*

 
dossier

Archief

Smeets

Mart Smeets − 29/01/00, 00:00

Met enig plezier heb ik het gekrakeel rond de drie 'te oude scheidsrechters' gevolgd. Het mooi menselijk leed bij Jan Kardol die een aantal meters tekortkwam in de conditietest was gelijk een speelfilm. Man van vijftig wil nog graag fluiten, vindt dat hij helemaal niet te oud is voor de KNVB en beslist met twee collega's tot het gaatje te gaan: dan maar via de rechtbank.

Dan volgt de voorbereiding op D-Day. Kardol heeft een normale baan, want hij is een normale man. Ja, vijftig jaar oud, maar wat zegt dat nou? Dus traint hij in zijn vrije uurtjes door. Hij zal die rottige scheidsrechtersbazen eens even laten zien hoe het zit. Hij zweet zich door de weken heen, stopwatch in de hand; zijn omgeving lijdt met hem mee, biertje minder, vroeg naar bed, gezond eten, beter kauwen.

Bij de eerste meters op Zeist voelt Kardol het al. In de rechterbovenbeenspier zit een knikje en bij iedere bocht wordt het knikje gevoeliger. Hij vecht voor wat hij waard is, ziet zijn maten Jaap Uilenberg (49) en Wout Schaap (47) voor zich uit lopen en voelt de bui al hangen: een wreed glimlachende John B. die hem opwacht met het gezegde: ,,De 1500 meter in Sydney misschien, maar niet bij ons.''

De twee anderen halen de looptest wel en weten zich zeker van hun toekomst, want theorie is overal en altijd te doen; je moet wel een domoor zijn als ze hier niet door komen. Laat in de middag komt het eindoordeel: de twee hebben onvoldoende spelregelkennis. Een schok trekt door Zeist, andere oud-scheidsen staan zich in de bosjes te bepiesen van de lach. Te weinig spelregelkennis. Ha, ha ha.

Uilenberg en Schaap kijken beduusd. Kardol heeft pijn in zijn been en vooral zijn ziel. Leeftijd mag, zo zei Joop den Uyl toch ook nog wel eens, geen reden zijn om bekwame mensen van werk af te houden. Nou waar kletsen ze dan over? Die paar lullige meters. Onzin. De twee anderen staan de pers te woord. De vraag was waar het spel hervat werd als een speler een grensrechter in elkaar ramde. En wat de sanctie was.

Volkomen logische vraag ook. Het ontbrak er nog maar aan dat de beroemde Zeister Bos-vraag: wat doet de scheidsrechter als een loslopende hond de bal voor de doellijn tegenhoudt, niet gesteld werd. Dat hadden ze wel geweten. Scheidsrechters zijn ook mensen, weet ik me te herinneren.

In mijn sport (basketbal) waren er twee die ik fabelachtig vond. De eerste was een Hongaar. Hij heette Kasai en was slank, eerder mager en had nooit zelf gespeeld. Hij was geen atleet, eerder een stijve hark, maar hij kon fantastisch fluiten. Hij zei in diverse talen wat hij van je vond en of je een overtreding maakte of niet. Nooit werd hij belangrijker dan de wedstrijd. Tijdens een wedstrijd in Varese werd ik eens in mijn edele delen gepakt door de held van de tegenpartij, Flaborea. De Hongaar stuurde de Italiaan weg en vroeg mij in het voorbijgaan: ,,Is your thing broken or can you play?''

In Nederland was Ton Rolvink een kanjer. Een vakbondsman die een enorm drukke baan had en altijd net op tijd voor wedstrijden aankwam. Ooit was hij alleen bij een topper. Geen der spelers had bezwaar tegen zijn solo-optreden, zo goed was hij. Hij was soms zichtbaar moe en misschien niet altijd snel genoeg meer, maar hij begreep de bezigheden van de elkaar naar het leven staande sporters rond hem. Hij maakte, als het moest, eigen regels en kon ook ineens roepen: ,,Sorry, ik zag het fout, we gaan gewoon door.''

Zou het mogelijk zijn in Zeist. Laat maar. Regels.

mailIcon print |