*

 
dossier

Archief

Ook met mavo ben je al een drop-out

door Paul-Kleis Jager − 20/01/01, 00:00

Het aantal leerlingen dat zonder diploma het mbo verlaat, loopt volgens sommige berichten in de tientallen procenten. Toch lijkt het wel mee te vallen met de uitval. Veel hangt af van het antwoord op de vraag wat je nou precies 'een ongediplomeerde schoolverlater'noemt.

In het hele onderwijs verlaten ongeveer 40000 leerlingen per jaar hun school voor de eindstreep, dat is één op de 16 leerlingen. De vorige onderwijsminister, de PvdA'er Jo Ritzen, riep in 1993 dat het aantal voortijdig schoolverlaters binnen zes jaar moest worden gehalveerd. Dat is aardig gelukt, want in zijn tijd werd nog gesproken over 80000 schoolverlaters. Toch besloot het kabinet vorig jaar tot een nieuw offensief: registratie en bestrijding van voortijdig schoolverlaten - vsv in jargon - kreeg een jaarlijks budget van zestig miljoen gulden per jaar.

Het precieze aandeel van het mbo in de uitval is onduidelijk. De Bve Raad, de vertegenwoordiger van alle roc's, kan geen cijfers leveren. Volgens beleidsmedewerker Renze Portengen belanden er ook scholieren die een opleiding afbreken en elders weer aan een nieuwe beginnen in de vsv-statistieken. De bewegingen van leerlingen over de verschillende schooltypen en scholen zijn alleen goed te volgen als iedereen vanaf zijn eerste schooldag een onderwijsnummer heeft.

De cijferfreak Ritzen, altijd bezig in kaart te brengen wat opleidingen kosten en wat ze opbrengen, was een vurig pleitbezorger van zo'n sofi-nummer voor het onderwijs. Hij stuitte alleen op privacy-bezwaren van de Registratiekamer. Een aangepaste versie, die misbruik moet uitsluiten, van zijn opvolger Hermans zal het waarschijnlijk wel halen.

Er zit Portengen meer dwars dan dat er geen waterdichte meetmethode is. Ook de uitbreiding van het begrip 'voortijdig schoolverlater' is een probleem. Aanvankelijk lette het ministerie van onderwijs alleen op leerlingen die het op de middelbare school voor het examen voor gezien hielden. Maar met de komst van de Wet op de educatie en beroepsonderwijs (Web) in 1993 werd het begrip drop-out behoorlijk opgerekt. In de dagen van de 'kenniseconomie' ben je ook al een voortijdig schoolverlater als je toch heus keurig je vbo of mavo-diploma hebt gehaald. Je dient nu minimaal te beschikken over een 'startkwalificatie', dat wil zeggen havo, vwo of het diploma basisberoepsopleiding (twee jaar mbo, ofwel 'niveau 2').

Het is alleen zeer de vraag of iemand die bijvoorbeeld het certificaat fast-food assistent haalt (niveau 1) wel een echte uitvaller is, zegt Portengen. Want ook al is chique gezegd het 'civiel effect' van een opleiding voor ongeschoold werk vrijwel nul, ze krijgen er wel een papiertje voor. En daarom moeten ook deze verkapte cursussen in sociale vaardigheden meetellen, redeneren ze bij de Bve Raad.

Toch is wel degelijk iets concreets over de uitval in het mbo te zeggen, meent Wander van Es van Sardes, een onderwijsadviesbureau in Utrecht. Sardes verzamelt en analyseert voor het ministerie van onderwijs de cijfers van de zogeheten regionale meld- en coordinatiepunten (rmc). Scholen zijn verplicht hier sinds 1995 het verdwijnen van alle leerlingen tot 23 jaar te melden.

Volgens Van Es zijn de rmc-gegevens 'steeds betrouwbaarder'. ,,We hebben geen aanwijzingen dat scholen grote groepen drop-outs niet melden. De registratie is de laatste jaren verbeterd. We komen de laatste jaren op steeds dezelfde getallen uit en het percentage leerlingen dat herplaatst wordt in het onderwijs is ook steeds hoger.

Wie duidelijkheid wil over de uitval in het mbo moet in ieder geval de begrippen 'voortijdig schoolverlater' en 'ongediplomeerd schoolverlater' niet door elkaar gooien, zegt Van Es. De vsv'er heeft geen startkwalificatie. De tweede heeft dat wel - een havo-diploma bijvoorbeeld - maar rondt alleen de mbo-opleiding niet af. Bovendien vallen ook alle uitvallers in het volwassenenonderwijs (de 23-plussers) onder de noemer ongediplomeerde schoolverlater. Maar de roc's tellen beide categorieën onbekommerd bij elkaar op en komen dan op een uitval die tussen de 20 en 30 procent ligt.

Wie zich beperkt tot de startkwalificatie-definitie komt veel lager uit. Van de 40000 voortijdig schoolverlaters zijn er 27000 gedeeltelijk of helemaal niet meer leerplichtig, wat neerkomt op 5 ... 6 procent van alle scholieren in het mbo èn het voortgezet onderwijs. Het gaat hier om voornamelijk mbo'ers van zestien jaar en ouder. Van Es schat hun aandeel in de totale mbo-populatie op ongeveer 9 procent. Andere koek dus.

Is het met zulke tamelijk gunstige cijfers nog wel nodig tientallen miljoenen uit te geven aan het bestrijden van schooluitval? De meeste uitvallers komen op de huidige arbeidsmarkt ook nog eens heel gemakkelijk aan werk. Dat is maar hoe je het bekijkt, denkt Van Es. ,,Ze komen terecht in supermarkten of de horeca en vliegen er daar als eerste weer uit als ze te duur zijn. Een ander deel belandt in de criminaliteit en zorgt op die manier voor grote maatschappelijke kosten. En wat het geld betreft: die jaarlijkse zestig miljoen gulden komt neer op een bedrag van 1500 gulden die je per scholier nodig hebt om hem weer terug naar school te krijgen. Dat is ook weer niet zoveel.''

Bovendien is het zeker schrikken voor wie de cijfers op lokaal niveau bekijkt. In Rotterdam heeft meer dan 40 procent van alle Turkse en Marokkaanse leerlingen tussen de 19 en 22 jaar geen startkwalificatie. Misschien nog wel erger is dat niemand in deze categorie nu nog op school zit of een opleiding volgt. Rotterdam maakt zich grote zorgen en heeft besloten de onderwijsprestaties in de gemeente jaarlijks te gaan monitoren.

mailIcon print |