In een luxe hotelsuite aan het Vondelpark, met een laptop op het bureau en een koffer in de hoek, probeert de jonge kunstenares Agata Zwierzynska haar nieuwste project uit te leggen. Ze maakt de komende twee maanden een reis langs Amsterdamse hotels, iedere nacht in een ander. Alles wat op haar pad komt, kan onderdeel worden van haar kunst. ,,Dit is mijn leven van de laatste zeven jaar. Misschien is het een vlucht, maar ik vind het heerlijk.''
Het gesprek met Agata Zwierzynska (1972) in de zithoek van haar suite begint wat moeizaam. Ze is geïrriteerd, door de vragen naar het hoe en waarom van haar kunst. Wie de feiten van het project wil weten kan toch gewoon op haar website kijken? Die journalistieke vragen, zo denkt ze helemaal niet. Haar kunst is vervlochten met haar hele manier van leven. Ze leeft intuïtief. Spontaniteit is de leidraad. Alles wat op haar pad komt, kan een plaats krijgen in haar kunst of haar leven. Zo kwam ze ook in 1992 in Nederland terecht. Ze werd in Warschau verliefd op een Nederlander en reisde met hem mee.
Als ze eenmaal in haar rol zit, stroomt het verhaal - in vloeiend Nederlands, met af en toe een charmant accent - er toch makkelijk uit: ,,Voor de vijfde keer vandaag. Opeens wil de pers het allemaal weten.'' Sinds ze in 1998 de prestigieuze Prix de Rome won, staat ze in de schijnwerpers van de media. Maar al vanaf haar afstuderen in 1996 aan de Rietveld academie slaan haar projecten aan, niet in het minst bij de subsidieverstrekkers en sponsors. Haar moeder in Warschau is telkens weer stomverbaasd over de hoeveelheid geld die in Nederland aan de onbegrijpelijke projecten van haar dochter wordt geschonken.
,,Ook in dit hotelproject werk ik met spontane situaties. Ik leg situaties niet vast, waardoor er telkens iets bijzonders kan ontstaan. Vandaag zou ik bijvoorbeeld een sportfestijn organiseren voor het hotelpersoneel in het Vondelpark. Maar er kwam niemand, alleen iemand van de radio en jullie fotograaf. Dan wordt het dus iets heel anders.''
Zwierzynska moet lachen om de vulpen waarmee haar verhaal nu wordt opgetekend. Zo'n ouderwets instrument valt haar op. Zelf werkt ze met een luxe laptop van sponsor Apple. Ze registreert haar leven in de hotels met video en laat zich zien op internet. ,,Tien jaar geleden was een leven als dit niet mogelijk geweest. Tegenwoordig gaan jonge mensen zomaar studeren in bijvoorbeeld New York. Als het ze bevalt, nou, dan blijven ze gewoon. Ik vind het zelf ook wel zo makkelijk om alsmaar van huis te veranderen. Ik word zenuwachtig als ik op één plek moet zitten.''
,,Na 26 keer verhuizen kreeg ik vorig jaar eindelijk een vaste woning en ik wilde gelijk weer weg. Toen ontstond het idee om 365 dagen in hotels te blijven. Ik begin altijd met een totaal onrealistisch idee. Zo'n lange periode bleek echter financieel niet haalbaar, de subsidie was te weinig. Twee maanden lukte wel, de hotels sponsoren mij.''
Op haar hotelreis heeft Zwierzynska één koffer bij zich. Hierin zitten alleen wat 'cosmetica voor de vrouw', een paar t-shirtjes, en één boek: 'The journey is the destination' van Dan Aldon. Haar reis door de Amsterdamse hotelwereld zal uiteindelijk ook in boekvorm worden gegoten. Een boek waarin met divers beeldmateriaal en flarden tekst de gesprekken, ontmoetingen, gebeurtenissen in de hotels worden weergegeven. Een boek waarin de verbeelding vrijelijk kan ronddartelen.
