Minister Herfkens (Ontwikkelingsamenwerking) heeft een bom geplaatst onder het zo zorgvuldig opgebouwde 'poldermodel' van de Nederlandse ontwikkelingsamenwerking. Vier grote hulporganisaties -het katholieke Cordaid, de interkerkelije ICCO, het humanistische HIVOS en het onafhankelijke Novib- moeten Foster Parents Plan (FPP) geheel tegen hun zin accepteren als vijfde medefinancieringsorganisatie.
Hulporganisaties
De grootste blunder uit haar bestaan als minister, noemt wetenschapper Paul Hoebink de beslissing van Herfkens over over Foster Parents. Novib's directeur Sylvia Borren gaf vroeger in het buitenland hoog op over de democratie in Nederland. Dat verhaal wil ze, zo blijkt uit haar Nieuwjaarstoespraak, niet meer vertellen. Herfkens heeft in haar ogen de Nederlandse hulporganisaties gedegradeerd tot onderaannemers van het regeringsbeleid. En met haar besluit Foster Parents Plan dezelfde status te geven als de Novib is ,,het proces van versnippering ingezet en kan het spel van verdeel en heers beginnen''. Het kraakt in de sector zoals het tijdenlang niet gekraakt heeft. Geen reden voor, vindt Herfkens zelf.
Sinds haar aantreden in augustus 1998 heeft Herfkens vrijwel alle afzetkanalen op hun bijdrage aan armoedebestrijding in de wereld getoetst. Een deel van de VN-organisaties, zols Unesco, is op het vlak van de armoedebestrijding door de mand gevallen. De Wereldbank is sterk boven komen drijven en de steun van de Nederlandse regering aan regeringen in arme landen is gesaneerd. Eenentwintig landen zijn waardig bevonden om nog bilaterale steun van Nederland te krijgen. Wat over blijft is de beoordeling van de Nederlandse hulporganisaties. Wordt er net als in 1973 onder minister Pronk getornd aan de autonomie van de confessionele organisaties Cordaid en ICCO, de onafhankelijke Novib en Hivos?
Herfkens: ,,Sylvia Borren (Novib,red) daagt mij uit in discussie te gaan. Maar een jaar geleden heb ik hun al deze handschoen toegeworpen. Dat was begin januari met de Novib-speech. Blijkbaar heeft mijn handschoen er een jaar over gedaan om aan te komen. Toen al heb ik stevige dingen gezegd over de rol van het middenveld.''
Blijkbaar heeft het besluit om Foster Parents Plan tot de vier toe te laten meer effect gehad?
,,Dat is dan kennelijk door de organisaties beschouwd als de eerste daad van mij om de handschoen op te pakken. Op het moment dat ik besluit wat ik via regeringen aan hulp wil bieden, is dat ook een besluit over wat ik via niet-gouvernementele organisaties wil doen. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Het was niet mijn bedoeling om die discussie te openen via Foster Parents Plan.
Bij FPP heb ik domweg de subsidiewet toegepast. Die wet is niet van mij, die was al ingediend voor ik aantrad. Aan de criteria van die wet voldoet Foster Parents Plan. Met de toetreding van FPP zou het hek van de dam zijn omdat er nu wel tweehonderd andere organisaties zijn die ook aan de criteria zouden voldoen? Ik zou er geen enkele weten. En ik ken het Nederlandse middenveld behoorlijk goed. Geen een. FPP is een professionele organisatie, werkzaam in meerdere sectoren en in meerdere continenten, met een enorme verankering via de 350000 donateurs in Nederland en met een uniek invalshoek, de kinderen.''
Gericht op kinderen, maar FPP heeft nooit meegedaan aan acties tegen kinderarbeid.
,,Ik ben de laatste acht maanden anders over FPP gaan denken. Ze proberen kinderen mondig te maken. Aan een maatschappij met mondige burgers leveren ze een goede bijdrage. Dat FPP de status van medefinancieringsorganisatie heeft aangevraagd, betekent ook dat ze uit haar isolement wil komen.''
Sinds de oprichting van de medefinancieringsorganisatis in 1964 zijn ze jarenlang een erkend goed functionerend afzetkanaal geweest voor belastinggeld. De vier fungeerden als een selectie-orgaan voor veel Nederlandse organisaties die overheidsgeld wilden voor projecten in Derde Wereldlanden. Hun verwijt is nu dat u hun autonomie gaat aantasten.
,,Dat is onzin. Dat bestrijd ik. Ik zie niet in hoe je een relatie kunt leggen tussen mijn besluit om FPP tot de vier toe te laten en een eventuele aantasting van hun autonomie. Ik praat met hen over een rol- en taakverdeling. Sylvia Borren verwijt mij dat ik ze geen rol toebedeel in die 21 landen die nog voor regeringssteun in aanmerking komen. Dat is onjuist. Ik heb ze gevraagd om juist in die landen te blijven. In veel van die landen ontbreekt het totaal aan een onafhankelijk middenveld. Aan versterking van dat middenveld kunnen de Nederlandse organisaties bijdragen. Waar ik me grote zorgen over maak in een land als Oeganda, is dat er geen onafhankelijk organisaties zijn. Massamobilisatie wordt daar gedaan door de regering en we hebben in Nicaragua, met de Sandinisten, gezien waar dat toe leidt.''
