*

 
dossier

Archief

Canonieke stijl

Bert Keizer − 17/10/00, 00:00

In Londen mocht ik op uitnodiging van de universiteit samen met Rowan Williams, de aartsbisschop van Wales, spreken in de kathedraal van Southwark over 'goed leven, goed sterven'. King's College, onderdeel van London University, de oudste Medical School in Engeland, gebruikte de kerk bij deze gelegenheid als universiteitsaula, zoals wij in Amsterdam de Lutherse kerk, met dit verschil dat God er nog woont, terwijl Hij niet langer geacht wordt te toeven in de Lutherse, althans niet in de strikt lokale zin. Dat betekent voor de Londense kerk dat er een hele verzameling deacons, deans, archdeacons, bishops, subdeacons, vice-deans, curates en een archbishop rondfladderen, die rond de toespraken gezellig een glas meeheffen.

De anglicaanse geestelijkheid lijkt van een sterk relativerend ethos doordrongen, alsof ze wel weten dat ze de zaak niet al te ernstig moeten presenteren omdat ze dan de deur uit gezet worden. Het is dus allemaal dreunen op de schouder en luide lachsalvo's in een jeugdherbergsfeer uit de jaren vijftig. Ik werd wat ongemakkelijk bij het getal der getrouwen in geestelijk gewaad, omdat mij dan altijd de gedachte bekruipt dat Hij er helemaal niet is en dat zij hier dus eigenlijk, zonder enige weerklank in den Hoge, gewoon in rare jurken rondlopen.

Ik legde deze mogelijkheid voorzichtig aan de joviale Dean voor, die zijn glas even moest neerzetten, om in lachen te kunnen uitbarsten. Eerlijk gezegd had hij daar ook wel eens aan gedacht, maar zei hij gevat, en hij greep mijn arm vast om mij voor te bereiden op de witz: ,,Als Hij er niet is, hetgeen God verhoede, zullen we daar aan deze kant van het graf nooit achter komen en aan de andere kant van het graf natuurlijk niks van merken!'' Je zat dus altijd goed, bij wijze van spreken.

Naast deze lacherigheid en de weinige nadruk op hun visie op de eeuwigheid is er iets anders dat mij dwars zit in anglicaanse priesters. Als min of meer gezond mens beschouw ik het celibaat natuurlijk als een walgelijk voorschrift waar alleen maar hele nare viezigheid uit voort kan komen, de libido is immers een slang die desnoods leert vliegen als hij er kruipend niet in kan. Maar als gepensioneerd katholiek vind ik dat een priester zonder neukverbod, nou ja, dat dat geen echte priester is. Hij betaalt immers de prijs niet. Hij krijgt de waardigheid voor niks. Bij een anglicaanse geestelijke in volledige outfit denk ik dan ook altijd: ja, zo kan ik het ook.

In één opzicht zijn de anglicanen echter net zo glibberig als Nederlandse gelovigen: het rare gegoochel met begrippen dat men aangaat om aan de kinderlijkheid van een letterlijke tekstopvatting te ontkomen. Zo zal men ook in Londen liever doodvallen dan te zeggen: ,,En als ik gestorven ben geloof ik dat mijn ziel uit mijn lichaam vertrekt, omhoog zweeft naar de hemel, waar ik, denk ik, wel word binnengelaten, om geoordeeld te worden door de Vader, en vervolgens voor eeuwig in Zijn heerlijkheid te worden toegelaten.''

Ik laat nu hel en vagevuur even weg, maar met of zonder deze locaties, niemand is natuurlijk zo stom dat hij dit letterlijk gelooft. Mensen die wel willen geloven maar daar geestelijk niet te veel aan willen prutsen, wuiven dit allemaal weg als te dom en stellen zich gerust met de mededeling dat er wel iets moet zijn. 'Ietsers' zijn filosofisch gesproken zeer slecht gezelschap, omdat ze het licht uit willen laten om te kunnen blijven volhouden dat er 'iets' is.

De aartsbisschop van Wales moest niks hebben van letterlijke kletspraat die je wel vindt in wat hij kleinerend aanduidde als 'populaire religie' en veegde de verkeerde ideeën over de dood rap van tafel: ,,Al die onzin over 'een volgende kamer binnen gaan'.'' En hij voegde daar arrogant aan toe: ,,De canonieke stijl van geloven is complexer.''

Dat vond ik nou niet aardig van een overigens heel aardige man, want door zijn brute gebaar belandde de geloofsbeleving van mijn vader en diens generatie onder de tafel bij 'populaire godsdienst', bij onzin dus. Mijn vader dacht namelijk dat een mens naar de hemel ging in de zin waarin je naar Londen kunt gaan. Nou vind ik dat een antropoloog, een filosoof, een socioloog of een fysicus dit denken mag karakteriseren als boeiend, onbegrijpelijk, veel voorkomend of fout, maar dat een theoloog hier niet mag karakteriseren en zeker niet op neerbuigende toon.

Ze hebben namelijk zelf niks beters, maar wel iets dat veel onbegrijpelijker is. Zo vindt de aartsbisschop wel dat hij de dood mag vrezen ,,omdat ook ik geoordeeld ga worden, en het gaat hier om een oordeel waaruit een veel volledigere waarheid over mij zal spreken dan ik hier ooit zelf zou hebben kunnen ontdekken.'' Kijk, daar was mijn pappie nou nooit op gekomen, en die staat daar nu dus een beetje voor joker bij die door de aartsbisschop als onzinnig terzijde geschoven hemelpoort.

Maar als ik nog eens rustig lees wat de aartsbisschop staat te gebeuren aan gene zijde, in zijn canonieke stijl van complex geloven, dan zie ik niks anders dan een intellectueel snobisme, dat zichzelf op grond van beter onderwijs en meer vrije tijd laatdunkend meent te mogen uitlaten over kleingelovigen die zo stom zijn letterlijk op iets beters na de dood te hopen.

mailIcon print |