*

 
dossier

Archief

'Euthanasiezaak proefproces'

Van onze verslaggever − 17/10/00, 00:00

Huisartsen mogen geen hulp bij zelfdoding verlenen zonder dat sprake is van een levensbedreigende lichamelijke aandoening of een ernstige psychiatrische kwaal.

Dat vindt officier van justitie T. Bot. Daarom eiste hij gisteren drie maanden voorwaardelijke celstraf tegen de huisarts die PvdA-senator E. Brongersma in 1998 hielp zijn leven te beëindigen.

Het is een bijzondere strafzaak. Niet omdat het gaat om een senator en openlijk pleitbezorger van pedofilie, wel vanwege de redenen waarom de arts inging op diens verzoek.

Ernstige kwalen had Brongersma niet, maar hij takelde af terwijl vrienden en familieleden wegvielen. Na zijn politieke en maatschappelijke loopbaan sleet hij zijn dagen in ledigheid. ,,Hij was levensmoe en doodop. Hij kon niet meer'', zei advocaat M. Oosting, raadsvrouw van de huisarts voor de rechtbank in Haarlem.

,,Dat geldt voor veel ouderen'', bracht officier van justitie Bot daar tegenin. ,,Het leven versmalt zich, maar is niet afgelopen.'' Vraag is of veroudering, aftakeling en de vrees om niet meer zelf over leven en dood te kunnen beschikken, redenen voor hulp bij zelfdoding mogen zijn. Nee, vindt het openbaar ministerie.

Volgens Bot was van een noodtoestand geen sprake. Dit laatste is wel een wettelijk vereiste. Bot: ,,Deze huisarts is gewoon een grens overgegaan.''

Maar dat is niet de reden voor deze strafzaak, denkt raadsvrouw Oosting. Volgens haar wil het OM duidelijkheid scheppen over het begrip 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden' in de euthanasiewetgeving, en gaat het dus eigenlijk om een proefproces, maar daarvan mag haar cliënt niet het slachtoffer worden. Oosting stelde dat Brongersma ondraaglijk leed en dat de huisarts volgens het boekje handelde.

Uitspraak op 30 oktober.

mailIcon print |