Saoedi-Arabië besloot deze week de banden met de Taliban te verbreken en de luchtmachtbases voor Amerikaanse acties beschikbaar te stellen, na lang op de voor- en nadelen daarvan te hebben gekauwd. Want al staan de Taliban de Saoediërs religieus zeer na - het bondgenootschap met de Amerikanen levert uiteindelijk meer op.
Van de negentien mannen die door de FBI worden genoemd als de daders achter de aanslagen in New York en Washington, waren er vrijwel zeker twaalf afkomstig uit Saoedi-Arabië. Zes van hen, jongemannen van begin twintig, waren van huis vertrokken om met moslimrebellen te vechten in Tsjetsjenië. Bijna allemaal komen ze uit afgelegen streken nabij de grens met Jemen, waarvan de bewoners bekend staan om hun strenge geloof en wantrouwen jegens de centrale overheid. Allen waren voor hun vertrek opeens extreem vroom gedrag gaan vertonen.
De achtergronden van de jongemannen zijn tekenend voor de verhoudingen in de rijke oliestaat Saoedi-Arabië, waar het vorstenhuis van Al-Saoed zijn legitimiteit dankt aan nauwe banden met de aartsvader van de soenitische stroming van het wahabisme, Abdoel Wahaab. De Saoeds wisten met deze 'ware islam', die teruggaat naar het geloof zoals dat in de eerste generaties na de profeet werd beleefd, strijdende bedoeïenenstammen voor hun zaak te winnen. In de achttiende eeuw kondigden ze de djihad, de heilige oorlog af om de sjaria, de islamitische wetgeving, op te leggen aan de dorpen en stammen, en schakelden daarvoor de bedoeïenen in als ichwaan (broeders). Ook de Saoedische vader des vaderlands koning Abdel Aziz al-Saoed, die in de jaren twintig de heilige plaatsen Mekka en Medina veroverde, maakte hier gebruik van. Maar toen de ichwaan zich in 1930 tegen heidenen buiten het koninkrijk - het Britse imperium in die dagen - richtten, greep de koning hard in. De ichwaan werden ontbonden.
De Nederlandse Arabist en ex-diplomaat Marcel Kurpershoek, die jarenlang in Saoedi-Arabië woonde en uitgebreid door afgelegen streken reisde om poëzie van bedoeïenen te verzamelen, beschrijft in 'Diep in Arabië' dat de erfenis van de ontbonden ichwaan nog springlevend is. Zo werd de poëzie waar Kurpershoek naar zocht gezien als een overblijfsel uit een periode van heidense onwetendheid. ,,In de ogen van de machtige schriftgeleerden is studie van die literatuur derhalve een onzinnig en gevaarlijk tijdverdrijf, dat haaks staat op hun streven om het land en de Arabische wereld met behulp van het klassiek Arabisch te verenigen onder de banier van de koran'', schrijft hij. En elders vertelt hij hoe een avond vol poezië tot ieders genoegen wordt afgerond met een stichtelijke preek waarin diezelfde gedichten waar iedereen van heeft genoten, worden neergezet als 'ijdel vermaak en loze praat', terwijl het leven toch in een flits voorbij is.
Kurpershoek beschrijft mannen die avond na avond urenlang met elkaar roddelen bij koffie, thee en dadels, en daarmee in een heel kleine wereld verkeren. Ze weten nauwelijks wat daarbuiten gebeurt. Zo werd een Koptische Egyptische werknemer die niet naar de moskee ging, daartoe gedwongen door zijn baas, die nog nooit gehoord had van Kopten. De schrijver zelf kreeg tot vervelens toe de vermaning toch moslim te worden, waarbij tegenwerpingen dat het in het christelijke Nederland helemaal nog niet zo slecht is, als onzin werden afgedaan.
Het leven van de Saoediërs is doordesemd van hun strenge geloof, dat vijf keer per dag het openbare leven stillegt voor het gebed. Het is in deze sfeer dat de olieboom die tijdens de Tweede Wereldoorlog Saoedi-Arabië grote winsten bracht, door de Saoeds is gekenschetst als 'een gift en zegening van God'. Toen die zegening in de jaren zeventig door de recordprijzen op de oliemarkt ongekende omvang kreeg, werd een pact met de bevolking gesloten opdat alle Saoediërs ervan konden meeprofiteren.
Maar niet allen in dezelfde mate. Zo is er het rijke nageslacht van Abdel Aziz al-Saoed: in totaal tussen de tien- en dertigduizend prinsen. Prinsen die laag in de hiërarchie staan, zijn toch nog goed voor een maandelijkse toelage van tienduizend gulden, hogergeplaatste prinsen krijgen al gauw 300 000 gulden. Daar gaat tien procent van het staatsbudget aan op. De rest van de Saoediërs werkt voor de overheid, of is werkloos. En omdat de olieprijzen gedaald zijn terwijl de bevolking in twintig jaar is verdubbeld tot 22 miljoen, is de verdeling onder druk komen te staan.
