De Congolese rebellenleider Bemba weet welke woorden aanslaan bij een westers publiek. Maar in de regio die hij controleert, blijkt zijn mooie taal op weinig gebaseerd.
KAMPALA - Jean-Pierre Bemba is een modern rebellenleider. Voor zijn troepen verschijnt hij in gestreken camouflage-uniform en zweept zijn mannen op met kordate leuzen. Tijdens politieke missies draagt de corpulente man merkkleding en bedient zich van politiek correcte taal.
De leider van de Congolese Bevrijdingsbeweging MLC steekt zijn ambitie voor het presidentschap van het land niet onder stoelen of banken. Hij weet precies wat de internationale gemeenschap wil horen. ,,De Congolezen moeten kiezen en besluiten wie zij als hun leider willen. Mijn beweging vecht niet voor macht maar voor noodzakelijke veranderingen. We moeten tot een democratisch systeem komen met een onafhankelijke rechtsspraak en eerbiediging van de mensenrechten.'
Sinds 1998 is Congo in drie gebieden opgesplitst. Het oosten is in handen van de rebellenbeweging RCD, gesteund door Rwanda. In het noorden zwaait Bemba de scepter met behulp van Oeganda. De rest van het immense land staat onder controle van het regeringsleger en geallieerde troepen uit Zimbabwe en Angola. Jean-Pierre Bemba bezoekt weer eens Kampala, de hoofdstad van Oeganda. De Oegandese president Museveni, ook ooit rebellenleider, dient hem regelmatig van advies.
Voor zijn talloze visites kreeg de Congolees de beschikking over een witte villa in een sjieke buitenwijk. Een glimmende mercedes staat klaar voor zijn vervoer. ,,Niet alleen Oeganda helpt ons', vertelt Bemba in de tuin van zijn logeeradres. ,,Internationale hulporganisaties verlenen ook steun. Ze gaven pennen en boeken voor scholen in ons gebied. En er liggen meer aanbiedingen voor hulp.'
Bemba voelt zich een bestuurder, die genoodzaakt was de wapens op te pakken. Hij gaat prat op ontwikkelingen die in Noord-Congo door het MLC zijn doorgevoerd. ,,We bouwden een goed en gedisciplineerd leger op. In alle regio's organiseerden we verkiezingen. De gekozen leiders beslissen hoe hun gebieden worden ontwikkeld. Ook onderhouden we de wegen.'
Jean-Pierre Bemba is de zoon van een van de naaste medewerkers van de kleptomane ex-president Mobutu Sese Seko. De MLC-leider probeert afstand te nemen van het verleden van zijn vader. Liever praat hij over de toekomst. ,,Het begin van de inter-Congolese dialoog geeft hoop. Die gesprekken moeten leiden tot hereniging van het land. Dan kunnen we verkiezingen uitschrijven en beginnen aan de opbouw.'
Vijf uur later en 800 kilometer westelijker van Kampala blijkt Bemba's mooie retoriek uit weinig meer te bestaan dan lege woorden. In de streek Gbiemange, middenin het oerwoud, zijn de wegen onbegaanbaar. Verkiezingen voor een lokaal bestuur vonden er niet plaats.
De civiele vertegenwoordiger van de MLC in Bili, het belangrijkste dorp in de streek, is Claude Ameki. De onderdirecteur van het postkantoor werd benoemd en niet gekozen. Hij int belastingen en visa-gelden van de sporadisch opduikende buitenlandse bezoekers. ,,Vijftig dollar per persoon', eist de man. Als hij hoort dat de gasten kort daarvoor met Bemba spraken, daalt de prijs. ,,Okay, dertig dollar is voldoende.'
Ameki valt op in de armoedige omgeving. Zijn kleren zijn nieuw en bij zijn huis bromt 's avonds een dieselgenerator die elektriciteit levert voor tv en schotelantenne. Andere dorpsbewoners van Bili bezitten niet eens een radio, sommigen hullen zich in kleding van boomschors en dierenvellen.
De MLC-vertegenwoordiger is onder de bevolking gevreesd. In de avondschemering zegt Pascal Bangele, schichtig om zich heenkijkend: ,,Met Bemba's komst is weinig verbeterd. Nog steeds hebben we geen schoolboeken of medicijnen. We zijn afgesloten van de rest van het land. Wel moeten we belasting betalen, zelfs voor een fiets.'
Een andere dorpsbewoner, Maurice Lilongo, ziet evenwel een lichtpuntje. ,,We hebben geen last meer van soldaten. De MLC-rebellen zijn gedisciplineerd. Het is te merken dat ze door de Oegandezen zijn getraind. Toen Oegandese troepen hier waren, betaalden ze voor alles en lieten ons met rust. Heel anders dan de Rwandese militairen. Die namen gewoon alles. Net als de troepen van Mobutu en Laurent Kabila.'
De situatie in Gbadolite, Bemba's basis in het noorden van Congo, verbeterde weliswaar. Maar de bewoners van het dichte oerwoud in MLC-gebied zijn er niet op vooruitgegaan. Weinig vertrouwen hebben ze in de inter-Congolese dialoog. Pascal Bangele: ,,Daar praten mensen die altijd al iets in de melk te brokken hadden. Bemba raadpleegde ons niet. Onze stem klinkt niet in het overleg.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.