*

 
dossier

Archief

As in de mond

Willem Breedveld − 20/04/01, 00:00

Bijna een kwart eeuw is er evenwichtig en bij vlagen intensief gedebatteerd over een zekere acceptatie van het doden op verzoek. Dit alles is uitgemond in een euthanasiewet. Tot tevredenheid van velen, voor een minderheid echter een stap te ver. Maar hoe dan ook is er grondig over nagedacht. Het is daarom verbijsterend om te zien hoe dit debat de laatste paar maanden toch nog is ontspoord. Voorstanders, tegenstanders en zelfs genuanceerde denkers roepen ineens de wildste dingen, zodat deze wet de natie alsnog tot as in de mond lijkt te zijn geworden.

Waar ging het fout? Misschien wel toen voorstanders deze 'Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding' gingen zien als een volledige legalisering van de euthanasie. Dit bleek duidelijk tijdens de behandeling van deze wet in de Tweede Kamer. In diezelfde week ontsloeg de Haarlemse rechtbank een arts van rechtsvervolging die de oud-senator van de PvdA, Brongersma, had geholpen om er tussenuit te stappen, omdat hij het leven moe was. Zowel de PvdA, als D66, maar ook GroenLinks reageerden enthousiast op deze uitspraak. Die zou geheel passen in de opzet van de nieuwe wet. Tot enkele dagen later minister Korthals een domper op de feestvreugde zette. En gelijk had hij. In de nieuwe wet wordt vooral de bestaande praktijk gehonoreerd, dat euthanasie onder omstandigheden mogelijk moet zijn. En in die praktijk konden de meeste Nederlanders zich wel verenigen, tot de Haarlemse rechtbank de criteria van uitzichtloosheid en ondraaglijk lijden subjectief noemde en de beoordeling daarvan in feite aan de patiënt zelf overliet. Voor veel Nederlanders was dat een brug te ver.

Tot overmaat van ramp verwelkomde minister Borst een week na de aanvaarding van deze wet een nieuwe discussie over de terbeschikkingstelling van een zelfmoordpil. Aan hoogbejaarden 'die zich te pletter vervelen, maar zich helaas niet dood verveelden'. Zo'n minister kan daarna honderd keer zeggen dat levensmoeheid niets te maken heeft met deze euthanasiewet en een geheel nieuwe discussie vergt, ze heeft daarmee de wet in het voor velen bedreigende perspectief gezet, dat de autonome mens in absolute zin over zijn eigen leven moet kunnen beschikken.

Feit is ook dat de tegenstanders van de wet steeds radicaler werden. Er doken vergelijkingen op met nazi-praktijken in Duitsland, Nederland zou van God los zijn geraakt. Met deze uitspraken bevestigden zij in feite alleen maar de foute veronderstelling van de radicale voorstanders als zou met deze wet de euthanasie volledig gelegaliseerd worden. In Nederland kan en wordt niet uit de losse pols geëuthanaseerd. Sterker nog, ieder geval dient te worden getoetst, weliswaar door een lekencommissie. Maar die zou wel eens streng kunnen uitpakken. Hoe dan ook is het nog maar de vraag of artsen nu wel bereid zijn te melden.

Ten slotte gingen ook de genuanceerde denkers kopje-onder. Het CDA was nooit tegen euthanasie. Het was wel tegen deze wet, onder meer omdat zij voor nabestaanden de gang naar de rechter bijna onmogelijk maakt. Het oordeel van de lekencommissie is definitief. Alleen twijfelgevallen worden voorgelegd aan het OM. De laatste maanden is het CDA echter ook hard gaan roepen. Bij vlagen riep deze partij zo herinneringen op aan de uitglijder van Hirsch Ballin die in 1994 zei dat mongooltjes bij Paars niet in veilige handen zijn.

Wat resteert is een land dat zijn nek ver uitgestoken heeft om het onmogelijke te regelen. In euthanasiezaken is immers geen één geval hetzelfde. Hoe die verscheidenheid in een algemene regel te vatten en te toetsen? De meeste landen zijn de discussie over dit heikele onderwerp daarom uit de weg gegaan. Des te prijzenswaardig dat Nederland die discussie wel aandurfde. Maar als gezegd, met dit gekrakeel vergaat het je alsnog tot as in mond.

mailIcon print |