*

 
dossier

Archief

'Gevoel van winnen stop je in je rugzak'

Rob Velthuis − 22/01/00, 00:00

Een tomeloos strijder op de judomat; een gewone jongen daarbuiten. Als Europeaan heeft Mark Huizinga (26) de status van onaantastbare bereikt; ook de rest van de wereld kan hij eronder krijgen, zo is zijn overtuiging. Populariteit of rijkdom vormen geen drijfveer. Trots en zelfvertrouwen wil hij met zich meedragen.

Bikkelhard en fair op de tatami, daarbuiten een heer. Aldus ziet Chris de Korte in zijn pupil Mark Huizinga de ideale judoka. De drievoudig Europees kampioen is zich bewust van zijn imago. Hij typeerde zich eens als 'het brave jongetje dat nooit kattenkwaad uithaalde'.

Op de judomat vindt hij in gevoel compensatie voor de door ratio ingegeven keurigheid. Al moest De Korte diep graven voordat de verborgen gifbron was aangeboord. Het heeft iets van de oervorm van overleven die Huizinga in de dojo vindt. Binnen zijn territorium voelt hij zich onoverwinnelijk; daar buiten camoufleert hij als een kameleon zijn kwetsbaarheid met onopvallendheid.

,,Op de mat straal ik agressie uit. Ben ik brutaal, kan ik bluffen. Het heeft iets stoers als je met je borst naar voren de mat opstapt. Je doet dat met een houding die laat zien dat je beter bent dan de ander, dat je bent gekomen om de beest uit te hangen. Naarmate je meer wint raak je verder overtuigd van jezelf, niemand die je nog wat maakt.''

,,In het dagelijks leven heb ik dat niet. Dat is niet direct onzekerheid, ik ben nu eenmaal gesloten. Ik loop nergens mee te koop. Nee, als judoka voer ik geen toneelstuk op. Ik ben dan sterk. Het geeft een superieur gevoel als je een tegenstander je macht op kan leggen. Als hij zich geen raad weet, zich van geen kwaad bewust is als jij het moment al ziet aankomen waarop je hem gaat verrassen.''

Dat doet Huizinga in zijn tomeloze aanvalsdrift liefst met een spectaculaire worp. Zo is hij uitgegroeid tot een grootheid die tot in judomekka Japan wordt bewonderd en gevreesd. Maar het maakt tevens zijn kwetsbaarheid te groot, zo is gebleken op de afgelopen twee WK's waar de Vlaardinger zijn favorietenrol niet kon waarmaken. En die hem vanaf dit weekeinde (A-toernooi Moskou) op het zijpad van olympische kwalificatie heeft gedwongen.

Tweemaal dwarsboomde de sterke Cubaan Despaigne zijn weg naar mondiale roem. De eerste keer in Parijs ('97) kon Huizinga zich er nog bij neerleggen; in november in Birmingham wist hij niet wat hij met de nederlaag aan moest. ,,Het was op dat moment niet tastbaar wat fout was gegaan. Ik was in vorm en overtuigd van mijn kracht: ik kon de hele wereld eraf gooien. Misschien was ik te overtuigd van mezelf, ik dacht: ik wals er overheen. En dan is het heel raar als in zo'n gevecht dat beeld ineens wordt omgezet. Als hij maar niet valt en je niet in staat bent op iets anders over te schakelen.''

Een dag later spraken Huizinga en De Korte in een Engels cafe over de zorgelijke situatie. Zelfs verandering van omgeving kwam ter sprake, maar die overweging werd terzijde geschoven. ,,Er wordt wel gesuggereerd dat Chris en ik erg zijn. Te trots en eigenwijs om een andere weg te kiezen. Ik geloof niet in een andere trainer, we kunnen de problemen zelf oplossen. We zijn bezig de krachttraining anders op te zetten. En ik moet tactisch anders judoën.''

Daarbij wil Huizinga geen afstand doen van zijn even spectaculaire als risicovolle kant, die hem tot een zeldzame parel heeft gemaakt. ,,Ik moet mijn arsenaal verbreden. Behouden wat ik heb, maar ook leren verdedigen. Daar wilden we in het verleden ook aan werken, maar als de spanning voor een toernooi toenam, vervielen we in het oude spelletje. Ik heb de drang altijd te willen scoren. Nu train ik bewust op het verstoren van mijn tegenstander, op gesloten judoën. Een klein voordeel vast houden met rommelen, zoals Maarten Arens dat als geen ander kan. Dat voert het judo meer richting het schaakspel.''

Eigenlijk valt die strategie alleen te trainen in wedstrijden. Maar in zijn zes A-toernooien en de EK in het voorjaar dient Huizinga zijn olympische kwalificatie na te streven. ,,Dat had op de WK moeten gebeuren. Dat beschouwde ik absoluut niet als routineklus. Ik kwam daar om kampioen te worden. De waarde van olympisch brons (Atlanta - red) is groot maar ik wil ook WK-metaal. Dat kan, ik heb iedereen tegen wie ik heb gestaan al eens verslagen.''

Vorig seizoen werd een drievoudige zegereeks tijdens Europese kampioenschappen met brons onderbroken; daarop volgde het teleurstellende WK. ,,Met het oog op de Spelen is dat misschien een mooi uitgangspunt. Iedereen denkt dat je beste tijd is geweest, dat je maar wat aanmoddert. Maar ik ben niet van plan me te verschuilen. Ik ben na drie titels nog heel gretig om op de EK te bewijzen dat ik de beste ben in mijn klasse.''

Een ingrijpende ontwikkeling in zijn privéleven heeft Huizinga bewuster gemaakt van zijn doelen. ,,Vroeger was sport iets vanzelfsprekends. Nu ben ik bewust bezig met wat ik in mijn leven en op sportief gebied wil bereiken. Ik weet wat ik als judoka in me heb, het zou zonde zijn als ik me over tien jaar zou realiseren dat ik er meer uit had kunnen halen. Ik weet hoe goed het voelt als je wint. Dat is nergens mee te vergelijken. Niet op de dag zelf, ook niet in de weken erna. Het is alsof je het in een rugzak stopt en met je meedraagt. Het is trots en zelfvertrouwen die je voor de rest van je leven als bagage meeneemt.''

Het zijn gevoelens waarin zijn nieuwe vriendin Edith Bosch volledig meegaat. Hun karakters zijn volstrekt tegengesteld, de doelen waarover zij in hun sobere flat in Vlaardingen spreken, stemmen overeen. Op het sportieve vlak is het richtpunt Sydney, waar zij in het geval van een geslaagde missie op dezelfde dag in actie komen.

De jonge Bosch combineert ongeduld met perfectionisme en wordt daarin afgeremd door de routinier. ,,Edith is nog meer gedreven en fanatieker dan ik. Dat heeft mij gretiger gemaakt.''

Het samenleven kan op sportief gebied een prachtige symbiose vormen, al zijn ze door De Korte gewaarschuwd. Huizinga over het dilemma: ,,Je wilt elkaar zoveel mogelijk helpen, maar dat wringt wel eens. Als topsporter moet je eigenbelang voorop stellen.''

mailIcon print |