*

 
dossier

Archief

Nederland - België

Koen Koch − 09/12/00, 00:00

Nederland zal vechten tot zijn laatste snik! Premier Kok kondigde het hoogst persoonlijk aan toen de Franse president even in Den Haag was om de top in Nice voor te bespreken. ,,Een aantal principiële punten verdedigen we zonodig tot het bittere einde.'' De arme Chirac moet ons land met bibberende knieën verlaten hebben.

Maar om welke principes zou het gaan, heeft de huidige Nederlandse regering überhaupt principes met betrekking tot het Europese integratieproces? Bestudering van de Staat van de Unie, waarin onze regering jaarlijks haar Europese beleid formuleert, levert weinig op. Netjes worden alle Europese kwesties opgesomd, en vervolgens worden er geen heldere standpunten ingenomen. Zo was Nederland in het debat over de toekomst van Europa, aangezwengeld door de Duitse minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer, opvallend afwezig. Over de toekomst van Europa wil Nederland eventjes niet nadenken, was de boodschap. En nu hebben we plotseling principes die met hand en tand verdedigd moeten worden.

Het blijkt erom te gaan dat Nederland meer stemmen in de Europese Ministerraad wil hebben dan België en een paar andere kleine landen omdat we meer inwoners hebben. Zou ons geluk werkelijk toenemen wanneer dit 'principe' gerealiseerd is? Of zouden we, op zijn minst, door die stemmenwijziging zaken in de Europese Ministerraad kunnen doordrukken of tegenhouden, waartoe we nu niet in staat zouden zijn?

Dat is geenszins het geval. Ook bij zaken, waarover formeel bij gekwalificeerde meerderheid beslist wordt, streeft men begrijpelijkerwijs naar consensus. Feitelijk wordt er dus maar weinig gestemd. Bovendien is het zo dat de wijzigingen die Nederland nastreeft zo gering zijn dat we toch niet meer en beter in staat zullen zijn iets door te drukken of tegen te houden. Het maakt dus eigenlijk niets uit.

Maar, roept premier Kok, het gaat om het principe, hoe groter de bevolking, hoe meer stemmen . Daar is inderdaad uit democratisch oogpunt iets voor te zeggen. Het is niet uit te leggen waarom een Luxemburgse burger zoveel meer gewicht in de schaal zou moeten leggen dan een Duitser. Als we het gelijke monniken gelijke kappen toepassen (elk half miljoen Europese burgers één stem in de ministerraad), gaat Nederland inderdaad meer (nutteloos) gewicht in de schaal leggen dan België, ongeveer drie tegen twee, waar de verhouding eerder gelijk was. Het betekent echter ook dat onze positie tegenover Duitsland verslechtert. Het wordt ongeveer één tegen vijf waar het één tegen twee was.

Herverdeling van het stemgewicht volgens bevolkingsaantal verbetert dus de positie van Nederland tegenover België, maar dat levert in machtspolitieke zin niets op. Integendeel, herverdeling komt ten goede aan Duitsland en de andere grote landen, die op deze wijze in onderling overleg de zaken kunnen regelen, en is nadelig voor de minder grote landen, waartoe ook Nederland behoort. Tegen deze zogeheten directoriumvorming heeft Nederland zich altijd op goede gronden verzet.

Moeten we aannemen dat Nederland dit verzet nu heeft opgegeven? Het zal in alle toonaarden ontkend worden. Maar dat betekent weer dat Nederland het principe van de relatie tussen bevolkingsomvang en stemgewicht niet algemeen, maar slechts zeer selectief wenst toe te passen. Uitsluitend op de verhouding met België namelijk. Dat heeft niets meer met een principiële stellingname te maken, maar alles met een miezerig nationalisme. Eindelijk zullen we onze rekeningen met onze zuiderburen vereffenen en ze inwrijven dat we groter zijn dan zij. Daarvoor zal premier Kok in Nice tot het bittere einde strijden. Een bijdrage aan het Europese debat waar we trots op kunnen zijn.

mailIcon print |