*

 
dossier

Archief

Dame

Cornelis Verhoeven − 20/01/00, 00:00

In mijn studietijd, vooraan in de jaren vijftig, wisselden wij nog wel eens titels uit voor de meesterwerken die wij van plan waren te schrijven. Een van de onderwerpen die ik heb onthouden, werd aangekondigd als 'fenomenologie van de dame'.

Ik geloof niet dat het bijbehorende meesterwerk ooit is geschreven. Ik vind dat jammer en ik probeer te begrijpen, waarom zo'n boek nu alleen maar tot een schouderophalen zou leiden. Want 'fenomenologie' is te moeilijk uit te spreken en wetenschappelijk een te vage aanduiding om nog serieus genomen te worden; en het woord 'dame' is verbannen naar een bekakt en ritueel taalgebruik.

Niemand wil nog een dame worden genoemd, dus het enige waar nog wat over te fenomenologiseren valt, is het woord. Want, wat we ook denken over die jaren, meer heeft die hele dame waarschijnlijk ook nooit voorgesteld; en dat zou in het meesterwerk natuurlijk ook aan de orde zijn gesteld. Het zou zeker niet overlopen van respect en helemaal niet passen in een vrouwencultus. Het zou eerder een ontmaskering worden van de schijn dan een beschrijving van verschijnselen.

Een dame was vooral een vrouw die aanspraak maakte op zo'n zwierige bejegening. Als ze die rol goed speelde, kreeg ze de titel van 'echte dame' en genoot zij een zo groot respect dat de lol er helemaal af was.

Mijn standpunt, destijds bij het bier parmantig uitgesproken en nu een voorwerp van weemoedige reflectie, is dat die hele diepzinnigheid en vrouwenkennerij een gevolg was van de betekenis die het woord van huis uit heeft, en waardoor het voorgoed gestempeld is. Als we het over een dame hebben, dan hebben we het over de betekenis van een woord. Beschouwingen over een 'echte' dame zijn te vergelijken met bespiegelingen over de vraag, hoe de stem van een echte fee wel zal klinken. De heer is niet de chique figuur of de galante ridder, maar de baas van het spul, en 'dame, is het woord waarmee de 'domina' of de bazin van de baas, de dominerende figuur werd aangesproken en als superieur erkend. Zo is 'mevrouw' nog duidelijk 'mijn vrouwe' of 'mijn meesteres'.

Uit een soort van beleefdheid, die vol zit met sintels van uitgebluste onderdanigheid, duiden wij iemand aan als onze meerdere zonder dat het ook maar een ogenblik bij ons zou opkomen ons aan de wil van die zogenaamde, dus louter verbaal aldus aangeduide, meerdere te onderwerpen. Zowel 'dame' als 'mevrouw' lijken producten te zijn van een wat slordige uitspraak die moet voorkomen dat zij nog ooit letterlijk worden verstaan en iets echts moeten aanduiden.

mailIcon print |