Met een nuchtere begroting probeert Indonesië zijn kwakkelende economie weer op de been te krijgen. Tegelijkertijd wil de regering-Wahid opstandige provincies kalmeren door extra geld voor de regionale fondsen. Forse buitenlandse leningen en sanering van schulden zijn echter onontbeerlijk voor het nieuwe economische plan.
Een nieuw akkoord met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakt alvast tien miljard dollar aan hulp vrij. Tegelijkertijd met de begrotingsvoorstellen maakte de Indonesische regering gisteren de bijzonderheden van dit akkoord bekend. Jakarta belooft in ruil voor de financiële steun de activa versneld van de hand te doen, de sanering van de banken en privatisering van staatsbedrijven op te voeren en belangrijke juridische hervormingen door te zetten.
Het IMF bevroor vorig jaar augustus zijn hulpprogramma voor Indonesië na onthullingen over het schandaal rond Bank Bali, die geld had doorgesluist naar de verkiezingskas van toenmalig president Habibie.
Volgens de Amerikaanse minister van financiën Larry Summers wil de internationale gemeenschap deze affaire nu achter zich laten en Jakarta een nieuwe start geven.
Maar de IMF-fondsen zijn niet voldoende. Indonesië zal ook aankloppen bij de Adviesgroep van Parijs, waarvan Nederland ook deel uitmaakt. Dit dertigtal donorlanden en organisaties zoals de Wereldbank komen in februari opnieuw bijeen.
Ze krijgen het verzoek, gesteund door de VS, om een royaal gebaar te maken in de schuldsanering van Indonesië. Jakarta wil dat ongeveer 2,1 miljard dollar aan leningen worden omgezet.
De Indonesische regering rekent erop dat het economisch herstel dit jaar eindelijk doorzet. Ze voorspelt een groei van 3,8 procent en het terugdringen van het begrotingstekort tot 45,4 biljoen roepia, zo'n vijf procent van het bruto binnenlands product. Jakarta hoopt ook dat de nieuwe aanpak de buitenlandse investeerders zal terugbrengen.
Maar veel zal afhangen van de daadwerkelijke uitvoering van impopulaire maatregelen zoals het afstoten van staatsbedrijven. Ook het vermogen van de regering om de groeiende politieke onrust in de verschillende regio's te beteugelen, is van invloed. Het begrotingsplan voorziet daarom in twintig procent extra uitgaven voor de regionale fondsen.
Vooral de uitgaven voor opstandige provincies zoals Atjeh en Irian Jaya zullen flink toenemen. De bedoeling is dat ze meer profiteren van de inkomsten uit hun eigen hulpbronnen. Maar de arme Molukken zullen er niet op vooruitgaan.
Ook het budget voor de ambtenarensalarissen gaat omhoog. Dat vooral in de hoop dat de corruptie meer wordt tegengegaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.