Miljoenen mensen hebben er hun hart aan verpand: 'Pong', het eerste en eenvoudigste computerspel. Iedereen kent wel de twee witte balkjes waartussen een vierkant balletje over het scherm suist. Wie het balletje niet binnen het scherm houdt, bezorgt zijn tegenstander een punt. Simpel, maar verslavend.
De spelletjesfanaat van nu krijgt tedere gevoelens bij de gedachte aan dit spel uit de computeroertijd. Juist die gevoelens van vertedering blijken een goudmijn voor fabrikanten met de rechten op oude computerspelletjes. Games als Pacmamn, Missile Comand, Centipede en Asteroïds beleven een come back op de golven van de almaar groeiende gamesindustrie, waarmee in de VS al meer wordt verdiend dan met het maken van films.
Zo heeft Atari, nu een onderdeel van spellengigant Hasbro, kort geleden een nieuwe versie van Pong geïntroduceerd: 'The next level.' In tegenstelling tot het origineel is het opgedirkt met felle kleuren, uitbundige muziek en bijvoorbeeld pinguins in het speelveld, die de baan van het balletje kunnen veranderen. Toch is het uitgangspunt niet veranderd. Als je de tegenstander het balletje langs jouw balkje werkt, scoort hij een punt.
De nieuwe versie voor PC en Playstation vindt gretig aftrek onder spelers die weinig zien in de huidige computergames, waar explosies, geweld en een overdaad aan drukte centraal staan. Gyz La Rivière uit Rotterdam is er zo een. Als verzamelaar van allerlei spelcomputers zweert hij ook bij de kracht van de eenvoud. ,,We zijn met de games op een punt gekomen waar je je kunt afvragen: hoe ver gaan we? Dan is het fijn om spellen te spelen waarbij vooral de eenvoud verslavend is.'
Er zijn mensen die nog veel verder gaan dan Gyz, die Pong tot 'Moeder aller computerspellen' hebben uitgeropen. Vooral op Internet zijn er ware volksstammen freaks die álles van het spel weten en met elkaar ruzieën over de werkelijke oorsprong ervan . Het is die discussie die de hoofden van de ware Pong-verslaafden beheerst. Was het Nolan Bushnell, die het eerste Pong-spel via de Atari-spelcomputer in '74 massaal aan de man bracht, of de kerngeleerde Willy Higinbotham, die in 1958 een Pong-achtig spel in elkaar zette om rondleidingen op zijn werkplek wat spannender te maken?
De meeste Pong-adepten houden het op Higinbotham, die als kerngeleerde meewerkte aan de eerste kernexplosie. Na het zien van de verwoestende effecten van een atoombom, zette Willy zich in voor het vreedzaam gebruik van kernenergie. Rond het nucleair onderzoeksinstituut bij New York, waar hij in de jaren '50 werkte, was de lokale bevolking echter niet zo overtuigd van de vreedzame bedoelingen. Om de mensen gerust te stellen verzorgde het instituut rondleidingen. Higinbotham wilde die wat opvrolijken en knutselde met wat buizen, beeldschermen en en computer van een collega de eerste videogame in elkaar. Bezoekers waren niet weg te slaan achter de immense installatie.
Higinbotham vroeg nooit patent aan, omdat hij het concept zelf 'te simpel voor woorden' vond. Hij wist toen niet dat hij de basis had gelegd voor een miljardenindustrie. Pas in 1972 kwam Philips met de Magnavox Odyssey, de eerste homecomputer voor spelletjes. Het ding flopte om allerlei redenen enorm. Toen Nolan Bushnell zich ermee ging bemoeien, groeide Pong tot astronomische hoogte. Hij richtte, met een startkapitaal van 1500 dollar zijn bedrijfje Atari op. Eerst bouwde hij Pong-kasten voor cafetaria's en speelhallen, maar in 1974 kwam er ook een spelkastje voor thuis. Pong was het eerste spel, later volgden andere klassiekers als Pacman en Frogger. De fans van Bushnell vinden dat hij de aartsvader van Pong is, omdat hij het spel aan het grote publiek wist te schenken. Higinbotham was volgens hen een prutser, die het niet de moeite waard vond zijn uitvinding tot iets algemeen bruikbaars te maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.