*

 
dossier

Archief

Belastingherziening

Lex Oomkes − 25/01/00, 00:00

De onderstaande voorbeelden zijn doorgerekend door het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting Nibud en het belastingadviesbureau KPMG/Meijburg en Co. Een nieuw belastingstelsel doorrekenen op de inkomenseffecten is onmogelijk zonder een aantal zaken te vooronderstellen. Zo is in de rekenvoorbeelden geen rekening gehouden met pensioen- en/of Vut-premies. Alle bedragen zijn herleid tot maandbedragen. Dat heeft ondermeer tot gevolg dat het vakantiegeld door 12 gedeeld is.

Om de opbrengsten van vermogen na te kunnen gaan is ervan uitgegaan dat spaargeld 3 procent rente per jaar oplevert en obligaties (op staatsdeelnemingen) een rendement hebben van zes procent. Voor aandelen is uitgegaan van een dividend van vier procent en een koerswinst van vijf procent. Als in een voorbeeld op het eigen huis een hypotheek rust, dan is uitgegaan van zes procent hypotheekrente.

In de voorbeelden is rekening gehouden met alle wijzigingen, die, sinds de voorstellen in september vorig jaar bij de Kamer werden ingediend, alweer zijn aangebracht. Dit met uitzondering van de extra aftrek voor mensen die werk en kinderen jonger dan 12 jaar combineren. Deze maatregel kwam te laat om nog rekening mee te houden.

Voorbeeld I

De netto uitkering AOW zal puur door het nieuwe belastingstelsel omhoog gaan. Net als de bijstand is de netto-AOW gekoppeld aan het netto-minimumloon, dat door de belastingmaatregelen hoger zal uitvallen.

Met een inkomen als in dit voorbeeld komen ouderen niet in aanmerking voor de sociale ouderenaftrek, nu niet en ook niet als het nieuwe belastingstelsel van kracht is. Die aftrek is dit jaar 2569 gulden bij een maximum-inkomen van 57944 gulden. Wel profiteren beide partners van de algemene ouderenaftrek van (in 2000) 520 gulden.

De netto-inkomensvooruitgang van, in dit voorbeeld, 408 gulden voor beide partners gezamenlijk wordt vooral veroorzaakt door de andere behandeling van vermogen. De vermogensbelasting kostte in dit voorbeeld per maand 190 gulden. In die heffing werd ook het afbetaalde huis tot het vermogen gerekend. In de nieuwe vermogensrendementsheffing niet meer.

Het hogere besteedbaar inkomen wordt overigens, net als in alle voorbeelden, voor een deel weer afgeroomd door de vergroening van de belastingen, die het kabinet met het nieuwe stelsel voorstaat. De lasten worden deels van het inkomen verschoven naar consumptie (hogere BTW) en milieu-vervuilende activiteiten (energieheffingen of ecotax).

Het Nibud gaat er in dit voorbeeld van uit dat het 45 gulden van het besteedbaar inkomen afsnoept, zodat een inkomensstijging van 363 gulden (ofwel 6,9 procent) resteert.

Voorbeeld II

Een bijstandsgerechtigde heeft niet al te veel te verwachten van het nieuwe belastingstelsel. Eén van de belangrijkste motieven achter het nieuwe stelsel is immers de lasten op arbeid te verlagen. Wel leidt de koppeling tussen bijstandsuitkering met het netto-minimumloon, net als bij AOW, tot een verhoging van de uitkering.

Voorbeeld III

Tot nu toe werd de belastingvrije som van de niet-werkende partner in geval van één inkomen overgeheveld naar de werkende partner. Hier schuilt één van de grotere veranderingen. Die overdracht wordt geschrapt en in plaats daarvan krijgt de niet-werkende partner maandelijks van de belastingdienst een bedrag gestort. Het gevolg is dat het inkomen van de werkende partner (in dit voorbeeld de man) aanmerkelijk daalt. In dit voorbeeld wordt een deel van beleggingen belast, omdat het totale bedrag boven de vrijstelling voor gehuwden (2000 gulden) uitkomt. Aangenomen dat het inkomen in de tweede schijf belast wordt, betekent dat een belastingaanslag van 400 gulden. In het nieuwe stelsel vermindert die aanslag op vermogen tot 300 gulden op jaarbasis.

Voorbeeld IV

Net als in voorbeeld III is het schrappen van de mogelijkheid de belastingvrije som over te hevelen naar de partner merkbaar. Het inkomen van de hoogst verdienende daalt daardoor in het nieuwe belastingstelsel. Het inkomen van de minst verdienende stijgt daarentegen.

In dit geval is een wijziging, die op het nippertje werd aangebracht, profijtelijk. Aanvankelijk zouden mensen die minder dan vijftig procent van het minimumloon verdienen (dus ook mensen met, zoals in dit voorbeeld een kleine deeltijdbaan) niet profiteren van de nieuwe arbeidskorting.

Het totale vermogen is in dit voorbeeld niet hoog genoeg om in de vermogensbelasting te komen (vooral omdat op het huis een hypotheek rust, die even hoog is als de waarde van het huis). Wel komt het dividend op beleggingen uit boven de vrijstelling van 2000 gulden. In het nieuwe stelsel is een heffing over het vermogen verschuldigd van 110 gulden per maand.

Voorbeeld V

In dit rekenvoorbeeld is het effect van de andere behandeling van vermogen het sterkst. Belangrijkste element is het niet langer als vermogen beschouwen van het eigen huis. Dat scheelt, in dit geval, 480000 gulden aan vermogen.

Huishoudens met een dergelijke inkomenssituatie mogen dan ook op een forse toename van het besteedbaar inkomen rekenen.

Voorbeeld VI

De rente over consumptief krediet uit dit voorbeeld is in het nieuwe stelsel niet meer fiscaal aftrekbaar. Dat betekent een extra belastingaanslag van 1200 gulden. Desondanks krijgt ook dit huishouden een hoger besteedbaar inkomen. Dat komt door het omzetten van de oude belastingvrije som naar een heffingskorting. Van de heffingskorting profiteren lagere inkomens naar verhouding meer dan hogere inkomens. Dit is ook de reden dat de groei van het netto inkomen bij het laagste van de twee deeltijd-inkomens hoger is dan bij het hoogste.

Voorbeeld VII

Van de voorbeelden is dit de kampioen-inkomensstijger. Uiteraard helpt de verlaging van het toptarief van zestig naar 52 procent, maar daar zit niet de belangrijkste oorzaak. In dit fictieve voorbeeld heeft de grootverdiener niet slim belegd. In het oude stelsel werd het verdiende rendement bij het inkomen opgeteld en belast tegen zestig procent. In de praktijk zal zo iemand gebruik hebben gemaakt van de talloze mogelijkheden om die belasting te omzeilen, maar om de veranderingen zo goed mogelijk in beeld te krijgen is van die constructies afgezien.

In het nieuwe stelsel wordt dividend niet meer belast, maar wordt er een heffing van dertig procent geheven over een fictief rendement van 4 procent. Daar zit de grootste inkomensstijging in dit voorbeeld.

mailIcon print |