Een op de vijf studenten in Utrecht gelooft in God als een instantie waar persoonlijk contact mee mogelijk is; ongeveer een zelfde aantal ziet God meer als een onpersoonlijke kracht, terwijl een kwart zegt helemaal niet in God of het hogere te geloven.
Dat blijkt uit een enquête onder 850 eerstejaars studenten in Utrecht dat eind 1999 is uitgevoerd door studenten uit orthodox-protestantse hoek. Zij wilden peilen wat hun leeftijdgenoten geloofden en dachten over God, Jezus, hemel. Er blijken per studierichting grote verschillen, van bijvoorbeeld slechts een op de zeven godgelovigen in de alfa-faculteiten tot een kwart bij het hbo; een op de zeven hbo-ers zegt 'in niets te geloven', bij de bèta-faculteiten is dat een op drie.
Ondanks de vele ongelovigen en twijfelaars voelt bijna de helft van de studenten zich wel 'verwant' met het christendom, van de hbo-ers zelfs 58 procent. De verwantschap met andere religies steekt daar schamel bij af. Van enige hang naar boeddhisme getuigt drie procent; dertig procent ziet 'in elke religie' wel wat goeds.
Verwantschap met het christendom betekent in de religieuze smakenlijn van de studenten geenszins dat ze dat allemaal ook bij Jezus vinden. De onderzoekers stellen vast dat van de tien studenten er een Jezus als een verzonnen figuur ziet, drie anderen beschouwen hem als een historische persoon en en nog twee of drie belijden hem als 'zoon van God'.
Tweederde van de studenten gelooft in een leven na de dood, maar de helft van hen weet niet wat zich daarbij voor te stellen; twee op de tien weten dat wel en een op de tien denkt eerder aan reïncarnatie of aan een verzinken in een onpersoonlijke geestenwereld. Een op de zeven weet zeker: er is niets.
De missionair ingestelde studenten van groepen als Ichthus en CSFR, die de enquête hielden, moesten vaststellen dat de velden toch niet zo wit staan om te oogsten. De in weinig of niets of de vaag wel in iets gelovenden zijn tevreden en helemaal niet op zoek naar duidelijkere waarheden en scherper contouren voor hun wereld- en godsbeeld. Hun stelliger gelovende medestudenten vinden dat 'raar'. Volgens de enquête is geloof in God en Jezus voor 15 procent van de studenten zeer bepalend in hun dagelijks leven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.