*

 
dossier

Archief

Beter de dienstplicht terug dan een huurlingenleger

Fred Lardenoye − 29/01/00, 00:00

Gaat Nederland de problemen met de werving voor zijn krijgsmacht oplossen door een soort vreemdelingenlegioen op te richten? Als het aan professor A. van Staden, directeur van het Instituut Clingendael, ligt wel. Hoe onzinnig het plan ook klinkt, Van Staden heeft er in elk geval wel een discussie mee op gang gebracht.

Toch knap, als je bedenkt dat hij in feite een probleem -het tekort aan vrijwilligers voor de krijgsmacht- probeert op te lossen door het creëren van een nieuw probleem. Want nog afgezien van de vraag of het wenselijk is om de krijgsmachttaken over te laten aan huurlingen, vraag ik me af hoe Van Staden alle praktische problemen denkt op te lossen die het integreren van buitenlandse eenheden in de krijgsmacht met zich meebrengt.

De taal is eigenlijk nog het minste probleem, maar hoe denkt Van Staden soldaten uit alle delen van de wereld op één lijn te krijgen op het gebied van de te hanteren normen en waarden? Bij een (buitenlandse) operatie in een crisisgebied is het van belang dat je elke collega van je eenheid blindelings kunt vertrouwen. Er mag dus geen twijfel over bestaan dat je het over de inhoud van fundamentele zaken als mensenrechten volledig eens bent. Ik hoef Van Staden toch niet uit te leggen dat hierover alleen al in Europa heel verschillend wordt gedacht? En dan heb ik het nog niet gehad over andere (cultuur)verschillen. Het is ook niet voor niets dat militaire operaties in VN-verband uitgevoerd worden door gescheiden nationale eenheden. Zelfs het Duits-Nederlandse legerkorps opereert in het veld vrijwel volledig gescheiden.

Zelf heb ik altijd geleerd dat je voor het oplossen van een probleem eerst kijkt naar de oorzaak ervan. Dan zijn er wat Nederland betreft twee belangrijke ontwikkelingen die een rol spelen bij de personeelsstekorten bij Defensie. Ten eerste de opschorting van de dienstplicht in 1996, waardoor Defensie zich in één klap beroofd zag van pakweg 40000 werknemers per jaar. Natuurlijk, ook in de dienstplichttijd moesten er vrijwilligers geworven worden. Maar de aantallen zijn niet te vergelijken met nu, bovendien kwamen vrijwilligers voor het overgrote deel uit diezelfde groep dienstplichtigen. Defensie moest zich dus praktisch van het ene op het andere moment gaan storten op de jongerenarbeidsmarkt. En dat in een tijd -en daarmee komen we op de tweede ontwikkeling- dat Nederland al jaren achtereen een economische hoogconjunctuur beleeft. Ook laaggeschoolde jongeren, de categorie waaruit de krijgsmacht de meeste vrijwilligers moet werven, hebben het vandaag de dag qua banen voor het uitzoeken. Een werkgever die jongeren tot 23 jaar een aanvangssalaris van 1450 gulden netto betaalt, valt dus al snel af, ook al wordt er nog zoveel spanning en avontuur beloofd.

Daarmee dient zich de eerste oplossing al aan: een fikse verbetering van de arbeidsvoorwaarden én -gezien het tijdelijke karakter van de meeste contracten- de garantie op een civiele baan na het afzwaaien. De Defensienota 2000 van minister De Grave belooft op beide punten verbetering, maar zoals zo vaak bij Defensie komt dat besef veel te laat.

Een oplossing kan natuurlijk ook gezocht worden in het weer invoeren van de dienstplicht. Ik begrijp best dat er talloze bezwaren aan kleven, maar altijd nog veel minder dan aan het oprichten van een soort vreemdelingenlegioen. Wettelijk gezien staat niets de herinvoering van de dienstplicht in de weg (hij is alleen maar opgeschort, niet afgeschaft) en het hele instrumentarium voor de registratie is nog grotendeels aanwezig. Bovendien is een aantal voordelen aan het systeem onomstreden. Zoals het feit dat de dienstplicht van nature zorgt voor een stevige verankering van de krijgsmacht in de maatschappij. En in het verlengde daarvan, dat de dienstplicht garandeert dat de krijgsmacht een redelijke afspiegeling vormt van de maatschappij. Dan moet er wel gekozen worden voor een algemene dienstplicht, waaraan élke jongere zich voor korte tijd onderwerpt (uiteraard ook onder goede arbeidsvoorwaarden). Dat betekent mijns inziens niet alleen voor mannen én vrouwen, maar ook een dienstplicht die op een andere manier ingevuld kan worden dan door deelname aan de krijgsmacht. Het Duitse systeem waarbij ook dienst gedaan kan worden in de zorgsector, zou als model kunnen dienen.

Daarmee worden ook twee belangrijke argumenten vóór het opschorten van de dienstplicht weggenomen. Het eerste is de onrechtvaardigheid van een systeem waarbij de één wel en de ander niet in dienst hoeft. En -het belangrijkste militaire argument- dat het vanwege de zogeheten 'motie-Frinking' onmogelijk was om dienstplichtigen tegen hun zin uit te zenden in het kader van internationale crisisoperaties. Welnu, de toekomstige dienstplichtige heeft volgens dit systeem vooraf een keuze. Als hij of zij kiest voor een 'gewapende' dienstvervulling dan betekent die keuze automatisch dat, gezien de huidige taken van de krijgsmacht, de mogelijkheid bestaat dat men uitgezonden wordt.

mailIcon print |