*

 
dossier

Archief

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 15/01/00, 00:00

Ik speelde al dagen met het idee om definitief met de geinstitutionaliseerde aanstelleritis af te rekenen waarin dit land zich al dagen met veel zelfmedelijden wentelt. De woorden golf, epidemie, influenza, koorts of (onder de) wol komen al zeventien jaar niet meer in mijn woordenschat voor.

Ik ben ook de mening toegedaan dat de griep zijn slachtoffers nooit willekeurig treft, maar dat het de patienten zijn die deze zogenaamde aandoening zorgvuldig uitnodigen. Op bejaarden en schoolkinderen na is influenza de simulatiekwaal bij uitstek. Het virus gedijt het liefst in lui zitvlees en slappe knieën. Zodra het woord epidemie valt wordt de overheid altijd als eerste gedecimeerd. Op ministeries, energie- en vervoerbedrijven, bij publieke omroepen en belastingkantoren vallen ze werkelijk als vliegen in hun warme nest terug. Dan komen de huisvrouwen aan de beurt die geen zin hebben in hun zware dagtaak: het ontdooien van het Iglo-avondprakkie in de magnetron. En vervolgens krijg je alle kleine Pinochets die door middel van de griep iets proberen te ontlopen en de Maradona's die kreunend en niesend om aandacht schreeuwen. Kortom er bestaat geen griep, er zijn alleen grieperige aanstellers. Hebt u ooit gehoord van een generaal die wegens griep zijn geplande offensief afblaast? Van een politicus die zijn verkiezingscampagne in bed voortzet? En toch moeten we op voorpagina's vernemen dat half Nederland door de slinkse beestjes is gevloerd. Kijk door het raam en overtuig u zelf. Griep? Hemelgeschenk voor luie tv-journalisten die de neus van hun vrouw rood verven, ze met dwingende hand onder de dekens manoeuvreren, terwijl stagiaires van het NOS-journaal het nachtkastje met lege medicijnendoosjes versieren. Zo krijg je om acht uur iedere avond een goedkoop item en Truus voor het eerst in haar leven op het scherm.

Ik was dus van plan definitief met het snotgedoe af te rekenen totdat ik merkte dat ik anderhalf uur over de eerste zin van dit stukje had gedaan. Rood hoofd, misselijk, ademhalingsprobleem. De Van Dale kon ik ook al niet meer gebruiken, want plots woog hij 62 kilo. Tussen bijna ieder getikt woord rende ik bezweet naar het toilet en na elke voltooide zin nam ik een kwartier rust op de dichtstbijzijnde matras. Eigenlijk heb ik nooit iets met generaals en politici gehad. En mijn lievelingssportheld heet Gianni Romme.

mailIcon print |