*

 
dossier

Archief

De crèche met een stempel

Edwin Kreulen − 04/12/00, 00:00

De kinderopvang is volwassen geworden en wil dat laten zien: de eerste lichting dagverblijven is al opgegaan voor een heus crèchekeurmerk. Ze krijgen daarvoor een soort particuliere inspecteur op bezoek, die niet alleen alle dossiers navlooit, maar ook controleert of de melk en pindakaas niet bedorven zijn. De Tweede Kamer bespreekt vandaag een kabinetsplan dat ouders meer vrijheid geeft bij de beslissing aan wie zij hun kind toevertrouwen.

Kim is als eerste bij de deur als die openzwaait en een man in een net pak naar binnenstapt. De peuter maakt graag contact met volwassen mensen hebben. De man stapt over de Lego-brokken heen, kijkt in het rond en ziet de uitgestoken hand van Kim. Hij lacht vriendelijk en schudt haar hand. ,,Hallo, ik ben Jaap'', zegt hij.

De kleine twintig kinderen die aanwezig zijn in kinderdagverblijf Sebastiaan in het Rotterdamse Hillegersberg, zien wel vaker net pakken. Maar die komen meestal pas aan het einde van de dag, hun kinderen ophalen. Jaap Schepers heeft die tijd al weer achter zich liggen en komt deze ochtend voor iets anders: hij wil weten of Kim en de andere kinderen op het dagverblijf wel goed worden opgevangen. Ingewikkelder geformuleerd: of de crèche eigenlijk wel voldoet aan de HKZ-norm voor de kinderopvang, een ingewikkeld boekwerk aan eisen voor zorginstellingen dat de dagverblijven, in overleg met onder andere de belangenvereniging van ouders, zelf hebben aangepast tot een Iso-norm voor de kinderopvang. Om dat uit te zoeken, zal Jaap de hele dag door Sebastiaan rondlopen. Als hij aan het einde van de middag tevreden is, zal hij de crèche voordragen voor een certificaat.

Kim interesseert dat niet zo, ze vindt Jaap best aardig en zou het liefst de hele dag met hem willen spelen. Maar Jaap heeft daar geen tijd voor: hij moet naar Joke, groepsleidster en vervanger van de directeur, die pas 's middags zal komen. Joke geeft de baby die ze in haar handen heeft even door aan een collega, als ze Jaap ziet. Ze is aanzienlijk minder speels dan Kim. Want een certificaat, verkrijgbaar sinds anderhalf jaar, is niet niks. Van de drieduizend organisaties in de opvang, hebben tot nu toe 27 zo'n keurmerk. Bovendien moet je de 'keuring' zelf betalen.

Joke loodst Jaap tussen de Lego en driewielers door naar een groepsruimte die leeg is, want de kinderen gaan zo lunchen. Op tafel, ver genoeg van de commode om een eventuele vieze luier niet te hoeven ruiken, staan koffie en speculaas. Joke heeft een gespannen gezicht. ,,We gaan geen mensen beoordelen, we leggen jullie organisatie en werkwijze alleen naast de bestaande norm'', zegt Jaap tegen haar.

De groepsleidster draagt een kind met een besnotte toet naar binnen. Jaap ziet er een mooi startpunt voor zijn werk in. ,,Wat doen jullie als een kind ziek wordt?'' Joke, die inmiddels weer een andere baby in haar armen heeft, legt uit dat bij een kind met een temperatuur boven de 38, 38,5 graden of met andere duidelijke verschijnselen, direct de ouder wordt gebeld. ,,Wie bel je dan?'' Dat staat in een map. ,,Mogen wij die even zien?'', vraagt een mevrouw die al de hele tijd achter Jaap heeft aangelopen. Zij heet Jefke Krommendijk en omdat ze inmiddels een half leven in de opvang heeft gewerkt, heeft Jaap haar meegenomen als zijn medekeurder, zodat hij als relatieve leek niet snel in de luren gelegd kan worden. Joke staat op, legt de baby in de box en pakt de 'bereikbaarheidsmap'.

