Bubbelbad-verkoper Jan Jong uit Heerhugowaard is gisteren in beroep gegaan tegen het vonnis, waarin de Alkmaarse rechtbankpresident hem aansprakelijk stelde voor de legionella-uitbraak in Bovenkarspel. Jong blijft erbij dat de epidemie hem niet kan worden aangerekend. Zijn advocaat vindt dat de rechter op ondeugdelijke gronden Jong 'buitengewoon ernstige verwijten' heeft gemaakt.
De besmetting tijdens de Westfriese Flora in februari 1999 kostte aan 28 bezoekers het leven en maakte 240 mensen ziek. Een aantal van hen is nog altijd niet hersteld. Het Rijksinstituut voor volksgezondheid (RIVM) wees de whirlpool van Jong aan als 'meest waarschijnlijke' bron van de epidemie. Jong vraagt zich onder meer af hoe hij het begrip 'meest waarschijnlijk' moet opvatten.
De Alkmaarse rechtbankpresident oordeelde twee weken geleden in kort geding dat de omvangrijke uitbraak van de veteranenziekte Jong kon worden aangerekend omdat hij tijdens de Flora het water in het bad constant op een onveilig hoge temperatuur hield, geen chloor toevoegde en het water niet één keer ververste. Het geding was aangespannen door een slachtoffer en een nabestaande van de Flora-epidemie, die een voorschot van totaal 150 000 gulden willen op een schadevergoeding.
De rechter bepaalde dat Jong als handelaar in sanitair had moeten weten dat whirlpools bronnen van legionellabesmetting kunnen zijn bij onjuist beheer. Rechtbankpresident J. C. van Dijk wees op een rapport uit 1986 van de Gezondheidsraad, waarin werd gewezen op de risico's, al werd in dat rapport uitsluitend gesproken over bubbelbaden in openbare zwembaden.
In het beroepsschrift tegen het kortgedingvonnis, merkt Jongs advocaat J. van Rhijn op dat de verwijten van de Alkmaarse rechter aan zijn cliënt zo ernstig zijn dat ,,zelfs de vraag opdoemt of een dergelijk verwijt menselijkerwijs te dragen is.'
De grieven zijn volgens Van Rhijn vrijwel geheel gebaseerd op de RIVM-rapporten. Jong heeft een groot aantal vragen over de deugdelijkheid van deze rapportage en vindt dat de rechter ten onrechte zijn beroep op het recht op contra-expertise heeft verworpen. Nu de rechter zijn oordeel vooral baseert op het RIVM-onderzoek, is er des te meer reden voor Jong om een tegenonderzoek te laten uitvoeren, aldus het verweerschrift. ,,Ook het RIVM kan fouten maken.' Jong heeft op zeventien punten vragen en kanttekeningen bij het RIVM-onderzoek.
De sanitairverkoper merkt ook op dat het advies van de Gezondheidsraad betrekking had op whirlpools die in zwembaden werd gebruikt. Bij de Flora ging het om een tentoongesteld bubbelbad. Bovendien was volgens Jong het advies van de Gezondheidsraad gericht aan de minister. Het was geen document dat bestemd was voor de branche. Van Rhijn: ,,Hoe kon Jong ooit op de hoogte zijn van de gevaren van het exposeren van een whirlpool?' Jong betwist de stelling dat de besmetting was voorkomen, als het water van de whirlpool was ververst, chloor was toegevoegd of de temperatuur was verlaagd.
Bovendien beroept hij zich op onwetendheid. Dat een bubbelbad waar niemand in zit toch voor een legionella-besmetting kan zorgen, was volgens Jong tot februari 1999 een volstrekt onbekend fenomeen. ,,Het bewustzijn van dit risico ontbrak niet alleen bij Jong, maar bij iedereen', aldus het beroepsschrift. ,,Ook de medische wetenschap stond na de uitbraak in Bovenkarspel aanvankelijk voor een raadsel. Pas in een later stadium is de veteranenziekte vastgesteld. Daaruit blijkt ook dat het hier om een betrekkelijk zeldzame ziekte gaat.'
Het hoger beroep dient pas in februari of maart bij het Amsterdamse gerechtshof.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.