*

 
dossier

Archief

Migranten juist graag vrijwilliger

Eildert Mulder − 02/02/01, 00:00

,,Migrantenvrijwilligers hoef je niet te werven'', zegt Abdel Haddioui (36) ineens, zijn voorlichter onderbrekend. ,,Je krijgt ze ook zonder grote campagnes wel.''

,,Ze willen een einde maken aan de achterstandssituatie van de groep waartoe ze behoren'', vervolgt hij. ,,Dat is hun motivatie. Ze zijn enorm gedreven. Slechte berichten over hun etnische groep vinden ze vreselijk en ze kijken wat ze zelf kunnen doen aan de problemen.''

De interruptie van adviseur en trainer Haddioui komt een beetje als een verrassing. Voorlichter Kees Remmerswaal heeft zojuist een opsomming gegeven van de activiteiten die de Haagse Stichting HOF samen met anderen heeft georganiseerd ter gelegenheid van het internationale jaar voor vrijwilligers. Allen bedoeld om mensen te werven voor vrijwilligerswerk. Want dat staat onder druk.

Elke week overhandigt de gemeente Den Haag de zogeheten stadsspeld aan mannen en vrouwen die zich tientallen jaren hebben ingezet voor duivenmelkers, padvinderij, korfbalclub, jeugdwerk, hulp aan bejaarden of wat dan ook, geheel belangeloos en het liefste voor één en dezelfde vereniging. De Haagse vrijwilligers vormen nog steeds een indrukwekkende legermacht van ongeveer tachtigduizend mannen en vrouwen.

Toch lijkt het erop dat de gemeente in de toekomst minder gegadigden zal vinden. ,,Jongeren vertonen zapgedrag, ook in het vrijwilligerswerk'', zegt Remmerswaal. ,,Voor een actie van een paar weken zijn ze wel te porren, maar ook het maken van een internetpagina kan leuk zijn, misschien wel intessanter dan vrijwilligerswerk. Het aantal clubs neemt af. De oplossing is dat je vrijwilligerswerk vernieuwt en aantrekkelijker maakt.''

Waarna plotseling Haddioui zijn opmerking plaatst over migrantenjongeren die juist wél in de rij staan om vrijwilligerswerk te doen en zich daar niet van laten afbrengen door digitaal en ander modern vertier. Waarin zit 'm het verschil?

Van autochtone vrijwilligers hoor je juist vaak dat migranten nergens voor zijn te porren. Dat lijkt in strijd met wat Haddioui zegt, maar is het niet. Migranten hebben het zo druk met de problemen in de eigen groep, dat ze minder toekomen aan algemene doelen, waarvoor veel autochtone vrijwilligers zich juist wel interesseren. ,,Ze zullen niet zo snel meedoen aan acties van Greenpeace'', geeft Haddioui als voorbeeld. ,,En ook zul je ze zelden aantreffen bij een dierenambulance. Wel sluiten ze zich graag aan bij een vereniging die probeert bij te dragen aan de emancipatie van de eigen groep''.

Zijn werk bij HOF geeft hem beter dan wie ook de kans om een indruk te krijgen van het vrijwilligerswerk onder migranten. Hij helpt hen bij het opzetten van hun verenigingen en het bevorderen van hun deskundigheid, leidt cursussen, organiseert 'weekeinden op de hei' en geeft trainingen.

,,Vrijwilligerswerk is van onschatbare waarde'', zegt hij. ,,Migranten lossen het liefst hun problemen op binnen de eigen groep en kloppen niet graag aan bij officiële instanties. Vrijwilligersorganisaties doen daardoor veel dingen die eigenlijk tot het werk van officiële instellingen behoren''.

De dadendrang resulteert in de oprichting van alle mogelijke groepen die zich bezighouden met zaken als huiswerkbegeleiding, aidsvoorlichting, alfabetisering, naschoolse opvang, carrièreplanning, bejaardenwerk, jongerenwerk, scouting, verbetering van de positie van vrouwen, de ontwikkeling van goede contacten met de politie, toneelvoorstellingen enzovoort.

Haddioui maakt een onderscheid tussen oude verenigingen, opgezet door migranten van de eerste generatie, en de clubs van jongeren. ,,Bij de ouderen staat de band met het land van herkomst voorop. Ja, je kunt het een beetje vergelijken met de Groninger Club in Maastricht. Maar jongeren houden zich vooral bezig met de vraag: hoe kunnen we onze positie in Nederland verbeteren?''

Al die grote en kleine clubs leveren een ingewikkeld mozaïek op. Heel vaak beperken ze zich tot de eigen etnische groep, maar binnen zo'n groep zijn er ook nog eens vele onderverdelingen. Sommige clubs gaan uit van een moskee, andere zijn zelfstandig. Sommige zijn alleen in een bepaalde wijk actief, andere in de hele stad. Contacten zijn er wel, maar veel samenwerking, die de scheidslijnen van etniciteit ontstijgt, is er tussen al die verenigingen niet.

Nog schaarser zijn de bruggen met het autochtone vrijwilligerswerk. Bij scouting komt er iets op gang, zij het via een omweg. Pogingen in het verleden van bestaande scoutingverenigingen, om migrantenkinderen te werven, hadden vaak weinig succes. Er ontstonden vervolgens eigen migrantenverenigingen, die weer steun kregen van Scouting Nederland.

,,Waar het eigenlijk allemaal om draait bij het vrijwilligerswerk, is de wens van migranten om geaccepteerd te worden in de Nederlandse samenleving, om mee te kunnen doen'', zegt Haddioui. ,,Geslaagde migrantenjongeren willen bovendien leeftijdsgenoten, die ten onder dreigen te gaan in de maatschappelijke arena, laten meeliften met hun succes.''

Dat verlangen naar acceptatie kan ook fout uitpakken. Het frustrerende gevoel er niet bij te horen, kan de voedingsbodem zijn voor crimineel gedrag. De motieven van geslaagde migrantenjongeren en hun ontsporende leeftijdsgenoten kunnen daarom op elkaar lijken, als het ware elkaars positieve en negatieve spiegelbeeld zijn.

Haddioui: ,,Ook ongewenst gedrag kan een manier van aandacht vragen zijn. Maar ik vind het wel jammer dat er zoveel ophef is over die moeilijkheden, en zo weinig interesse voor al die migrantenvrijwilligers die proberen er iets aan te doen.''

mailIcon print |