*

 
dossier

Archief

'Disney teken ik uit jeugdsentiment'

door Patrick van der Mee − 13/07/01, 00:00

Daan Jippes (55) krijgt dit jaar tijdens de Stripdagen in Den Bosch de stripschapprijs: een bronzen plastiek en een oorkonde. Een bijzondere keuze, want Jippes heeft welgeteld één stripalbum op zijn naam staan: 'Twee voor Thee'. Een stripklassieker weliswaar, maar wel een uit de ouwe doos. Het album dateert al uit de jaren zestig.

Jippes wordt vooral onderscheiden voor zijn jarenlange teken- en schrijfwerk voor Disney. Hij werkte mee aan tekenfilms als 'Alladin', 'Mulan' en 'Lion King II'.

Het juryrapport roemt hem als 'een van de grootste striptekenaars die Nederland rijk is, een tekenaar van wereldniveau'. Zelf wil hij daar niks van weten. ,,Mijn werk is nooit helemaal perfect'', zegt hij bescheiden.

Het staat hem nog helder voor ogen, die eerste kennismaking met Disney. Vlak na de oorlog, toen in Nederland nog een schrijnend tekort was aan alles, kwamen de Donald Ducks letterlijk uit de lucht vallen. In die tijd hadden de Amerikanen een luchtbrug op Nederland en kwam er naast de kauwgom- en Coca-Cola- een ware Disney-invasie op gang.

,,We werden ermee doodgegooid. Natuurlijk hadden we toen ook al de Nederlandse strips als Tom Poes. Maar Disney was voor mij, zo'n klein jongetje, toch wel iets anders. Het was de eerste strip in full color terwijl de rest zwart-wit was. Misschien was dat het wel. Dat móest ik natekenen. Urenlang. Dat deden trouwens alle kinderen in die tijd.''

Maar daarmee ben je nog geen tekenaar. De 'omslag' kwam toen hij een jaar of vijftien was. ,,Tot die tijd heb ik altijd onbezonnen getekend. Rond die leeftijd las ik 'Robbedoes' en 'Kuifje'. Maar vooral 'Robbedoes'. Tot ik besloot dat wat ik tekende aan een bepaalde vorm moest voldoen, een bepaalde esthetische eis. Het kon niet zomaar wat zijn.''

De jonge Jippes stopte vervolgens met tekenen. In plaats daarvan dook hij iedere dag na schooltijd met een strip op zijn bed, om verhalen te analyseren. ,,Dan legde ik twee strips naast elkaar en vroeg me af waarom het ene goed was en het andere juist niet. Ik ging daar volledig in op, zette bij het lezen ook altijd de radio aan. Het maakte zo'n indruk dat als ik een boek uit die tijd herlees, ik nog precies weet wat er toen op de radio was.''

Toen hij weer begon te tekenen, ging het hard. Hij werkte bij Margriet en tekende een strip voor de Nieuwe Revu. Bladen van uitgeverij VNU. En zo kwam hij ook terecht bij andere VNU-titels als Pep en de Nederlandse Donald Duck. Daar liet hij, zoals hij het zelf noemt, 'tekeningetjes achter'. Maar bij Donald Duck klom hij wel op tot art director, de beeldbepaler van het blad.

Zo'n titel is aardig, maar Jippes werd er niet gelukkiger op. ,,Eigenlijk wilde ik zelf die verhalen van Donald Duck schrijven en tekenen.'' Hij maakte vervolgens een Donald Duck-story van drie pagina's. En dat was de binnenkomer voor het heartland van Disney: Burbank, Californië. Zijn 'Donald Duck' maakte indruk, ook op de schepper van de Donald en Duckstad, Carl Barks. Jippes mocht in Amerika blijven. Sinds Barks' dood, vorig jaar, heeft hij zelfs Donald in 'beheer'. Hij beheerst als een van de weinigen binnen het Disney-concern de stijlen waarin Donald in de loop der jaren getekend is. Jippes heeft dan ook de eervolle opdracht gekregen om de 'Junior Woodchuck', Donald Duck-verhalen die Barks twintig jaar geleden nimmer afmaakte, te voltooien. ,,Ik voel me ook het meest verwant met Donald'', zegt Jippes. ,,Donald is menselijk. Zonder hem komt geen enkel karakter uit Duckstad uit de verf.''

