is overleden terwijl twee medegevangenen niets hebben gezien noch gehoord, uiteraard. De medegevangenen zijn doof en stom. Vandaag een bekende filmregisseur opgepakt vanwege vrouwenhandel. Hij is down en verdraagt de gevangenzetting slecht.

Een dief heeft zojuist een blikje cola in zijn gezicht gekregen; hij is een paar tanden kwijt en heeft bijtwonden in zijn armen. Een ander klaagt dat hij gedwongen werd een seropositieve te pijpen. Een ander heeft net scheermesjes ingeslikt. Routinewerk...

mailIcon print |