In de duisternis van het door de Navo belegerde Belgrado las de taalwetenschapper Ivan Colovic bij kaarslicht zijn krant, de door het regime gedicteerde 'Politika'.
Het is mijn overtuiging dat kranten, gelijk andere media, de waarheid vertellen. Dit geldt ook voor de kranten in Servië onder Milosevic en, sinds twee maanden, onder de bommen. Geen van beide heeft de waarheid uit de kranten weg kunnen krijgen. De oude slogan 'Als ik zeg krant...' staat nog steeds overeind op ons oudste en meest invloedrijke dagblad. [Bedoeld wordt de krant Politika, die onder strenge controle staat van het Servische regime. Jarenlang werd de krant aangeprezen met de slogan 'Als ik zeg krant, dan denk ik aan Politika'.] De dagelijkse stroomstoringen en het gebrek aan water en brood kwellen mij minder dan de gedachte dat ik verstoken zou kunnen raken van mijn exemplaar van 'Als ik zeg krant...', wat zou betekenen verstoken raken van de enige werkelijke bron van de waarheid omtrent ons huidige leven.
Dit is geen ironische bewering bij wijze van paradox. Het ligt niet in mijn bedoeling de diepgevoelde overtuiging omver te werpen dat kranten liegen en dat 'Als ik zeg krant...' daarin de koploper is. Zeker liegen zij! Maar de waarheid heeft de neiging boven te komen drijven, zelfs in de leugenachtigste van al onze kranten, op een manier die de redacteuren en de verslaggevers daar zich niet kunnen voorstellen. De waarheid bestaat onafhankelijk van hun bedoelingen en ondanks hun bedoelingen. Hij komt boven, als een ongezocht maar onvermijdelijk informatie-surplus of, om het in actuele termen te zeggen, als een collateraal effect van het liegen.
Desalniettemin, dit is voor een krant nog niet voldoende om werkelijk de waarheid te vertellen. Wanneer de waarheid de krant door de vingers begint te glippen, verstrikt raakt tussen de regels en uit de kolommen begint te lekken, moet er iemand zijn die de waarheid herkent, hem oppakt en verzorgt. Helaas is het zo dat velen van kranten houden juist omdat zij liegen; zelfs de grootste waarheden waarop deze lezers zouden kunnen stuiten gaan zij verontwaardigd uit de weg. Anderen, die het niet plezierig vinden te worden voorgelogen, hebben de kranten en andere media de deur uit gedaan. Zij geloven dat de waarheid, zo hij al bestaat, zich elders bevindt. Zij zijn met stomheid geslagen als ze zien dat ik 'Als ik zeg krant...' blijf lezen met grote precisie, als een profetisch geschrift. Dat ik de waarheid zoek geloven zij niet, laat staan dat ik hem regelmatig vind. Wellicht dat hun achterdocht mij er nog eens toe zal brengen om een handleiding te schrijven voor het zoeken van waarheid in de leugenachtige pers. Voor het moment kan ik slechts voorbeelden noemen van de resultaten van mijn inspanningen.
Met trots kan ik zeggen dat het geluk zich gisteren nog liet zien toen ik 'Als ik zeg krant...' (22 mei 1999) las. Mijn beloning was een openbaring van glanzende waarheid. Er was geen stroom, dus ik las mijn krant bij kaarslicht, smeltend kaarsvet droop op de pagina's terwijl de echo's van verre explosies dreunden door het donker om het huis, samen met een geluid dat op huilen leek. Op pagina 31 vond ik een artikel waarin ik plotseling mijzelf herkende, compleet met kaars in een donker en afschuwelijk Servië. Het artikel sprak, in alle ernst, van de 'mogelijkheid van een nieuwe economische doorbraak in ons land, gebaseerd op de pijlers van de beschaving in Lepenski Vir'. Wie zei er dat kranten liegen? [Lepenski Vir is een archeologisch monument in Servië, met overblijfselen uit de Neolitische beschaving van 7000 v.Chr.]
Sinds de oorlog begon gaan veel mensen met gebogen hoofd over straat. Zij tobben over wat ze moeten eten en of er water zal zijn om te douchen. Maar er zijn anderen die in deze oorlog een gelegenheid hebben gevonden om tot grote hoogtes te stijgen, en neer te zien op de misère en het leed van de dagelijkse oorlogsroutine. Politieke kwesties behandelen zij slechts in vogelvlucht, van afstand, om zich volledig te kunnen concentreren op de essentiële vraag naar de bestemming van de mens. En waarom zouden zij ook niet? Wie ben ik om te protesteren tegen een filosofische, theologische, antropologische of welke metafysische benadering van deze oorlog dan ook? Mijn wantrouwen en mijn -ik geef het toe- geringe belangstelling voor zulke metafysica worden uitgedaagd door de overvloed waarin die metafysica vrijwel dagelijks te vinden is op de pagina's van 'Als ik zeg krant...'.
