,,Kijk daar komt de gootsteen'', zegt Dona Gladys blij verrast. Met schop en houweel graaft ze haar huis uit. Zojuist is een deel van de keuken blootgelegd. Ze veegt het zweet van haar voorhoofd en kijkt in de kuil alsof het om een archeologische vondst gaat. Meters zand heeft ze nog voor de boeg, maar ze geeft niet op. Hier ligt alles wat ze heeft.
Gladys woont in Humboldt, een buitenwijk van Caracas, in de bedding van de rivier de Anauco. Althans, dat laatste bleek in december toen de normaal zo onschuldige beek aangroeide tot een alles verwoestende modderlawine.
Venezuela graaft zich langzaam uit. Grote delen van het land werden half december overspoeld door dikke lagen modder en stenen als gevolg van ongekende regenval. Zeker 20 000 mensen vonden de dood. Vele tienduizenden raakten dakloos.
De meeste slachtoffers vielen in de beddingen van 'droge' rivieren en op de steile hellingen rond de hoofdstad waar nooit gebouwd had mogen worden, zoals in Humboldt. Wie overleefde, vertrok en wie bleef, vreest ontruiming. Wie niet weg wil, zal worden gedwongen, zegt president Hugo Chavez. Dynamiet en bulldozers zouden klaar staan om bouwvallen met de grond gelijk te maken.
Maar tot grootscheepse evacuaties is het nog niet gekomen. ,,De zaak is nog in onderzoek'', is de meest concrete officiële mededeling op de ministeries. Woningen bouwen en werk scheppen voor meer dan honderdduizend daklozen is een monsterlijke taak. De Wereldbank heeft voor dit jaar 450 miljoen gulden leningen toegezegd voor de wederopbouw. Maar op de korte termijn weet niemand waar het met de mensen heen moet. De tienduizenden evacués in kazernes, stadions en scholen wacht een langdurig verblijf tussen de stapelbedden.
Een ambitieus plan om daklozen naar het dunbevolkte binnenland te lokken loopt matig. De huizen staan er al, voor vervoer wordt gezorgd, maar veel belangstelling is er niet. ,,Wat moeten we daar?'' zegt Antonio, wiens huis nog half in de modder steekt. ,,Iedereen woont hier al een generatie, we hebben hier ons werk.''
Hij schudt zijn oude hoofd. Hij wil niet weg. Zeker niet nu hij net zijn versterker heeft opgegraven. Fanatiek spuit hij bij de enige kraan in de wijk de resten van de ramp uit zijn elektronica. ,,Bovendien: ik woon hier nu veertig jaar en er is nog nooit zoiets gebeurd. Zo weinig komt het voor.'' Dat de rivierbedding verderop meters hoger is komen te liggen dan zijn huis doet niets af aan zijn logica. Liever diep in de modder dan diep in het oerwoud.
,,Het plan bestond al langer'', zegt Monique van Wortel van de Nederlandse ambassade. ,,Chavez wil graag het overbevolkte noorden ontlasten en het binnenland ontwikkelen. Met de vele daklozen wil hij daar nu vaart achter te zetten.''
Op een wandkaart van Venezuela wijst ze op grote groene plekken die maar een ding kunnen betekenen: honderden kilometers bos. Hugo Chavez maakt daar geen geheim van. ,,Iedereen die van koeien of paarden houdt, ga erheen! En kan je niet paardrijden, leer het dan!''
Het volk luistert, maar niemand gaat. In één adem roept Chavez de rijken op om daklozen op te vangen en terreinen beschikbaar te stellen voor woningbouw. ,,Sommigen in dit land bezitten duizenden vierkante meters midden in de stad'', zegt Chavez. Hij dreigt met onteigening.
