*

 
dossier

Archief

Veranderd

Masoeme − 03/01/00, 00:00

Voor de derde keer in elf jaar kwamen haar ouders uit Iran op bezoek. Tientallen kilo's boven de toegestane hoeveelheid bagage hadden ze bij zich, waaronder als geschenkjes veel Iraanse producten. Hun visum en verzekering golden drie maanden en hun bedoeling was om zolang te blijven. Gezien hun leeftijd en de onzekerheden van het leven, zouden ze immers hun dochter, schoonzoon en kleinkinderen misschien wel nooit meer zien.

Vroeger droeg hun dochter altijd een hoofddoek en in het begin gingen zij en haar man alleen om met mensen van hun eigen politieke richting; een strengheid die ze een paar jaar volhielden. Over de eerste Iraniër die hier een hond aanschafte, spraken ze negatief: ,,Bah, vies. Die gaat westerse gewoonten nadoen.'' Alles veroordeelden ze snel en dikwijls reageerden ze met misprijzen: ,,Is dit een Iraniër? In zo'n korte broek?''

,,Laat iedereen toch zijn gang gaan'', was mijn reactie, waarop ik dan weer als commentaar kreeg waarom ik zulke mensen verdedigde. Om die reden ging ik minder met hen om. En vele Iraniërs die dit gedrag meemaakten ('erger dan de Hezbollah') gaven dezefde alternatieve straf van minder met hen omgaan.

Met het opgroeien brachten hun kinderen ander gedrag binnen. De sancties die hun wereldje verkleinden en vooral hun kinderen brachten een beetje emancipatie in dat gezin. Want, als je de boom niet krijgt, moet je de takken pakken, zegt een Iraans spreekwoord.

Zo veranderden ze zoetjesaan tot moslims in de polder. Drie jaar geleden kwamen daarvan de eerste tekenen: het hoofddoekje kwam frivoler iets naar achteren, de mouwen werden wat korter, je vernam minder commentaar op gedrag van anderen. En twee jaar geleden kochten ze zelfs een grote hond. Ineens waren honden de liefste dieren voor de mensen.

Van de ene op de andere dag leken ze een mullah die een ander geloof aannam; zoiets kun je niet geloven, dat moet je zien. De westerse invloed is te zien aan dingen als: films op tv blijven bekijken, ook als er in wordt gevreeën. Maar intussen is ook het respect voor haar eigen ouders minder geworden. Ze is nu soms ronduit brutaal tegen haar moeder.

Ik ben een paar keer met hen gaan winkelen. Haar moeder had van alles nodig en kende de merken van crèmes, lippenstift, parfums. Regelmatig winkelde ze alleen. ,,Heb je nou nooit eens een dagje vrij?'', vroeg ze haar dochter. Maar die werkte in ploegendienst en nam nooit vrij.

Toen haar moeder nog wat cadeautjes voor het thuisfront wilde kopen (het is onze gewoonte dat je van een reis flink wat meeneemt), zei haar dochter op felle toon: ,,Die kun je ook dáár kopen! Is wat we gekocht hebben nou nog niet genoeg? Straks moet ík het overgewicht betalen!''

Haar ouders zijn geen drie maanden gebleven. Toen de vakantie van hun dochter naderde, zijn ze weggegaan, uit vrees voor botsingen. Met een smoesje over vader's hartklachten ('als hier wat gebeurt...') gingen ze al na twee maanden terug naar Iran. Bij ons zeg je in zo'n situatie de echte reden niet; je draagt je pijn en verzint een smoesje. ,,Mijn dochter is erg veranderd'', zei ze tegen mij. ,,Haar kinderen doen kattig en wij krijgen straf. Ik denk niet dat ik ooit nog naar Holland kom. Niet alleen die hond - een hele revolutie heeft hier plaats gevonden.''

De dag voordat hun ouders van Schiphol zouden vertrekken, werd voor Iraanse en Nederlandse vrienden een goodbye party georganiseerd. Zoveel verdriet, maar toch: muziek, handengeklap en dansen.

,,Gelukkig heb ik nog een zoon in Iran'', zei die moeder tegen mij. Nee, die zie ik nooit meer komen. Voor wie zou ze dat doen?

Masoeme Abbrin

mailIcon print |