*

 
dossier

Archief

'Grozni is toch zeker geen badplaats'

Wendelmoet Boersema − 11/06/01, 00:00

Koningin en kroonprins kunnen terugkijken op een geslaagd staatsbezoek aan Rusland. Met president Poetin mocht alleen niet gesproken worden over Tsjetsjenië. Nog elke dag vallen daar doden, onder Tsjetsjenen en onder Russen.

GROZNI - Uit de lucht ziet Grozni eruit zoals op de beelden die de wereld sinds anderhalf jaar krijgt voorgeschoteld, maar dan erger. De groene, volle velden rond de stad, het zonnige weer en de heuvels rondom maken de aanblik van honderden kapotgeschoten flats, zwartgeblakerde straten en huizen surrealistisch. Alsof iemand een gigantische peuk heeft uitgedrukt bovenop een ooit gemoedelijke provinciestad. De brandende en zwarte rook uitstotende oliebronnen rond de stad zijn de nagloeiende asresten.

De helikopter landt binnen het omheinde terrein van het enige volledig herstelde gebouw in Grozni: het hoofdkwartier van de vijf maanden oude Tsjetsjeense regering. Voor de ambtenaren staan er provisorische containerwoningen, in de kantoorgangen staan de stoelen nog in de verhuisdozen. Vanuit het raam is het geraamte zichtbaar van een compleet vernielde fabriek.

Een persreis naar Tsjetsjenië verloopt in deze oorlog, door Russen steevast 'anti-terroristische operatie' genoemd, volgens vast stramien. In drie dagen een bezoek aan twee legerbases, bezoek aan het relatief veilige noorden en onder zware bewaking het centrum van Grozni in. Dit keer gaat het echter anders. Voor het eerst organiseert het Russische leger de reis in samenwerking met de Tsjetsjeense regering van premier Stanislav Iljasov, een Rus met kozakkenbloed in de familie. En Iljasov heeft geen zin van Grozni meer te laten zien dan het regeringsgebouw.

De regering werkt aan de wederopbouw van de republiek, meldt hij. Zodat 35000 vluchtelingen dit jaar naar Tsjetsjenië kunnen terugkeren. In Ingoesjetië zitten nog steeds 150000 Tsjetsjenen, in de republiek zelf zijn 200000 ontheemden. Eind april was de eerste groep repatrianten bij aankomst in het stadje Argoen meteen getuige van een zatsjistka -de razzia-achtige controles van het Russische leger- en de executie van een voorbijganger.

Net zo'n zatsjistka is nu gaande in het centrum van Grozni. De dag ervoor zijn twee leden van Omon -de elitetroepen van Binnenlandse Zaken- gedood in het centrum. De dag daarvoor twee studentes op de campus. ,,Helaas hebben we vandaag niet iedereen kunnen vangen die het gewone leven belemmert'', zegt een joviale Iljasov aan zijn royale regeringstafel.

Voor het herstel van Tsjetsjenië is 15 miljard roebel -1,3 miljard gulden- uitgetrokken de komende twee jaar. De nieuwe premier presenteert zich graag als econoom en 'een doener'. Trots somt hij op wat er al bereikt is; de achterstand in lonen en pensioenen tot 1999 is weggewerkt, de spoorlijn met Goedermes en Moskou hersteld, er zijn 5000 banen voor ambtenaren geschapen, in Grozni is een bankfiliaal geopend, een paar winkels, de landbouw in het noorden en enkele baksteen- en cementfabrieken draaien weer. Maar zijn lijst met de toevoeging 'binnenkort' is, begrijpelijk, vele malen langer en bestaat uit alles wat van Grozni weer een leefbare stad zal maken.

De honderden miljoenen die Moskou vorig jaar voor de wederopbouw uittrok zijn verdampt door corruptie, maar ditmaal, zegt Iljasov, ,,sta ik garant dat alle geld goed terecht komt''.

De woorden van de Tsjetsjeense premier contrasteren schril met de berichten van mensenrechtenorganisaties, dat in Grozni en het zuiden van Tsjetsjenië nog steeds de willekeur en de terreur van het leger heerst. Een schrijnend recent voorbeeld is een massagraf vlakbij Chankala, waar 51 lijken werden gevonden. Zestien slachtoffers waren voor het laatst gezien bij hun arrestatie door het Russische leger, maar het onderzoek is in de doofpot gestopt.

Moskou heeft grote moeite om de overgang van oorlog naar wederopbouw te maken. Van de begin dit jaar beloofde terugtrekking van de troepen is nog weinig terechtgekomen. De opstandige republiek is al maanden 'onder controle', maar nog elke nacht verandert Grozni in een duister niemandsland waar niemand de regie voert. Russische ministers meldden het laatste halfjaar steeds het officiële dodental van 2700 'aan Russische kant', terwijl er iedere week een tiental doden bijkomt.

,,Ik heb nog niets van de wederopbouw gemerkt'', zegt peuterleidster Asja Sjachmoerzajeva uit Grozni. Ze werkt in de crèche van het vluchtelingenkamp in het dorpje Znamenskoje, vlakbij de noordelijke grens. ,,Goed, de scholen en ziekenhuizen zijn weer open, maar in het kamp hebben we nog net zo weinig als vorig jaar.'' Asja (33) wil desondanks dat de vluchtelingen nu al terugkeren. ,,In Ingoesjetië krijgen ze van iedereen hulp, hopelijk komen de internationale organisaties dan ook hierheen.'' Sommigen in Znamenskoje zien wel vooruitgang. De directeur van het pas herbouwde moskee-complex ziet elke vrijdag meer gelovigen in de moskee. ,,Ook jonge mannen. We hebben hier minder te vrezen dan in Grozni.''

Premier Iljasov ontsteekt na herhaalde verzoeken om iets van het herstel in de hoofdstad te laten zien, plotseling in woede. Schuimbekkend zegt hij; ,,Heb ik soms gezegd dat alles al werkt? Er is nog geen water voor de bevolking, nog geen gas, we kunnen niet veilig over straat. Ik hoest zelf voortdurend door de olierook. Het is hier geen badplaats! En het heeft geen zin de bevolking hun mening over ons te vragen. Die hebben ze niet.''

mailIcon print |