In de deelstaat Vargas, het zwaarst getroffen gebied, heerst sinds de eerste dag van de ramp het regime van wat Chavez de voorhoede van zijn 'revolutie' noemt: de militairen. Lange rijen auto's staan voor de controleposten. Zoals in Naiguata, dat eruit ziet als Madurodam waar een kruiwagen vol grind overheen is gekieperd. De voetgangersbrug ligt op ooghoogte, lantaarnpalen steken een meter uit de grond en er hangt een weeïge geur van nog niet geborgen lijken.
Hier loodsen soldaten met geweer in de hand jeeps door het water. Fysiek mag het dan een puinhoop zijn, de sociale orde zal gehandhaafd. Hulporganisaties en slachtoffers waren aanvankelijk unaniem lovend over de doeltreffendheid van het Venezolaanse leger. Volgens VN-vertegenwoordiger in Venezuela Ricardo Tichauer ,,hebben ze het uitstekend gedaan''.
Pas later werd bekend dat soms met harde hand is opgetreden. ,,We hebben 20 aangiftes van gevallen waarbij plunderaars of wie daarvoor werd aangezien ter plaatse zijn geëxecuteerd'', zegt Antonio Gonzalez van Provea, een gerenommeerde organisatie voor mensenrechten.
Ook zijn er vragen gerezen over de president zelf. ,,Waar was Chavez?'', vroeg Venezuela zich af toen hij pas na 24 uur op tv verscheen. In plaats van evacuaties te gelasten zou hij uitbundig de overwinning hebben gevierd van het referendum voor een nieuwe grondwet, dat op de dag van de ramp werd gehouden.
Hij zou doden hebben kunnen voorkomen als hij de noodtoestand had afgekondigd in plaats van, zoals werd gezegd, zich op een Caribisch eiland laveloos te drinken met Fidel Castro en de militaire staf. Chavez ontkent de braspartij. Hij zou als een held in de storm en met gevaar voor eigen leven per helikopter de slagregens boven het rampgebied hebben getrotseerd.
Toch heeft de catastrofe de positie van Chavez, die nu een jaar in functie is, niet aan het wankelen gebracht. Ondanks de vermeende dronkenschap, besluiteloosheid, de onzekerheid in de opvangcentra, en de tienduizenden begraven lichamen langs de kust waar overlevenden tussen de ruïnes van spookdorpen slenteren en wachten op wat komen gaat.
Chavez wint de ene publicitaire slag na de andere. In open jeep en persoonlijk achter het stuur rijdt hij de Spaanse kroonprins rond door het slik. Voor tv weigert hij de hulp van Amerikaanse mariniers want Venezuela kan het zonder Amerikanen ook wel af. In radiopraatjes vloekt hij op de rijken - die moeten hun grond afstaan -, en roept hij de armen op in het zuiden opnieuw te beginnen. Als een verlosser wordt hij binnengehaald in de tentenkampen. De ramp als gemeenschappelijke tragedie en excuus voor de misère.
En waar het even kan staan de camera's erbij. Zoals vorige week toen 540 dakloze families nieuwe woningen betrokken in de oostelijke deelstaat Monagas. Ze wonen daar het eerste jaar gratis. De huizen stonden al enige tijd leeg. Ze bleken na oplevering onverkoopbaar omdat ze midden in de rimboe staan.
Tot in de verre omtrek is er geen winkel te bekennen. De kasten zitten vol eten en drinken, genoeg voor de eerste maand. Maar daarna moeten de nieuwkomers het zelf uitzoeken. ,,Jullie hadden nu eenmaal een snelle oplossing nodig'', vertelde Chavez de beteuterde evacués, en knipte het lint door.
Don Pedro, in de wijk Humboldt, heeft zijn eigen snelle oplossing gevonden. 'Een week' had hij nodig om zijn huis uit te graven. Het is veranderd in een ondergronds hol, alleen toegankelijk door af te dalen in een meters diepe kuil. Het zand ligt in grote hopen om het huis, klaar om bij de volgende bui weer net zo snel naar binnen te spoelen. Maar weggaan? Nee, Pedro niet, en zeker niet naar het binnenland. Paardrijden kan hij niet. En hij wil het niet leren ook.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.