Aan de linkerkant zitten twintig zware criminelen, aan de rechterkant nog eens tien. De predikant, bij wie we deze viering in de gevangenis te gast zijn, heeft geprobeerd ons gerust te stellen. Hij is nooit bang, tussen deze zware jongens. De predikant is een smalle man met een zachte stem. Hij heeft altijd zijn gitaar bij zich. Hij wijst op de microfoon. Die heeft hij nodig om zich verstaanbaar te maken, want zo hard schreeuwen als de boeven of de bewakers, kan hij niet.
Hij is de onverstoorbaarheid zelve. De langgestraften en de tbs-ers waaruit zijn gemeente deze ochtend bestaat mogen de gekste dingen roepen, zoals 'de duivel is een homo', nota bene als antwoord op de vraag of ze onlangs nog een goed bericht hebben gehoord, de dominee weet alles rustig om te buigen en in te passen in het verhaal van vandaag.
Deze dominee overvallen, nee daarvoor kan een beetje boef zich niet op de borst kloppen. Zijn maten zullen hem meewarig aankijken. Ben jij nou een vent? Misschien is het wel om dezelfde reden dat de helft van het personeel hier uit vrouwen bestaat.
Uit het electronische orgel klinkt het voorspel van een lied. De vertrouwde klank van het tremolo neemt niet de dreiging weg die er van de groep gedetineerde kerels uitgaat. In de ogen van de buitenstaander tenminste. Er zitten weliswaar wat oudere heren tussen, keurig in het pak met zondags pochet, maar de rest geeft te denken.
Wat een verschil met de vrouwengevangenis. Daar krijg je vooral medelijden en het deprimerende gevoel dat er slachtoffers voor het leven zitten. Niet alleen omdat, die keer dat we op bezoek waren, er een paar jonge meiden bij waren met een baby op schoot, maar vooral omdat ze er bij zaten als geslagen honden. Daar werden geen vrolijke knipogen uitgedeeld, zoals hier bij deze breedgeschouderde boeven.
De mannen brommen wat mee met de electronische vox humana: 'Bewaar ons o Heer en kijk naar ons om' en langs een wonderlijke kronkelweg komt de laatste kinderverjaardag in gedachten. Zeven jongetjes van zeven en binnen vijf minuten lagen ze allemaal bovenop elkaar en was het een vechtende kluwen. Toen na een tijdje de kluwen afgepeld was, bleek onderop het kleinste jongetje te liggen. Huilend en erg rood. De rest had er niets van gemerkt.
Dat gebeurt bij meisjesverjaardagen nooit. Daar ontstaan geen kluwen, daar ontstaan groepjes, en wie nergens bij hoort gaat stil in een hoekje zitten mokken. De rest doet alsof ze dat niet in de gaten heeft.
Je hoeft maar naar jongens en meisjes op een partijtje te kijken om te weten dat ze zich in de gevangenis ook verschillend gedragen. En dat ze er om andere redenen in komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.