Zwierzynska heeft sinds haar afstuderen verschillende boeken gemaakt. ,,Dat knippen en plakken heeft me geholpen me hier in Nederland thuis te voelen. Het is in mijn hoofd een enorme chaos. Mijn boeken ordenen mijn leven. Het zijn een soort plakboeken met fragmenten van mijn leven.''
Ze won de Prix de Rome met 'Listen. The telephonebook.' Een 'Gouden Gids', waarin niet personen, maar gesprekken kunnen worden opgezocht. Ze haalde telefoondialogen uit talloze filmscripts en combineerde ze met filmstills, pornografische plaatjes, jaren vijftig-reclames en beelden uit haar eigen archief. Ze verdeelde het materiaal onder in rubrieken als 'animals', 'sex' of 'nothing.' Deze enorme verzameling indrukken kan de lezer vervolgens inspireren tot zijn eigen verhaal.
Hotels spelen in meerdere boeken een rol. Al in 'Houswives' (1996), waarin ze de tweede 'Wereld Huisvrouwen Conferentie' in San Domingo onderzocht, begon het fenomeen van de hotelkamer haar te intrigeren. Ze had toen de huisvrouwen allemaal een wegwerpcamera gegeven om hun ervaringen te fotograferen: ,,Iedere hotelkamer werd een echte huiskamer als een vrouw er haar eigen foto's neerzette, of als ze een zwembroek van haar kind liet slingeren.''
,,Kleine lullige dingetjes kunnen in mijn project iets bruikbaars worden. Zoals in dit hotel aan het Vondelpark: de directie gaf me hun 'tweede' mooiste kamer. In de strakke en luxe badkamer vond ik een plastic eendje voor in het bad, heel bewust neergezet op de badrand. Daar wil ik dan iets mee gaan doen. Maar ik organiseer ook grote evenementen, zoals vrijdag in Tulip Hotel een fototentoonstelling van bekende Nederlandse fotografen.''
,,Soms doe ik iets met wat het hotel aanbiedt. Zo klonk de advertentie van een bepaald hotel: 'Wij hebben een hele mooie kaastoer.' Dan ga ik dus mee, eet ik de hele dag kaas, jat ik dingen, maak foto's voor het boek en maak er een filmpje van voor op het internet.''
,,De meeste hotels vinden het heel leuk. Sommige personeelsleden vinden het wel een beetje raar. In een hotel wilde ik bijvoorbeeld 's nachts ieder halfuur een foto van het uitzicht maken. Dan moesten ze me dus telkens wakker maken. Slechts in één hotel heb ik een duidelijke negatieve reactie gekregen. Ik had daar een filmpje gemaakt over hoe ik in bad ging. Dat kwam toen op het nieuws en dat vond het hotel helemaal niet leuk. Terwijl het heel mooi was, je zag alleen m'n blote rug. Net als op een barokschilderij, wat ze wel gewoon in de gang hangen. Maar ik ga natuurlijk niet doen wat zíj willen dat ik doe. Ik wil geen reclame voor die hotels maken, ik maak geen commerciële hotelgids.''
Op de vraag wat ze hierna wil gaan doen, verandert Zwierzynska's toon. ,,Dit is het laatste grote project, om fysieke redenen. Ik ga hierna kleinere dingen doen.'' Ze lijdt aan de ziekte van Hodgkin. Een gevolg van de kernramp in Tsjernobyl in april 1986. Ze was toen een jonge tennisster en speelde een toernooi in de gifwolk van cesium. Niets was het tennisteam verteld, pas drie dagen later moesten ze jodium slikken.
,,Nou, nu heb je je verhaal'', zegt ze bruusk. Ze wil weer verder, aan het werk. ,,Misschien is het een vlucht. Maar ik vind het heerlijk.''
Zwierzynska pakt haar camera en gaat de hotelgang in om een nieuwe inval voor haar boek uit te werken. Ze gaat de voordeuren van de andere suites fotograferen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.