Gaan ze dat middenveld dan organiseren met geld van de Nederlandse belastingbetaler?
,,Ik zie niet in waarom bij alles wat ik ze vraag een wedervraag moet komen voor extra geld. De organisatie's geven zelf toe dat ze te weinig in de landen beneden de Sahara zitten. Maar elke keer als ik ze vraag om daar meer aandacht aan te besteden, vragen ze om meer geld. Haal ik hun autonomie onderuit als ik met ze een gesprek voer over waar ze zich op zouden moeten richten?
De overheidsteun aan de vier, straks vijf organisaties, is gekoppeld aan de waarde van het bruto binnenlands product. U krijgt 0,8 procent daarvan, de medefinancieringsorganisaties krijgen op hun beurt 10 procent van die 0,8. Dat komt neer op 650 miljoen gulden. Discussie over de verdeling verliep soepel omdat het bbp steeds groeide. Daar kan verandering in komen.
,,FPP vraagt nu nog niet de helft van de groei. Ze vragen in eerste instantie iets van tien miljoen. De suggestie dat bij de vier andere ontslagen moeten vallen, omdat FPP er bij komt is onjuist. Ze krijgen jaarlijks met zijn vieren 85 miljoen er bij. Dat wordt nu misschien zestig miljoen voor de vier. Is dat nu inschikken?''
Uitgesproken positief bent u over de Wereldbank als bestrijder van armoede. Gaat daar straks het meeste geld van uw begroting naar toe? In uw eigen blad IS wordt uw relatie met Bank-topman James Wolfensohn bestempeld als 'Jim dear en Eveline dear'?
,,Dat zal dan geen bewust beleid zijn. Als ik iets gedaan heb, dan is het zorgen dat het kanaal van de Verenigde Naties wordt versterkt. We moeten niet steeds het wiel willen uitvinden. Als Indonesië meer aan corruptiebestrijding wil doen en ik pak dat ook op, dan blijkt de Wereldbank daarvoor de fondenbeheerder te worden. Ik geef dan geen geld aan de Wereldbank maar aan Indonesië. Het is niet mijn bewuste beleid om te knijpen op de hulporganisaties en de bilaterale steun en om dat geld dan te geven aan de Wereldbank.''
Feitelijk zal dat zo wel gaan.
,,Dat zullen we dan wel zien. Het is toch raar om dingen zelf te gaan doen als de zaken goed lopen. De internationale gemeenschap gaat eindelijk beter functioneren. Vroeger werd de Wereldbank gewantrouwd en de VN-organisaties waren niet professioneel genoeg. Maar als er een doorbraak is en sinds vijftig jaar die organisaties wel samenwerken, moet ik dan blijven zeggen: We willen aan de heilige drie geldstromen multilateraal, bilateraal en particulier niet komen? Het zou goed nieuws zijn als we dat wel deden, want dat betekent dat de multilaterale hulp eindelijk goed werkt.''
De macht wordt door u, en dat is onder meer de kritiek van de Novib, te veel bij de staat gelegd en de elites die die staat vormen. Veranderingen vinden daardoor niet plaats en van de economische groei, bijvoorbeeld in Afrika, profiteert slechts een toplaag.
,,Waar ik me in de jaren negentig sterk aan geërgerd heb, is dat er weinig Afrikaanse staten waren met legitieme regeringen. Die landen in Afrika die wel wettelijke regeringen hadden, zijn door onderfinanciering onderuit gegaan. Regeringen kregen domweg niet de financiële middelen om te doen wat ze beloofden. En dat door teruglopende bijdragen, ook van Nederland. Het wordt tijd voor steun aan landen als Mozambique. Dat betekent niet dat er in die landen geen maatschappelijk middenveld moet zijn, integendeel. Hulporganisaties als de Novib moeten daar aan meebouwen.''
Uit de reacties van de Nederlandse hulporganisaties blijkt een zekere vrees dat u het systeem wilt liberaliseren. Dat u ze en rol als aannemer opdringt?
,,Absoluut, niet. Dit is iets dat mij persoonlijk steekt. Dat suggereert dat hulporganisaties in mijn beleid uitsluitend uitvoerders van overheidsbeleid zijn. Ik verzet me met iedere vezel daartegen. Als het gaat om humanitaire hulp kan het vaak niet anders. Maar die organisaties moeten ruimte houden voor eigen beleid, ruimte om mij aan te vallen. Ze moeten me aanvallen op het feit dat schuldverlichting voor de arme landen wordt betaald uit de fondsen voor structurele ontwikkelingshulp en op het feit dat Nederland mooie standpunten heeft over handel met ontwikkelingslanden, maar we er niks van klaarmaken in Brussel.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.