Jippes te spreken krijgen, is in deze dagen moeilijk. Disney liet hem naar Nederland gaan op voorwaarde dat hij hier gewoon zou doorwerken aan zijn nieuwste project: een film met Donald, Goofy en Mickey als 'De drie musketiers'. Maar sinds Jippes weet dat hij de stripschapprijs krijgt, schiet het werk erbij in. Al die telefoontjes, interviews en die vreselijke jet lag natuurlijk.

Bovendien vindt Jippes eigenlijk dat hij die prijs niet hoort te krijgen. ,,Toen ik dat nieuws hoorde, dacht ik eerst: 'Goh, hou toch op'. En vervolgens: 'Dat is wel laat'.'' Vrienden en collega's Dick Matena en Martin Lodewijks (die het verhaal schreef voor 'Twee voor Thee') kregen hem immers al lang geleden. Bovendien gaat de prijs doorgaans naar tekenaars die veel stripalbums op de boekenplank hebben staan en van rug tot rug kunnen zeggen: dit is mijn oeuvre. En dat geldt niet voor mij, met slechts één album op de naam.''

,,Mijn kracht is dat ik flexibel ben en veel verschillende dingen kan doen. Ik teken verder eigenlijk alleen Carl Barks na. Daarom heb ik in Amerika nog niet verteld dat ik die prijs heb gekregen. Want wat heb ik eraan? Zo'n prijs heeft geen zaligmakende invloed op mijn werk. Nee, ik heb hem vooral gekregen voor mijn vakmanschap denk ik.''

Dat vakmanschap beslaat inmiddels 45 jaar. En niet alleen Disney. Tussendoor werkte hij ook voor Spielberg, Warner Bros en leidde hij een tijdje de studio Jan Kruis, waar de strips van 'Jan Jans en de kinderen' worden gemaakt. Jippes is iemand die graag 'heen en weer' gaat. Na zes maanden werken aan één project begint het weer te jeuken. ,,Daarom heb ik ook nooit gekozen voor een eigen dagelijkse strip zoals veel tekenaars in Nederland. Dan bouw je een gevangenis voor jezelf. Ik heb het onlangs nog ervaren toen bij Disney alle projecten 'vol' zaten en ik nergens aan mee kon doen. Toen heb ik zeven maanden thuisgezeten, alleen maar Duckverhalen getekend. Dan bouw je wel consistentie op in je werk. Maar ik dacht echt op een gegeven moment: 'Laat dit alsjeblieft ophouden'.''

Tekent hij dan niet voor zijn lol? ,,Eigenlijk niet. Ik ben geen tekenaar die de hele dag met een kladblok op zijn schoot zit en voortdurend tekent. Disney doe ik alleen uit jeugdsentiment. De magie overbrengen die ik vroeger zelf ervaren heb, toen ik Disney voor het eerst zag. Ik kan bijvoorbeeld ook niet in een dierentuin gaan zitten om een giraffe in één lijn te tekenen. Een tekening moet voor mij goed geconstrueerd zijn. Spontaan uit onwetendheid tekenen, kan ik niet meer sinds ik op mijn vijftiende die boekjes analyseerde. De twijfel en onzekerheid waardoor ik destijds een jaar niet tekende, is altijd gebleven.''

,,Mijn grootste angst is dat ik de futiliteit van mijn werk ga inzien, zoals veel tekenaars overkomt. Dat op een gegeven moment het plezier van het werk verdwijnt. Dat hoop ik te voorkomen door veel verschillende dingen te doen. Maar daardoor prijs je jezelf wel uit de markt. Eigenlijk had ik al regisseur van een feature-film moeten zijn.''

mailIcon print |