*

 
dossier

Archief

De absurditeit van pro-Israëlisch geluid

Stan van Houcke − 18/11/00, 00:00

De voorbeelden in de Nederlandse pers zijn legio: publicisten die naar de vreemdste argumenten grijpen om het gelijk van Israël te bewijzen in zijn conflict met de Palestijnen. Zodra het de 'joodse staat' betreft, raakt het denken klaarblijkelijk in de war.

De afgelopen weken heeft het aanhoudende militaire geweld tegen een burgerbevolking het imago van Israël drastisch veranderd. Het slachtoffer is dader geworden. Afgaande op de steeds absurdere reacties van de pro-Israëlische publicisten lijkt deze omslag hen verrast te hebben.

Zo reageerde Tamarah Benima, voormalig hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, verontwaardigd op het feit dat andere Joodse Nederlanders hun eigen mening ventileren en de zelfbenoemde officiële woordvoerders niet meer accepteren. Een groepje Nederlandse Joden die de politiek van Israël verwerpen, zet een advertentie onder het hoofd 'Een ander joods geluid'. ,,Het is een misplaatste actie, voortkomend uit een misplaatst schaamtegevoel, die uitmondt in een kunstmatige tweedeling van de Joodse gemeenschap'', staat boven Benima's artikel (Podium, 26 oktober). Daarin schrijft ze over haar 'genuanceerde mening' die moet blijken uit het gegeven dat 'ik al dertig jaar tegen het nederzettingenbeleid ben en tegelijkertijd begrijp waarom orthodox-zionistische joden het bijbelse hartland niet willen opgeven'.

Benima beseft kennelijk niet dat 'een ander joods geluid' deze drogredenering doorprikt. Men kan niet tegelijkertijd voor en tegen een bezetting zijn.

Anet Bleich op haar beurt attaqueerde de dissidente groep toen ze in een Volkskrant-column uithaalde naar Anneke Mouthaan, 'initiatiefneemster van een eenzijdige, vooroordeel bevestigende advertentie in Het Parool'.

Leon de Winter typeerde 'een ander joods geluid' als 'een loos gebaar van politieke correctheid'. Zijn gecultiveerd slachtofferisme lijkt een vrijbrief te zijn geworden om in het Algemeen Dagblad de Palestijnen van het begin van de twintigste eeuw te omschrijven als 'weinig erudiete inboorlingen' bij wie het 'succes' van de zionisten 'woede, haat, jaloezie, afgunst opriepen'.

Een week later zijn in De Winters ogen Nederlandse jongeren van Marokkaanse afkomst die anti-joodse leuzen scandeerden 'een stoet wilde Noordafrikanen, tuig uit Noord Afrika'. Terwijl joodse en islamitische organisaties in Nederland besluiten om samen te werken gooit De Winter olie op het vuur door het conflict af te beelden als een strijd tussen beschaafde Joden en barbaarse Arabieren.

Op zaterdag 11 november suggereert De Winter in de Volkskrant dat in tegenstelling tot de Israëli's de Palestijnen 'geen dragers zijn van een 20ste eeuwse Europese moraal die cultuurrelativisme, respect voor het individu en de heiligheid van het leven hoog in het vaandel' houdt. Hij schreef dit op het moment dat meer dan 190 Palestijnen waren gedood en ruim 8500 gewond waren geraakt, van wie tenminste 1200 voor hun hele leven gehandicapt zullen zijn. Dertig procent van de doden en 75 procent van de gewonden is minderjarig, slachtoffers van onder andere Israëlische sluipschutters.

Over de inzet van deze elite schreef de vooraanstaande Israëlische vredesactivist Uri Avnery: ,,Het is duidelijk dat deze methode werd geoefend tijdens de trainingen die voorafgingen aan het conflict''. Omdat het leger de autonome gebieden niet in kan, worden sluipschutters ingezet om de opstand de kop in te drukken.

Uit de reactie van de pro-Israëlische publicisten valt af te lezen waarvoor ze staan. Mensen die zich in het verleden progressief voordeden blijken ineens allerlei reactionaire opvattingen te koesteren zodra het om 'de joodse staat' gaat. Over de oproep van 'een ander joods geluid' stelt Benima in haar Trouw-artikel dat 'anders dan de advertentie suggereert, die vredesbeweging niet zeer actief is, maar op sterven na dood'. Ze doet voorkomen alsof de Israëlische vredesactivisten nu beseffen dat ze het in het verleden verkeerd hebben gezien en dat Arafat niet te vertrouwen is. Nog geen drie weken later, maandag 15 november, bericht de Herald Tribune dat Yossi Sarid, leider van de gematigde Meretz-partij, tegen Joodse kolonisten heeft verklaard: ,,Wij zijn van mening dat het nederzettingenprogramma het meest domme ding is dat de zionistische beweging ooit heeft ondernomen.'' Uit het artikel wordt duidelijk dat na de eerste schrik de vredesactivisten zich weer beginnen te roeren.

Op 15 november schreef de Israëlische krant Haaretz dat na vijf weken geweld 'ongeveer drie miljoen Palestijnen in de schaduw van de dood leven' en door de belegering van hun bevolkingscentra gebukt gaan onder 'een toenemende economische malaise en de ontwrichting van het openbare leven'. Dit soort compassie brengen kennelijk alleen Israëlische journalisten op.

mailIcon print |