Wat de staat met z'n geld doet is de laatste jaren punt van kritiek geworden - en kritiek staat in het autocratisch geregeerde koninkrijk gelijk aan een zonde. Oppositievoeren is vrijwel uitgesloten, en door alle hoge religieuze posten in handen te houden van het nageslacht van Wahaab is ook daar weinig speelruimte. Feit is, dat er in het rijke Saoedi-Arabië, waar de Saoeds de rust van hun burgers afgekocht dachten te hebben met banen en lonen, wordt gemord. Met name in de provincies Azier en Baha, nabij de grens met Jemen - de regio waar niet alleen zes van de FBI-verdachten vandaan kwamen, maar ook de familie Bin Laden.
De provincie Azier werd pas in de jaren dertig bij het koninkrijk gevoegd, waarna nog jaren van stammenstrijd volgden. De weelde uit de jaren zeventig ging grotendeels aan de provincie voorbij. Hoewel daarna toch veel mensen (meest lagere) overheidsbanen vonden, bleef het gevoel dat de regio achtergesteld wordt. Extremistische groepen kregen er veel aanhang, mede doordat uit Egypte verjaagde aanhangers van de radicale Moslim Broederschap er onderwezen. Daar komt nog bij dat meer Saoediërs de eigen scholen zijn gaan bezoeken, omdat ze zich geen buitenlandse scholing meer kunnen veroorloven. Deze jonge, gefrustreerde generatie die weinig is beïnvloed door het Westen, bleek zeer open te staan voor fundamentalistische retoriek.
Bijvoorbeeld van Osama bin Laden, maar ook van de belangrijke dissidente imam Safar Hawali, die uit de hoofdstad van Azier, Abha komt. Hij verwijt de koninklijke familie hun luxueuze levensstijl en hun nauwe banden met de Verenigde Staten. Hawali verwoordt echter de kritiek van veel Saoediërs, als hij uithaalt naar de aanwezigheid van Amerikaanse militairen in Saoedi-Arabië - een actiepunt dat hij deelt met Bin Laden. Aangezien het Saoedische leger geen partij is voor bijvoorbeeld dat van Irak, zijn na de Golfoorlog duizenden Amerikaanse soldaten in het land achtergebleven. Amerikaanse vliegtuigen gebruiken Saoedische bases voor patrouillevluchten boven Irak. De aanwezigheid van christenen, door extremistische moslims vanuit hun simpele wereldbeeld betiteld als 'ongelovigen' hoewel dat in strijd is met de koran, wordt gezien als een aantasting van de heilige plaatsen Mekka en Medina. En dat Amerikanen in Saoedische ogen openlijke steun geven aan de Israëlische strijd tegen de Palestijnen, maakt het nog erger. Want juist in die kleine wereld van de Saoediërs maakt die kwestie veel emoties wakker.
Dat was de achtergrond van twee aanslagen op Amerikanen in Saoedi-Arabië. In Riad kwamen in 1995 vijf Amerikanen om bij een bomaanslag, en in 1996 doodde een autobom negentien Amerikaanse soldaten in Dahran. De Saoedische veiligheidsdienst heeft nooit duidelijkheid verschaft wie er achter de aanslagen zat, informatie werd niet met de Amerikanen gedeeld en de daders werden geëxecuteerd. Onduidelijk is daardoor of zij banden hadden met Bin Laden, wiens gedachtengoed, ondanks dat hij toen al enkele jaren persona non grata was, toen nog altijd populair was.
In Saoedi-Arabië is de steun voor de Taliban groot, onder burgers en prinsen, want ze hebben immers het wahabisme naar Afghanistan gebracht. Daarom delen ze rijkelijk in de door het geloof verplicht gestelde aalmoezen: moslims doneren 2,5 procent van hun inkomen aan zakat, goede doelen. In Saoedi-Arabië zijn dat flinke bedragen.
Kroonprins Abdoelah wist dat toegeven aan Amerikaanse druk om zowel te breken met de Taliban, als de VS het gebruik van Saoedische bases toe te staan, hem niet in dank zou worden afgenomen. Want dat zou gelijkstaan aan meedoen aan een actie tegen een andere moslimstaat. In het geval van het aanvallende Irak was dat nog acceptabel, maar voor de verwanten van de Taliban onder de Saoediërs stuit het op verzet. De kroonprins moest kiezen tussen de rust in eigen land en het landsbelang van goede banden met de VS, en koos het laatste. Saoedi-Arabië is Amerika's belangrijkste bondgenoot en economische partner in het Midden-Oosten, en ondervindt daar niet alleen financieel voordeel van, maar ook militair en politiek.
Toch is het de vraag of Abdoelah de Amerikanen ook nog de informatie over extreme moslimgroepen in zijn land zal geven, zoals ze willen. Want veel Saoediërs zien de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme vooral als een strijd tegen moslims. Door het grote aantal Saoediërs op de FBI-lijst - die in Saoedi-Arabië wordt aangevochten - lijkt die strijd zich ook nog toe te spitsen op het eigen land. De Saoedische regering zal liever zelf in alle stilte orde op zaken stellen, om op de al jaren beproefde manier te proberen de geest van verzet en oppositie zo lang mogelijk in de fles te houden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.