Internet verovert de wereld. In heel veel huiskamers vind je tegenwoordig een computer, en er is bijna geen bedrijf meer zonder een eigen site. De invloed van het world wide web vinden we ook terug in onze taal. De meeste nieuwe woorden komen rechtstreeks uit cyberspace.
In 'De taal van het jaar' van Ewoud Sanders staat een overzicht van woorden en uitdrukkingen die in het jaar 2000 voor het eerst werden gebruikt. Bovenaan de lijst staat weblog. Dit is een digitaal dagboek met korte recensies van bezochte websites. Weblog was slechts zeven keer in de kranten terug te vinden, maar wel 4000 keer op internet, aldus Sanders.
Andere nieuwkomers zijn domeinmakelaar (handelaar in domeinnamen) en emotiemuis (computermuis die reageert op emoties). We hebben sinds enkele jaren zo af en toe te maken met een schrikkelbug (fout in een computerprogramma tijdens het schrikkeljaar) en we kunnen internettippelen (prostitutie via internet).
Vervelend is dat internetjargon vaak niet wordt begrepen. Uit een onderzoek van internetcommunicatiebureau Kortom uit Utrecht, blijkt bijvoorbeeld dat slechts vijftien procent van de mensen weet wat een URL is (adres van een internetpagina). Twee derde van de ondervraagden is bekend met de betekenis van een browser (een programma dat de gebruiker in staat stelt om informatie van internet op het beeldscherm te krijgen), maar bijna niemand begrijpt termen als server, provider, flash of html.
Toch nemen deze -voornamelijk Engelse- woorden een grote rol in in ons taalgebruik. Zorgt dit voor problemen?
,,Volgens mij houdt het de mensen niet tegen om achter de computer te gaan zitten. Zo weet ik ook weinig van auto's, maar het belet mij niet om te gaan rijden'', zegt Marc van Meurs, strateeg bij Kortom.
,,Toch vind ik het belangrijk dat er meer voorlichting vanuit de aanbieders komt. Een andere mogelijkheid om meer duidelijkheid te creëren is het vertalen van Engelse begrippen in Nederlands.''
Maar termen als ip-nummer, waarvan slechts een enkeling weet wat het is, veranderen daar niet door.
Gelukkig is het niet allemaal Engels en computertaal wat de scepter zwaait in onze taal. Er zijn vorig jaar ook gangbare woorden als sorrycultuur (cultuur waarin iemand zich snel verontschuldigt), griepremmer en slachtofferloket (inderdaad, een loket waar slachtoffers informatie kunnen krijgen over hun zaak) ontstaan.
Iets moeilijker dan maar? Wacht te denken van bamasysteem, Breurram of nurk? Nieuwsgierig geworden? In 'De taal van het jaar' is de uitleg ervan terug te vinden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.