In combinatie met de filosofen brengt 'Als ik zeg krant...' ons (op 28 mei) de opinies van een intellectuele journalist. Deze ziet het ontstaan van de Servische missie-vloek in 1389. Hij gebruikt het beeld van een Servisch Golgotha waar de Serviërs permanent gemarteld zijn wegens hun 'geloof in de hogere rechtvaardigheid van God, die boven de menselijke rechtvaardigheid staat.'
De vijanden van Servië, ondertussen, zijn geen gewone mensen. Zij zijn de 'krachten der duisternis', die zich verenigd hebben in een tweekoppige 'infernale alliantie', bestaande uit 'Satan, in de gedaante van het Navo-beest, en het God-monster in de vorm van de Verenigde Staten'.
Deze satanische, infernale, monsterlijke status van onze vijanden speelt een rol in de artikelen van en interviews met vele andere voorstanders van een metafysische benadering van de oorlog, die in 'Als ik zeg krant...' verschijnen. De vijanden van Servië, zo vertelt een dichter-politicus ons, 'dragen het kwaad in de kern van hun wezen... zij maken deel uit van de hel zelf.' (23 mei).
Een andere scribent, historicus van beroep, confronteert ons met het idee dat, als deze vijanden winnen, 'alleen de antichrist nog over zal blijven op aarde'. (26 mei). Er is een antropoloog die gelooft dat er een kleine kans is dat de wereld onder satans heerschappij uit kan komen indien de Serviërs, terwijl ze hun menselijke waardigheid met 'menselijke schilden' verdedigen, de schietschijf het symbool van hun martelaarschap, erin slagen de heerschappij op aarde te veroveren op de dienaars van satan en al doende 'het beest in hun vijanden weerstreven en verslaan'.
De duivel is een Amerikaan. Dit werd ontdekt, en toegelicht in een lezing, door 'een van onze beroemde filosofen en essayisten' zoals 'Als ik zeg krant...' hem omschreef in een lang verslag van de lezing. (28 mei). ,,Satan', zegt hij, ,,heeft duidelijk zijn macht stevig gevestigd in Amerika, en zijn wil is nu om de hele wereld te overheersen.' De tragische val van Europa en de West-Europese beschaving is nabij. Alleen de Serviërs houden op de een of andere wijze nog stand, en deze beroemde filosoof en essayist richt zich tot het gevallen Europa en de op drift geraakte wereld: ,,Wij zijn meer dan Europa, wij zijn de wereld, het betere deel van de wereld, het licht van de wereld.'
Het is gemakkelijk te begrijpen waarom 'Als ik zeg krant...' zoveel ruimte en aandacht schenkt aan deze overpeinzingen met hun metafysische en theologische pretenties. Zij hebben duidelijk niets met politiek te maken en zijn geïnspireerd door puur patriottisme, en derhalve bruikbare propaganda voor het regime. Wanneer deze artikelen eenmaal verklaard hebben dat alles, de verwoestingen van de oorlog, dood, eerverlies en schaamte, eenvoudig ons lot zijn, wordt het ongepast, dom en kleingeestig om te vragen of er misschien niet veel tastbaarder boosdoeners zijn, dichter bij huis. En natuurlijk maken zulke metafysisch-theologische overwegingen ook de vraag overbodig of onze vijanden verantwoordelijk zijn voor de oorlog. Als zij onder de macht van satan staan en niet te stuiten zijn in hun aftakeling en val, wat heeft het dan voor zin om over hun verantwoordelijkheid te praten? Zij vervullen hun lot, gelijk wij het onze.
Hierboven heb ik de mening verdedigd dat de waarheid zelfs gevonden kan worden in kranten die erom bekend staan dat zij de waarheid alleen vertellen in de overlijdensadvertenties. Ik heb niet stilgestaan bij die vormen van waarheid die het makkelijkst boven water te halen zijn in zulke kranten, door eenvoudig om te draaien wat er geschreven staat, anders gezegd door te lezen vanuit een standpunt dat tegenovergesteld is aan dat wat de krant verdedigt. De kunst van het omgekeerd lezen heeft in dit land een lange traditie en veel mensen lezen 'zwart' als er 'wit' staat, 'goed' in plaats van 'slecht', en 'boven' voor 'onder' zonder er nog bij stil te staan. Deze gewoonte zit er zo diep in dat het mij niet zou verbazen als ik ontdekte dat 'Als ik zeg krant...' begonnnen was de waarheid te vertellen, omdat de krant wist dat haar trouwste lezers automatisch alles wat er staat omzetten in het tegenovergestelde; ook de waarheid zouden zij zo tegemoet treden en zo zouden zij de leugen tot zich nemen die hun zo listig werd opgediend.
