*

 
dossier

Archief

Bill Clinton? O, die van Lewinsky

Johan ten Hove − 20/01/01, 00:00

Van de Amerikaanse president John F. Kennedy weten we vooral dat hij werd vermoord en dat hij getrouwd was met een aantrekkelijke vrouw. Dat hij Ich bin ein Berliner zei en dat hij de 'rakettencrisis' rondom Cuba won. Dat hij het Varkensbaai-incident op datzelfde Cuba verloor, is al veel minder bekend. Kennedy was een van de populairste presidenten van Amerika, en niet alleen in Amerika zelf. Hij was jong, energiek, knap en te kort president om zoveel fouten te maken dat hij als mislukt de geschiedenis in zou gaan.

Ook de vertrekkende president Bill Clinton verlaat het Witte Huis met hoge cijfers. Maar liefst 65 procent van de Amerikanen is tevreden over zijn presidentschap. Alleen president Ronald Reagan haalde in de afgelopen eeuw een zo hoog waarderingspercentage. Dat zegt Europeanen, en vooral Nederlanders, niet zoveel omdat Reagan aan deze kant van de oceaan in zijn algemeenheid helemaal geen goede president werd gevonden. De waardering voor Clinton is wel zeer ongelijk verdeeld over de politieke partijen in de Verenigde Staten. Van de Democraten vindt 93 procent hem een prima president, van de Republikeinen slechts 32 procent. Er zijn Republikeinen die Clinton tot in het diepst van hun hart haten.

Kennedy stierf in november 1963 en hij was 44 toen hij president werd. Clinton was 46 toen hij president werd. Als we nu zo'n veertig jaar verder zijn, wat zou ons dan het eerste te binnen schieten als we die man voor de geest halen die aan het einde van de vorige eeuw twee termijnen president van de Verenigde Staten was? Gevreesd moet worden dat dat toch de affaire-Monica Lewinsky zal zijn.

Niet omdat die affaire het belangrijkste was uit zijn presidentiële loopbaan, maar omdat het de bizarste, vernederendste en opzienbarendste episode ervan was. Niemand vergeet licht dat de machtigste man ter wereld voor het oog van diezelfde hele wereld zich in bochten moest wringen om onder de meest intieme vragenstellerij uit te komen. Niet de conservatieve Republikeinen in Amerika, die poogden Clinton aan de dijk te zetten, maar de meerderheid van het Amerikaanse volk bleek hier het verstandigst. Die meerderheid vond dat de president zich wel had misdragen, maar dat dat in de privé-sfeer was gebeurd en het daarom geen aanleiding was hem af te zetten.

William Jefferson Clinton had heel hoog kunnen eindigen op het lijstje dat zo'n honderd Amerikaanse historici aanleggen van alle presidenten van het land. Nu staat hij op plaats 21 van de 42 die het land heeft versleten. Letterlijk middelmatig dus. Veel te laag, oordelen diverse Amerikaanse kranten die de man de afgelopen dagen al uitgeleide hebben gedaan. ,,Gemeten naar de conservatiefste schattingen heeft hij meer dan 95 procent van zijn verkiezingsbeloften in 1992 waargemaakt'', zingt Jonathan Alter in een kritische lofzang in het weekblad Newsweek. Zijn economische programma van 1993, dat hij doorzette tegen de zin van veel Democraten en alle Republikeinen, (de laatsten omdat hij de belastingen voor de rijken verhoogde), heeft er wel mede voor gezord dat de Verenigde Staten nu moeten nadenken over het besteden van een enorm overschot in plaats van te zeuren over hoe de enorme schulden moeten worden betaald, zegt The New York Times.

Clinton was de eerste Amerikaanse president van na de Koude Oorlog, de eerste president van een staat die toen door alle natiën en tongen werd bezongen als de enig overgebleven grote mogendheid in de wereld. Geen grootse tijd dus in de zin dat er op dat gebied grootse en meeslepende daden gesteld moesten en konden worden. Vader George Bush had immers net al met groot vertoon van macht de Golfoorlog gewonnen. Dat hij daarop toch de verkiezingen verloor van ene Bill Clinton uit de staat Arkansas, zegt iets over de kunst van campagne voeren van die Clinton en misschien ook iets over het gemoed van de Amerikaanse kiezer die het best vond dat aan grootse tijden ook weer eens een einde kwam. Passen op de winkel dus, was in eerste instantie het devies op buitenlands gebied en het vervullen van het presidentschap in zo'n tijd draagt niet bij tot het hoog eindigen op waarderingslijstjes van Amerikaanse geschiedkundigen.

Het duurde even voordat Clinton daar zijn draai had gevonden. Maar nadat Europa had laten zien dat zijn interne verdeeldheid groter was dan zijn wil en capaciteit de crisis op de Balkan op te lossen en te beheersen, bleek Clinton ook die rol van een Amerikaanse president wel degelijk aan te kunnen. ,,Hij verlaat het Witte Huis als de meest gezaghebbende figuur in de internationale diplomatie'', aldus nog maar eens The Post. Hij schroomde niet zijn persoonlijke overtuigingskracht aan te wenden en daarin heeft hij iets van Ronald Reagan, die zelfverzekerde tegenstanders in de Senaat naar het Witte Huis verleidde om ze vervolgens totaal van gedachten (en stemming) te laten veranderen. Die persoonlijke inbreng, gekoppeld aan een gedegen kennis van zaken, gebruikte hij ook om rivalen als de Israëlische premier Jitschak Rabin en de Palestijnse leider Jasser Arafat nader tot elkaar en zelfs tot een handdruk te brengen in een tijd dat beide heren elkaar wel konden schieten. Aan Bill Clinton heeft het niet gelegen dat de huidige premier van Israël, Ehoed Barak, en Arafat tot op heden niet tegelijk door één deur kunnen.

mailIcon print |