*

 
dossier

Archief

'Samenwerkingsschool verankeren in grondwet'

Edwin Kreulen − 18/01/00, 00:00

Een kleine school moet grondwettelijk de mogelijkheid krijgen samen te gaan met een school van een andere richting. Die doorbraak van het verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs moet wel uitzondering blijven, vindt de onderwijsraad.

,,Vaak genoemd: het kleine christelijk mavootje'', zegt N. Ginjaar-Maas, lid van de onderwijsraad en voorzitter van de raadscommissie die het rapport 'Samen verder' schreef, dat vandaag verschijnt. ,,Zelfstandig kan het niet voortbestaan en in de buurt is geen christelijke fusiepartner. Dan moet het mogelijk zijn samen te gaan met een openbare school. Je krijgt dan wel één samenwerkingsschool, maar daarbinnen moeten de oude scholen herkenbaar blijven. De oude schoolbesturen vormen een raad van toezicht en hebben een vetorecht als het gaat om nieuw personeel, of de inhoud van het onderwijs. Het moet uitzondering blijven. Uitgangspunt blijft het stelsel van bijzondere en openbare scholen.''

Het lijkt vreemd: de onderwijsraad wil nu voor de samenwerkingsschool de grondwet wijzigen, maar eerdere kabinetsplannen wees het adviesorgaan af. ,,Omdat daarin de grondwet niet werd gewijzigd'', zegt Ginjaar-Maas, oud-staatssecretaris van onderwijs. ,,En dat is volgens velen nodig. Je moet geen dingen doen die niet kunnen volgens de grondwet. Laten we proberen de staat juridisch zuiver in te richten. We hebben de wijziging wel zo beperkt mogelijk gehouden.''

Nederland kent al verschillende samenwerkingsscholen. ,,Die functioneren vaak niet slecht'', zegt Ginjaar-Maas. ,,Maar ze moeten formeel toch één richting kiezen.'' Een christelijke mavo en een openbare collega-school heten dan bijvoorbeeld ineens 'algemeen-bijzonder.' ,,Dat doet geen recht aan het feit dat beide stromingen onderdeel zijn van de school. En het is een basis die wankel kan blijken: de christelijke stroming heeft nog het recht om eruit te stappen en opnieuw te beginnen. En ook de ouders die zeggen 'wij willen in onze buurt een openbare school' staan in hun recht. Zo'n school kan snel uit elkaar vallen en dat lijkt ons niet goed. Daarom moet je in de grondwet de mogelijkheid opnemen dat een gemeente, die altijd moet zorgen voor openbaar onderwijs, dat in uitzonderingsgevallen doet via de samenwerkingsschool. Dan kan niemand meer zomaar zijn kinderen van een samenwerkingsschool halen en dan eisen dat er een nieuw schooltje komt, terwijl hij daarvoor eigenlijk te weinig leerlingen heeft.''

Hoe de samenwerkingsschool er uit moet zien, mogen de oude besturen grotendeels zelf bepalen. ,,We laten veel over aan de raad van toezicht'', zegt Ginjaar-Maas. ,,Omdat het om kleine scholen gaat, zullen meestal leerlingen van de verschillende richtingen in dezelfde klas komen. Hoe dan de identiteit tot uitdrukking komt in het onderwijs, mag men zelf weten. Ook of samenwerkingsscholen een nieuwe koepel willen maken, met een eigen onderwijsbegeleidingdienst en belangenorganisatie, of zich willen aansluiten bij een bestaande koepel, is aan henzelf.''

Omdat de samenwerkingsschool deels openbaar is, zal ze alle leerlingen moeten toelaten. Docenten die echt geen les willen geven op een school van een andere richting, hoeven van de raad niet mee naar de samenwerkingsschool.

Ginjaar-Maas heeft nog geen oplossing voor 'afvallige' kinderen. ,,Neem de leerling op een bijzondere school, waar men overgaat in een samenwerkingsschool. Als die school een openbaar alternatief houdt voor godsdienstonderwijs, bijvoorbeeld humanistisch onderwijs en die leerling wil daaraan meedoen, wat doe je dan? Leerlingen krijgen zo een extra argument het geloof ook op school los te laten. Dat is een probleem, maar dat kennen we nu ook, we moeten nu toch wel weten hoe we daarmee omgaan.''

mailIcon print |