De armste landen zouden amper beter geworden zijn van het voorstel van de Europese Commissie ook de laatste invoerbeperkingen voor hun producten af te schaffen. Toch waren zij blij met het voorstel. Hun export is zo klein dat elke habbekrats erbij winst is. Zelfs dat lijkt de EU nog te veel.
Het leek zo prachtig. De kosten waren verwaarloosbaar. Per jaar zou de EU slechts 15 miljoen gulden aan invoerrechten mislopen. Maar de symboolwaarde was enorm. De EU bewees dat zij de armste landen werkelijk een kans in de wereldhandel wilde gaan bieden. De unie kon voor een prikkie veel goodwill verdienen. Dat kon van pas komen bij onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie WTO.
Maar de Commissie krabbelde terug. Voor suiker, rijst en bananen blijven de invoerquota's tot 2008 bestaan en niet tot 2004, zoals eerst voorgesteld. Daarmee doet de EU zijn imago grote schade aan. Het was al weinig wat de Commissie bood, en zelf dat was nog te veel. De armste landen hebben weer gezien dat voor de EU eigen waar eerst komt.
Eurocommissaris Pascal Lamy was niet opgewassen tegen het verzet van Griekenland, Spanje en Portugal, die hun rijst- en bananentelers bleven beschermen en suikerfabrikanten uit Groot-Brittannië en Frankrijk. De suikerlobby weerde zich het hardst. Zij stelde dat de rietsuikerexport naar de EU binnen vijf jaar tot 4,5 miljoen ton zou stijgen. Zij had meer tijd nodig om zich daartegen te wapenen.
Zwaar overtrokken, zegt de Britse ontwikkelingsorganisatie Oxfam. Van 1993 tot en met 1997 produceerden de arme landen die suikerriet exporteren maar 1,8 miljoen ton. Volgens de FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zouden maar enkele landen hun export kunnen opvoeren. Met hooguit honderdduizend ton.
Wie zich wel zorgen mochten maken, zijn de wat rijkere ontwikkelingslanden die suikerriet produceren, stelt Oxfam. De EU zelf heeft nu al te veel suiker. Als zij er meer riet uit de armste landen bij kreeg, zou Brussel waarschijnlijk meer eigen suiker op de wereldmarkt moeten dumpen. De wat rijkere ontwikkelingslanden zouden dan nergens meer met hun suiker heen kunnen.
Ook de angst dat de armste landen de bananenmarkt zouden kunnen overspoelen, slaat nergens op, vindt Oxfam. Alleen Oeganda en Somalië kunnen meer bananen uitvoeren. Hetzelfde geldt voor de rijst. Burma, Cambodja en Madagascar zouden kunnen profiteren als de EU de grenzen helemaal openzette. Van de drie valt Burma af. De EU heeft de handelsvoordelen opgeschort omdat het land de oppositie bruut onderdrukt.
Rijst, bananen en suiker waren nu juist producten waarmee de arme landen nog voordeel konden halen. Voor elk van de drie schermt de Unie tot nu toe zijn markt af. Vooral voor suiker zijn de invoerbeperkingen hoog. De suikerprijs in de EU is drie tot vier zo hoog als op de wereldmarkt.
De meeste andere producten kunnen de armste landen nu al ongehinderd kwijt in Europa. Op negen na behoren de armste landen allemaal tot de ACP, de groep van oud-koloniën die al jaren extra handelsvoordelen en extra hulp van de Unie krijgt. De armste landen hadden ook in het eerste voorstel maar weinig te winnen.
Met hun export gaat het de laatste jaren toch al slecht. Ondanks de vrije toegang tot de EU zakt hun aandeel in de wereldmarkt steeds verder terug. Waarom zouden zij nu nog onderhandelen over verdere vrijmaking van de wereldhandel? De EU heeft zelf het slechte voorbeeld gegeven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.