Zo zal het nog wel even doorgaan. Want Jaap is hier niet om baby's te wegen of leidsters te bespionneren. En laten we eerlijk wezen: een gesprek met Kim heeft ook niet veel zin. Zij zal Jaap vooral de speelhoek in willen lokken in plaats van te beoordelen hoe goed het dagverblijf is. De certificering heeft vooral een procedureel karakter. In de komende uren moet Joke steeds opstaan om een nieuwe map uit de kast te trekken. Waar is de registratie van ongevallen? Hoe vaak vergadert het team en mogen we de notulen even zien?

Het zijn dingen waar Jaap een kei in is, want hij verstrekt al vier jaar lang certificaten aan instellingen zoals apotheken en ziekenhuizen. Dat doet hij namens de van oorsprong Noorse stichting DNV, ook in Nederland gevestigd. ,,En of je nou van een patiënt een dossier aanlegt of van een kind, de procedure is in veel opzichten hetzelfde.'' Hij overlegt regelmatig even onder vier ogen met zijn mede-keurder. Jefke wil van Joke vooral weten waar zij alles heeft opgeschreven en vastgelegd, en hoe de kinderen worden geobserveerd. En hoe vaak, en hoe wordt dat dan vastgelegd?

We moeten trouwens ook niet doen of Jaap helemaal niets van kinderopvang weet, want Sebastiaan is de zesde crèche die hij bezoekt. Vier instellingen verstrekte hij een certificaat, één moest op herexamen en een andere kreeg te horen dat ze eerst flink moest verbeteren voordat een serieus bezoek de moeite waard zou zijn. En bovendien: kijken en nieuwsgierige vragen stellen, daarvoor hoef je geen deskundige te zijn. ,,Wie is nou die man die dat zieke kind kwam ophalen?'', wil hij van de leidster weten. Het blijkt opa te zijn: moeder kon niet van haar werk komen en heeft haar vader gebeld. ,,En ken je die man?'' Dat blijkt zo te zijn.

Terwijl de rest van het gezelschap pauze neemt, neemt Jaap een kijkje in de keuken. De kinderen lijken het allemaal reuze naar hun zin te hebben, maar dat is hem niet genoeg. Hij werpt iets meer dan een vluchtige blik op de inhoud van de koelkast. Ook bij de afwasmachine houdt hij een minuutje halt. Rita, de huishoudelijke hulp, schijnt hem te kunnen overtuigen dat het niet noodzakelijk is om ook de pindakaas in de koelkast te bewaren. Hij wil nog wel van haar weten hoe vaak ze eten bestelt en bewaart.

Na de snelle hap is directeur Rianne Kouwenhoven aangeschoven aan de tafel van Jaap en Jetske. Zij werkt niet altijd in Sebastiaan. Ze moet uitleggen wat ze allemaal van plan is komend jaar, en of dat wel goed is vastgelegd. Rianne en haar collega's hebben zich al een paar maanden lang voorbereid op het bezoek van de keurmeesters. Zo werkt ze bijvoorbeeld aan 'tevredenheidsmetingen': zowel haar eigen personeel als de ouders kunnen een vragenlijst invullen over de kwaliteit van het werk en van de crèche. Het personeel heeft dat al gedaan, een lijst voor de ouders staat op de rol voor volgend jaar.

Rianne, die net als Joke ook niet geheel van spanningen vrij lijkt, moet ook diep in het personeelsdossier graven om aan te tonen dat er op de crèche altijd iemand aanwezig is met een EHBO-diploma, zoals de norm voorschrijft. De normen bevatten nog meer praktische eisen. Zo moet de crèche aantonen dat alle leidsters een diploma hebben. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar in deze tijd van personeelstekort gebeurt dat lang niet in ieder dagverblijf. En zo gaat het nog even door: wat is het pedagogisch beleid, hoe verloopt de aanmelding en plaatsing van kinderen, het sturen van de rekening en het beheer van alle gegevens in de computer?