Voorlopig is er geen aanwijzing dat zulke listen worden toegepast. De waarheid verschijnt nog steeds regelmatig in deze krant als het spiegelbeeld van de gedrukte woorden. In de editie van 'Als ik zeg krant...' van 4 augustus, staat een aantal nuttige voorbeelden van zulke woorden die zonder problemen in waarheid veranderen zodra je ze omdraait. Ik beperk mij tot de koppen: 'Hervormingen begonnen op ieder gebied', 'Produktie en salarissen verdrievoudigd dankzij overheidssteun', 'Modernisering van de spoorwegen gaat voort', '28,7% toename van de produktie in de maand juni', 'Niemand meer dakloos', 'Deze regering leidt ons in de goede richting', 'Beleid Socialistische Partij in het belang van Servische en Joegoslavische burgers', 'De heldere agenda van de Socialistische Partij voor de wederopbouw van het land'. Op de voorpagina staat de waarheid over de slaafse journalistiek, de loyale journalistiek, de hypocriete, eenzijdige en bevooroordeelde journalistiek inzake de Balkan-crisis. Deze realistische beschrijving van zulke journalistiek staat echter in een stuk getiteld 'Slaafse journalistiek in het Westen'.
Een enkele keer schittert de waarheid als er over een bepaald onderwerp geschreven wordt op een pagina waar je dat eigenlijk niet zou verwachten. De sportpagina biedt bijvoorbeeld regelmatig diepere inzichten in de Servische politiek dan de politieke pagina's. De meeste vooraanstaande Servische politici denken, al zouden ze het niet snel in het openbaar zeggen, dat het grootste goed voor hen een gemeenschap van mensen is van hetzelfde bloed, en dat de natuurlijke banden tussen de leden van zo'n gemeenschap de basis vormen voor een gezonde nationale politiek. Een sportverslaggever zegt dat echter zonder aarzeling als hij een opstootje kritiseert dat fans van Rode Ster veroorzaakten in Caçak. Hierdoor, meldt de verslaggever, kwamen zowel de fans als politieagenten in het ziekenhuis terecht, hoewel zij toch, o wat een schande, elkaars gelijken waren. ('Als ik zeg krant...' 2 augustus).
De waarheid is iets moeilijker te ontdekken in stukken over cultuur, kunst, traditie, de ziel, God en andere sublieme onderwerpen. Hier gaat het om de taal van de zogenaamd intelligente mensen die natuurlijk geen politieke ambities hebben, en die van de politici die geprobeerd hebben om de politiek een intellectuele dimensie te geven. Ik heb geprobeerd om die taal, die altijd protserig is, pretentieus, bloemrijk en onmiskenbaar patriottistisch, van zijn franje te ontdoen en om de connecties met de politiek, het regime, de macht en het geld bloot te leggen. Ik heb ontdekt dat een belangrijk instrument van deze trancendente taal het politiek fatalisme is; de ontdekking van historische, geografische, metafysische, religieuze en andere redenen voor alles wat hier gebeurt. In dergelijke taal is bijvoorbeeld Kosovo geen kwestie van politiek en politieke verantwoordelijkheid, het is Servië's lot.
De Kosovo-wond, zegt de recensie van een verzameling patriottistische gedichten door Milovan Vitezovic, is niet alleen een centrale pijler van onze natie, maar, dankzij Vitezovic's gedichten, is hij ook geïncorporeerd in onze lichamen. Hij vermengt zich met ons bloed en meandert door onze gedachten en kan nooit genezen worden... ('Als ik zeg krant...', 31 juli). Als we de moeilijkheden met de beeldspraak van een wond in de vorm van een pijler die zichzelf incorporeert in onze lichamen en door ons heen meandert, overwonnen hebben, blijft de boodschap van deze troebele taal helder achter: in Kosovo is er, net zo min als in Servië, een keuze, er is geen verantwoordelijkheid, geen schuld, geen straf en geen verandering. Wie had het daar over een Alliantie voor Verandering? [De Alliantie voor Verandering is de verenigde oppositie in Servië.]
Ik blijf erbij. De waarheid is dagelijks te vinden in de krantenkiosk. Het enige wat u hoeft te doen is zeggen 'Krant...'. Maar ga niet overhaast te werk. Gebruik tenminste een van de volgende technieken bij wat u leest: draai het om, breng het dichterbij, haal de franje eraf. En dan: genieten maar.
Deze tekst maakt deel uit van Write Now, een initiatief om schrijvers uit de Balkan aan het woord te laten over oorlog, literatuur en de verantwoordelijkheid van de intellectueel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.