*

 
dossier

Archief

Nieuwe economie met oude wortels

Esther Bijlo − 09/12/00, 00:00

De 'nieuwe economie' heeft al lang geleden toegeslagen. Niet in de dynamisch ogende afgelopen vijf jaar. Maar in de als gezapiger bekend staande jaren vijftig en zestig. De overvloedige aandacht de laatste jaren voor de geneugten van computers en internet is een 'hype', veroorzaakt door gebrekkig historisch bewustzijn.

Zet een handvol economen aan het werk over de 'nieuwe economie' en zulke ontnuchterende analyses zijn het resultaat. Ze staan in de gisteren verschenen bundel 'ICT en de nieuwe economie' van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde. De vereniging publiceert ieder jaar 'preadviezen', bedoeld voor beleidsmakers en politici.

'Laat je niet gek maken', is de teneur van het boek. De eerste computer dateert van 1946 en de telefoon is 125 jaar oud, constateert de Groningse hoogleraar D. Jacobs droog. Onder invloed van de waan van de dag 'vergeten we gemakshalve dat we al vijftig jaar met informatie- en communicatietechnologie aan het experimenteren zijn', stelt Jacobs.

Door wat dieper de geschiedenis in te duiken, vindt de hoogleraar gelijk een elegante oplossing voor één van de problemen rond de 'nieuwe economie'. Dat is de 'productiviteitsparadox': hoe kan het dat computers overal te vinden zijn, behalve in de productiviteitscijfers?

Heel eenvoudig, denkt Jacobs. Onderzoekers analyseren steeds alleen cijfers vanaf de jaren zeventig. Maar de echte revolutie heeft al in de jaren vijftig en zestig plaatsgevonden, toen steeg de productiviteit hard. Alleen zijn we vergeten dat computers daar verantwoordelijk voor waren, constateert de hoogleraar, misschien omdat we zo graag willen dat alles wat revolutionair is nu gebeurt.

Jacobs wil niet beweren dat computers en communicatietechnologie helemaal geen werking meer hebben.

Na het eerste, heftige effect in de jaren vijftig en zestig volgt een lange periode waarin de productiviteit af en toe sneller stijgt. Met de industriële revolutie is dat ook zo gegaan. Maar zelfs bij de recente stijging van de productiviteit in de VS heeft Jacobs twijfels of die aan computers of internet is toe te schrijven. Volgens de Amerikaanse specialist Gordon is het vooral de computerindustrie zelf die efficiënter is gaan werken.

Ict is geen wondermiddel, waarschuwt de hoogleraar nog, en passant korte metten makend met oud-minister Wijers van economische zaken die eerder dit jaar betoogde dat 'uiteindelijk alles New Economy zal worden'. Computers en internet zijn handig, maar roepen ook problemen op, ziet Jacobs. Zomaar ergens een apparaat neerzetten, levert niets op. Van de 'virtuele economie' is ook nog weinig terechtgekomen. Veel internetbedrijfjes zijn alweer failliet of hun beurskoersen zijn in elkaar gestort. Een website zonder wortels in de 'oude economie' is snel ten dode opgeschreven.

De inspanningen van de economen om de 'nieuwe economie' te onderzoeken levert verderop in de bundel ook nog goed nieuws op voor 'digibeten'. Vergeet de cursus Windows. Als de computer eenmaal op het werk staat, leren werknemers er dan wel mee werken, stellen de economen B. ter Weel en L. Borghans, ook de lager opgeleiden. Het heeft dus geen zin veel geld te investeren in het aanleren van computervaardigheden. Ook is het niet zo dat lager opgeleiden weggesaneerd worden door computers. Dankzij ict ontstaat nieuw werk, ook voor lager en middelbaar opgeleiden.

mailIcon print |