*

 
dossier

Archief

Een nieuwe strijd om de macht over de Tibetanen

Cokky van Limpt − 14/01/00, 00:00

Een lid van de Tibetaanse regering-in-ballingschap heeft er volgens het Indiase persbureau de 'Press Trust of India' gisteren in een persoonlijk memorandum bij de Indiase regering op aangedrongen politiek asiel te verlenen aan de onlangs uit Tibet naar India gevluchte Karmapa Lama en 'niet te buigen voor de druk vanuit Peking om de 14-jarige jongen en zijn gevolg te deporteren'. De Karmapa Lama is de enige hooggeplaatste Tibetaans-boeddhistische leider, die ook erkenning geniet van China, dat Tibet al een halve eeuw bezet houdt.

De Indiase regering, die door de onverwachte komst van de jonge Tibetaanse spiritueel leider in een delicate positie is gebracht ten opzichte van China, ontkende gisteren overigens een formeel verzoek tot asielverlening te hebben ontvangen. Al een week lang beraadt zij zich op de komst van de jongen, die voorlopig toestemming heeft gekregen zich op Indiaas grondgebied te bevinden. De regering heeft zich tot nu toe altijd loyaal en gastvrij opgesteld tegenover de tienduizenden Tibetanen, die sinds 1959, toen de Dalai Lama vanwege de Chinese bezetting Tibet ontvluchtte, in diens kielzog naar Noord-India zijn uitgeweken.

De langzaam verbeterende verhouding met China is India echter ook veel waard. China waarschuwde India afgelopen dinsdag, zorgvuldig om te gaan met de kwestie van de Karmapa Lama en herinnerde New Delhi eraan dat het in het verleden heeft erkend dat Tibet een onafscheidelijk deel van China is. Naar alle waarschijnlijkheid zal de Indiase regering kiezen voor de veilige middenweg, door de gevluchte Tibetaanse geestelijk leider niet 'de jure' maar 'de facto' asiel te verlenen.

De nu veertienjarige Ugyen Trinley Dorje, die in 1992 door twee geheime missies van de Kagyu-orde werd opgespoord in Tibet en aangewezen als de reïncarnatie van de zestiende Karmapa Lama, wist eind december te vluchten uit het Tsurphu-klooster in de buurt van de Tibetaanse hoofdstad Lhasa. Na een barre tocht van een week over de besneeuwde Himalaya dook hij op 5 januari op in het Indiase Dharamsala, de zetel van de Tibetaanse regering-in-ballingschap, om zich te voegen bij de Dalai Lama, de spiritueel en politiek leider van het Tibetaanse volk, die 41 jaar geleden op soortgelijke wijze zijn vaderland ontvluchtte. Deze week vertoonde de jongen zich voor het eerst in het openbaar.

Alhoewel de Chinezen aanvankelijk nogal luchtig deden over de 'reis' van de Karmapa Lama -hij zou alleen religieuze voorwerpen gaan halen-, zijn hun latere berichten, zoals de waarschuwing aan het adres van de Indiase regering, anders van toon. Volgens dr. Han de Wit, psycholoog, schrijver en boeddhist, verbonden aan de Nederlandse boeddhistische Shambala-centra, moet zijn 'reis' dan ook zonder meer worden beschouwd als een vlucht en daarmee als een gevoelige slag voor de Chinezen. ,,De Chinezen hielden zich niet aan hun woord, dat hij zijn leraren in India mocht bezochten. Hij mocht Tibet niet verlaten.''

De Wit wil ook graag de volgens hem onjuiste voorstelling van zaken corrigeren, dat de Karmapa Lama oorspronkelijk door de Chinezen zou zijn aangewezen en pas daarna ook door de Dalai Lama zou zijn erkend. ,,Twee missies hebben in het diepste geheim het jongetje opgespoord. De Chinezen wisten daar niets van. Maar toen zij beseften dat zij de Karmapa fysiek in handen hadden, omdat hij in Tibet werd gevonden, besloten zij daarvan gebruik te maken. Omdat de Karmapa, na de Dalai Lama en de Panchen Lama, de derde belangrijke leider is voor het Tibetaanse volk, wilden zij hem maar wat graag voor hun politieke karretje spannen. De Chinezen en ook de Mongolen proberen al eeuwen lang het hoofd van een van de vier Tibetaanse boeddhistische scholen in hun machtssfeer te krijgen.''

Van de vier boeddhistische scholen of ordes heeft één ook de wereldlijke macht over het Tibetaanse volk. De laatste 350 jaar is die macht in handen geweest van de Gelugpa-school, met de Dalai Lama aan het hoofd, gevolgd door de Panchen Lama. Aan het hoofd van de Kagyu-orde staan de Karmapa's, die in de periode vóór de Dalai Lama's de politieke macht in handen hadden. De Sakya-orde wordt geleid dor Sakya Trizim en de Nyingma-school door Penor Rinpoche. Historisch en spiritueel gezien zijn deze vier scholen gelijkwaardig aan elkaar. De vier hoofden vormen het hoogste echelon van het Tibetaans boeddhisme. Dat de Dalai Lama als de belangrijkste leider wordt gezien, gevolgd door de Panchen Lama en de Karmapa Lama heeft dan ook niet te maken met feitelijke hiërarchie maar met hun invloed en belangrijkheid voor de Tibetaanse boeddhisten. Voor alle vier scholen geldt de Dalai Lama als belangrijkste leider waar het gaat om de Tibetaanse kwestie.

Dat de atheïstische Chinezen zich bemoeien met de benoeming van geestelijk leiders (China benoemde onlangs ook drie rk bisschoppen, tot grote woede van het Vaticaan) heeft geen enkele geestelijke grond, maar spruit louter voort uit hun behoefte meer macht te krijgen over de bevolking en, wat Tibet betreft, het gezag van de regering-in-ballingschap te ondermijnen. Door dit eigenmachtige optreden van China zijn er nu bijvoorbeeld twee Panchen Lama's - één erkend door de Dalai Lama en één aangewezen door Peking. Later deze maand, zo werd gisteren bekendgemaakt, zal China bovendien de reïncarnatie van de zesde Reting aanwijzen, die in 1997 overleed en een belangrijke naam is binnen de Gelugpa-orde van de Dalai Lama. Een Chinese regeringsfunctionaris benadrukte gisteren dat de supervisie over het zoeken naar reïncarnaties van Tibetaanse lama's bij China berust en dat de regering zich niet geroepen voelt de Dalai Lama om advies te vragen. Daarmee lijkt een nieuwe strijd om de macht over de Tibetanen ontbrand.

mailIcon print |