Rond half vijf trekken Jaap en Jefke zich even terug, om hun finale oordeel voor te bereiden. ,,Je kunt er wel een goed gevoel over hebben, maar je zult het met objectieve bewijzen moeten staven'', vindt Jaap. De medewerkers van het dagverblijf weten het zo net nog niet. ,,In het begin was ik nog maar een beetje gespannen, maar ze bleven maar doorvragen en ik moest alles laten zien, ik ging me ineens afvragen of we dat certificaat zouden krijgen'', bekent Joke. ,,Het was nog erger dan een examen, want dan kun je het hoogstens alleen voor jezelf verknallen.''

Joke krijgt echter 'je deed het harstikke goed' toegeworpen door twee dames, die hier rondlopen alsof het beslist niet de eerste keer is dat ze op een crèche komen en er tegelijkertijd ook weer te zakelijk uitzien om aan te nemen dat ze iedere dag luiers verschonen en kinderen optillen: Tonneke Muts-Rottier van Radius Nederland en Marina Massaro van Bureau de Bont. Radius is een 'franchise-organisatie' voor de kinderopvang. Voor dagverblijven door het hele land verzorgen ze een aantal zaken, zoals scholing van de leidster en directeur, en hulp bij de bedrijfsvoering. Voorbereiden van de certificatie hoort daar ook bij. Sebastiaan is aangesloten. Radius komt voort uit kinderdagverblijf De Kleine Stad in Baarn, de eerste opvang die anderhalf jaar geleden een certificaat kreeg. Bureau de Bont doet in organisatie-advies en managementondersteuning en heeft Radius en de crèche geholpen met het invoeren van methoden en werkwijzen om te kunnen voldoen aan de normen die Jaap en Jefke hanteren. Ze mogen met z'n allen op kinderstoelen zitten, de groepsruimte heeft soms meer iets van een directiekamer dan van een kinderdagverblijf.

,,Natuurlijk is het leuk om de buitenwereld te kunnen laten zien dat je een certificaat hebt'', zegt Tonneke. ,,Zeker wanneer in de toekomst dagverblijven meer gaan concurreren, zoals het kabinet wil. Maar we vinden het ook belangrijk dat iedereen binnen de organisatie weet dat het goed draait. Dat is uiteindelijk ook belangrijk voor de kinderen. Er zijn zoveel dingen die je als kinderopvang goed moet opvangen: gescheiden ouders, kinderen met hiv, om maar wat te noemen. Het is echt niet meer alleen leuk werkjes maken met kinderen. Ik denk dat de certificering zoals hier echt niet alleen belangrijk is voor de grote organisaties: kleine kinderdagverblijven moeten er ook voor in aanmerking kunnen komen.''

Om vijf uur 's middags geeft Jaap zijn eindoordeel. ,,Sommige dingen kunnen beter. Ik denk bijvoorbeeld dat je echt wel een soort beeld moet kunnen krijgen uit de ingevulde vragenlijsten van de medewerksters. En dat onderzoek onder de ouders, dat moet begin volgend jaar afkomen. Maar dat is ook het plan, lees ik, en ik vertrouw dat het wordt uitgevoerd. Al met al vinden we dit een goede crèche, we zullen Sebastiaan voordragen voor een certificaat.'' Joke is opgelucht. ,,Ik kreeg toch even tranen in mijn ogen, net als de directeur. Tijd voor een glas champagne. We zullen direct op de deur een briefje hangen waarin we melden dat we het certificaat hebben. En we zullen het aan alle ouders laten weten, zeker ook in de toekomst.''

Formeel neemt een collega van Jaap de definitieve beslissing -dat kan nog wel twee weken duren- maar dat komt wel goed. Het dagverblijf kan vanaf nu ieder jaar op voor een herhalingsbezoek, dat korter en steeksproefgewijs is. Ook volgend jaar kan Kim dus weer 's ochtends de hand schudden van een man in een pak.

mailIcon print |