*

 
dossier

Archief

Ambities Wolf niet zonder risico

Fred Troost − 03/12/01, 00:00

AMSTERDAM - Ze zijn er nog, de mensen die in het Nederlandse ijshockey geloven. Zij profeteren een visioen dat vooralsnog een fata morgana is. Ondanks het minimale aantal clubs in de topliga, ondanks de nu alweer ontslagen coaches, ondanks de relletjes in hun kleine wereldje, volharden ze stug in hun overtuiging.

Manfred Wolf is zo'n gepassioneerde gelovige. Hij is een 44-jarige Canadees met een Duits paspoort, die van de zomer als coach zijn opwachting bij Geleen maakte en twee maanden later al bondscoach was.

Bij Wolf valt de passie van het gezicht te lezen. ,,Ik kan niet geloven dat in dit land 15000 mensen bij een voetbalwedstrijd zitten en niet bij ijshockey'', zegt hij. Hij voegt eraan toe dat hij zelf graag voetbalde, bijna soccer-professional was geworden, maar zich toch tot ijshockey bekeerde.

Nu luidt zijn missie: ,,Ik wil ijshockey in Nederland ontwikkelen, verbeteren, het neerzetten als een belangrijke sport.'' Een mooi streven, maar het klinkt tamelijk irreëel voor wie de staat van het ijshockey hierkent.

Daar komt bij dat Wolf (nog) een onbekend man is in ons land. Niettemin werd hij, amper in Geleen aan het werk, gevraagd bondscoach te worden. ,,Of ik verrast was? Nee, want ik heb veel ijshockey-ervaring, als speler en als coach. En ja, want ik had er niet op gerekend. Ik vind het wel een grote eer.''

Het is verleende eer met een zweempje opportunisme. Na het vertrek van Brian de Bruin zocht de ijshockeybond iemand die zijn werk bij een club met het bondscoachschap kon combineren. ,,Wat wij een coach kunnen betalen, is additioneel aan zijn clubsalaris'', verklaart bondsdirecteur Henk Hille. ,,De Bruin en zijn voorganger Doug Mason combineerden hun werk voor ons daarom met dat bij een buitenlandse club. Beiden liepen vast omdat hun clubs hen niet wilden afstaan als wij ze nodig hadden. Dus zochten we nu naar een binnenlandse combinatie.'' En dan ben je met vijf teams in de topliga gauw uitgezocht.

De geluiden over de gedreven Wolf waren evenwel zo positief dat de bond snel besliste. ,,Er waren alternatieven'', houdt Hille de schijn van concurrentie op, ,,maar Wolf was het meest gemotiveerd en getalenteerd.''

Dat spreken de feiten niet tegen. Wolfs talent als speler wordt geïllustreerd door 133 interlands voor Duitsland en de deelname aan twee WK's en twee Olympische Spelen. Zijn motivatie zit vervat in zijn uitstraling. ,,Ik ben erg ambitieus, misschien te. Ik wil met Geleen in drie jaar de top halen. Kampioen van Nederland worden. We willen de titel niet kopen, maar via ontwikkeling bereiken. En ik wil graag lange tijd bondscoach blijven om het Nederlandse ijshockey te helpen zich verder te ontwikkelen.''

Dat zijn ambities die niet stroken met de duur van zijn contracten: bij Geleen tot einde seizoen en bij de bond tot na het B-WK in april. ,,We moeten nog over verlenging praten'', wuift hij de contractuele arbeidsduurbeperking achteloos weg. ,,Ik vertrouw erop dat dat goed komt.''

Dat is niet zonder risico, want in ijshockeyland Nederland wil een coach nogal eens wegens tegenvallende resultaten sneuvelen. Bij Nijmegen vloog vorige week Paul Stoble eruit en Amsterdam gaf een paar dagen later het duo Lacombe/Griffith zijn congé. In Nijmegen neemt Tijnagel waar en Amsterdam haalde de vorig jaar al eens ontslagen Berteling terug. Maar zelfs in die coach-rodeo ziet Wolf voordelen: ,,We hebben nu vijf clubs met vijf coaches die op dezelfde lijn zitten als het om de ontwikkeling van ijshockey gaat.''

In zijn ideeën over die ontwikkeling wordt het woord 'jeugd' met een hoofdletter geschreven. ,,Ik zie veel jonge spelers die niet volgens een systeem kunnen spelen. Ze hebben geen basistechnieken. Er zitten gaten in hun ontwikkeling.''

Hij popelt om die jeugd beter te maken, maar beseft dat deze roeping een grote opgave is: ,,Ik heb maar 24 uur per dag.'' Dat is weinig voor iemand die veel gebreken in het Nederlandse ijshockey waarneemt: tactische discipline, schaatsvaardigheid en conditie. ,,Daar wordt te weinig op getraind. Dat moet je het hele jaar doen.'' Na een conditietest die maar zes van zijn spelers met succes doorstonden, is hij vorige week met krachttraining begonnen.

,,IJshockey is een vriendelijke sport'', predikt hij nog. ,,Je kunt er je kinderen mee naartoe nemen. Het houdt ze van de straat. De sociale waarde is groot. Dat moeten we meer uitbuiten.''

mailIcon print |