*

 
dossier

Archief

Oost-Timor zoekt moeizaam naar verzoening

Minka Nijhuis − 11/02/00, 00:00

Iedere dag keren er honderden Oost-Timorezen vanuit West-Timor terug naar hun vaderland. Ze komen uit kampen waar pro-Indonesische milities de dienst uitmaken. Het maandenlange verblijf daar heeft zijn uitwerking niet gemist. Als schuwe dieren kruipen de gerepatrieerden uit de vrachtwagens bij het dorpje Batugade, net over de grens, in Oost-Timor. ,,Is het hier echt veilig?'', vragen ze. Ze dragen sjofele kleding en zijn bijna allemaal blootsvoets. De kinderen zien er mager uit en hebben huidziekten. Allemaal blijven ze angstvallig uit de buurt van de journalisten en geven bedremmeld antwoord op de vragen van het opvangteam.

In augustus verwierp de Timorese bevolking in augustus met grote meerderheid het voorstel van Jakarta om Oost-Timor autonomie te geven bínnen het Indonesische staatsbestel. Onmiddellijk daarna begonnen pro-Indonesische milities en het Indonesische leger met de gewelddadige deportatie van zo'n 200 000 tot 250 000 Oost-Timorezen - ongeveer een derde van de bevolking - naar het aangrenzende West-Timor.

De verdrevenen moesten dienen als een gegijzelde 'achterban', met het doel de uitslag van het VN-referendum ongeldig verklaard te krijgen. Internationale druk verstoorde die plannen. Inmiddels zijn onder internationaal toezicht zo'n 140 000 vluchtelingen teruggekeerd.

Het gaat moeizaam. De UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), hebben nog steeds slechts beperkt toegang tot de kampen. En de milities voeren een propandacampagne om de vluchtelingen van terugkeer te weerhouden. Zij verspreiden geruchten: de bevolking in Oost-Timor zou geterroriseerd worden door de internationale troepenmacht Interfet, en de Oost-Timorese leiders zouden onderling strijd leveren. De propaganda mist niet helemaal haar doel: ,,Is het echt wel veilig hier?'' vragen een paar jongemannen als ze hun schuchterheid hebben overwonnen.

Het leven is stiller dan voorheen in de gehavende dorpen van Oost-Timor. Bij de kantoren van het Internationale Rode Kruis hangen lange lijsten met namen en foto's. Het opsporingsprogramma van de VN-radio is een van de meest beluisterde. De Oost-Timorezen zijn nog steeds en masse op zoek naar familieleden. Internationale deskundigen openen het ene graf na het andere. Er zijn rond het referendum zeker honderden omgekomen, misschien zelfs duizenden.

In West-Timor verblijven verdrevenen, maar ook duizenden pro-Indonesische militieleden met hun gezinnen. Velen van hen overleven als handelaren in smokkelwaar, lucratief nu de grens tussen West- en Oost officieel nog gesloten is.

In de volgepropte bus van de grensplaats Atambua naar de West-Timorese hoofdstad Kupang reageren ze stug en argwanend. Een enkeling wil kwijt niet van plan te zijn terug te keren. Zodra de bus in een donkere buitenwijk van Kupang stopt, omringen potige jongemannen het voertuig. Ze beginnen wild op de ruiten te slaan en schreeuwen in Tetum - de Oost-Timorese nationale taal - als ze een buitenlander in de bus ontwaren.

De militieleden bevinden zich in een precaire situatie. De lokale bevolking in de berooide Indonesische provincie West-Timor ziet hen als ongewenste concurrenten. Het Indonesische leger, dat hen op Oost-Timor gebruikte voor het vuile werk opdat het geweld een intern conflict zou lijken, kan hen niet meer gebruiken. Terugkeren naar huis is ook niet zonder risico. Officieel luidt in Oost-Timor het motto verzoening. Maar hoe dat moet. . . Bisschop Belo roept de milities op naar huis te keren en hun daden te bekennen in ruil voor vergiffenis. Politieke leiders als Xanana Gusmao en Jose Ramos-Horta staan een beleid van verzoening voor. Maar Ramos Horta vindt dat de schuldigen niet alleen hun daden moeten opbiechten, maar ook berecht moeten worden. De stemming in de straten is bovendien ver verwijderd van die ruimhartige tolerantie. De VN-politie Civpol meldt dat teruggekeerde vluchtelingen in hun dorpen regelmatig worden aangevallen.

Een paar weken geleden werden er voor het eerst acht Oost-Timorese rechters en twee openbare aanklagers beëdigd, in een geplunderde en onttakelde rechtzaal. Zelfs de nieuwbakken rechters geven toe dat het wennen is, het idee dat terugkerende militieleden recht hebben op een eerlijk proces. ,,Ik heb altijd aan de kant van de slachtoffers gestaan'', zegt Jacinta da Costa, die voorheen voor een non-gouvernementele organisatie werkte.

De afgelopen maanden zijn honderden verdachte milities opgepakt, maar de meesten werden weer vrijgelaten. Een tiental wordt op een zwaarbeveiligde locatie vastgehouden.

In de Timorese nationale raad, die door het tijdelijk VN-bestuur wordt geraadpleegd, zijn drie van de vijftien zetels voor vertegenwoordigers van de pro-Indonesische autonomiebeweging. Maar de enige leider van een pro-autonomiepartij, die na zijn vlucht naar Jakarta is teruggekomen en aan het overleg deelneemt, is Salvador Soares, de voormalige hoofdredacteur van het dagblad STT, De Stem van Oost-Timor. Hij oogt vermoeid en ongemakkelijk. Officiële interviews weert hij af. Hij heeft VN-lijfwachten en woont niet in een huis, maar in het drijvende hotel dat in de haven van de hoofdstad Dili ligt.

mailIcon print |