*

 
dossier

Archief

Vlaggen en gasmaskers uitverkocht

Bert van Panhuis − 29/09/01, 00:00

Ver van New York en Washington willen de Amerikanen zo snel mogelijk terug naar hun normale leven. Met ontelbare vlaggen in top. En met een gasmasker achter de hand.

'Ik zou doodsbang zijn als ik nu moest vliegen'', fluistert Marilyn terwijl ze met haar man Hank op het winderige veldje in Shanksville (Zuidwest-Pennsylvania) staat te peinzen bij het geïmproviseerde eerbetoon van bloemen, planten, gedichten, een kruis en heel veel Amerikaanse vlaggetjes.

Enkele kilometers verderop boorde ruim twee weken geleden het gekaapte toestel 93 van United Airlines zich in een akker. En nog steeds stopt de ene auto na de andere om even stil te staan bij het lot van de 45 inzittenden. Iets verderop klappert het zeildoek van de tent, waarin enkele dagen na de ramp de nabestaanden samen met gouverneur Tom Ridge troost en steun zochten. Midden in het dorp hebben bewoners een aandenken neergezet en gelegd, samen met tekeningen van de Shanksville-Stonycreek-basisschool.

Een dorp is het eigenlijk niet eens, daar in een kom in de Appalachen-bergen. De huizen lijken wat losjes neergestrooid in een groot bebosd gebied. Er staan een paar kleine kerkjes, van de luthersen en de methodisten, een benzinepomp, de opslagplaats van de vrijwillige brandweer en het kruidenierswinkeltje: Ida's Country Store. Daar had eigenaar Donna Wilt op die dinsdagmorgen de radio aanstaan, waarop werd meegedeeld dat terroristen vliegtuigen tegen de Twin Towers en het Pentagon te pletter hadden laten vliegen. ,,Ik zei: wat mogen we ons toch gelukkig prijzen dat we hier zo ver van de bewoonde wereld zitten. Dat gebeurt in de grote stad, niet hier. Hier voelden we ons veilig. Ook hier moet je je auto op slot doen, maar alleen om te voorkomen dat de buurtbewoners hem volstouwen met hun zelfgeteelde groenten.''

Een van Donna's klanten knikt instemmend. ,,We hebben het geweld ineens heel erg snel bij ons op de stoep gekregen. Ik weet niet of ik me ooit nog wel veilig zal voelen.''

Ray Taylor staat op het punt de deur te sluiten van de brandweerloods op de hoek van Main Street. Het groepje vrijwillige brandweerlieden, waarvan hij deel uitmaakt, hoeft zelden in actie te komen. En dan nog voor niemendalletjes. ,,Onder hoogspanning trokken we erop uit nadat we hoorden van het neerstorten van het vliegtuig. Je denkt een brandend toestel aan te treffen en slachtoffers, maar niets van dat alles. Alleen kleine stukjes in een krater. We hoefden nauwelijks iets te blussen. Het klinkt misschien gek, maar ik was met mijn gedachten in de dagen erna meer bij de vele collega's die onder de instortende gebouwen in New York zijn bedolven, dan bij de slachtoffers hier.''

Na de ramp heeft het leven in Shanksville snel zijn gang hernomen, ook voor de scholieren van Shanksville-Stonycreek. Dylan en Cassie, die zich in een nabijgelegen BurgerKing te goed doen aan een hamburger, herinneren zich dat het schoolhoofd zo snel mogelijk tot de orde van de dag overging. ,,Degenen die overstuur waren werden apart genomen. Jullie zijn okay, jullie is niks overkomen, zei ze. En je mocht alleen maar weg als je ouders je kwamen halen. De afgelopen tijd hebben we het meer gehad over New York dan het neergestorte vliegtuig bij ons.''

Ook dominee Ron Emery vindt het goed dat het leven weer gewoon doorgaat. Maar, zegt hij, terwijl hij wat bloemetjes schikt bij zijn methodistische kerk, ,,vergeten zullen we het niet snel''.

Doodsbang is Lucille, die in Thurmont in het uiterste noorden van Maryland de 'Little shop of florals' runt, een uitstalling van poezelige snuisterijtjes. In de etalage heeft ze een pop in de Amerikaanse vlag gestoken en een bordje 'God bless America' omgehangen. ,,Ik doe geen oog meer dicht. Die lui hadden het ook op ons voorzien en wie weet wat er nog komt. Nee, mijn achternaam mag beslist niet in de krant.'' En met bevende handen gebaart de bejaarde vrouw dat ze niet verder wil praten.

Het is niet verwonderlijk dat ze bang is, want volgens de eerste berichten had de UA93 in de buurt van Thurmont moeten exploderen. Daar, hoog in de Catoctin-bergen, ligt namelijk Amerika's beroemdste conferentieoord en weekendverblijf: Camp David.

Ach, stelt een straat verderop huizenmakelaar Margaret Rhoades laconiek, we zijn al die drukte rond Camp David wel gewend. Altijd is er hier wel een veiligheidsmaatregel. De gebeurtenissen van twee weken geleden hebben haar niet van haar stuk gebracht. ,,Sterker nog, ik ben de afgelopen week gaan vliegen. Had ik nog nooit gedaan. Ze zeiden wel: mens, waar begin je aan? Maar het vliegen is nog nooit zo veilig geweest als nu.''

Nee, ze maakt zich meer zorgen om haar kinderen. ,,Mijn zoon werkt op het Pentagon, vlakbij de verwoeste vleugel. En mijn schoondochter werkt in het Witte Huis. Ook al een doelwit. Voor mijn kleinkinderen heel beangstigend.''

Rhoades was geen fan van George Bush, maar dat is door de aanslagen wel veranderd. En zo verdeeld als het Amerikaanse volk bij de verkiezingen was, zo eensgezind is het nu, zegt ze. Die eenheid wordt zichtbaar als je een paar dagen door het grensgebied van Maryland en Pennsylvania trekt. Dit is al een tamelijk traditioneel deel van de Verenigde Staten, maar nu kent de vaderlandsliefde geen grenzen. De drie meestgebruikte slagzinnen van dit moment zijn: 'God bless America', 'Proud to be an American' en 'United we stand'. Je komt ze op de gekste plekken tegen. Op de muren van kerken, op lakens op de veranda's van woningen, in de lichtbakken van bioscopen en hotels en op de borden bij benzinestations, gevolgd door Marlboro Packs.

En dan de vlaggen, ze staan en hangen er bij honderdduizenden. Gedrapeerd boven de deuren van huizen, op de motorkap van auto's, in etalages en voortuinen, aan deurposten, wapperend en in de lengte gehangen, halfstok en in top. In Middletown, een stadje in Pennsylvania, staan ze om de tien meter in iedere straat geplant. Amerika vlagt zijn trots en eenheid uit.

Maar de onzekerheid en de vrees blijven. Betty Thomas en Pat Lambert voelen zich niet meer zo gelukkig met het uitzicht vanuit hun Londonderry Garden Center. Aan de overkant kringelt stoom omhoog uit twee koeltorens van de kerncentrale Three Miles Island 1. Op nauwelijks een kilometer afstand in de Susquehannarivier bij Harrisburg, de hoofdstad van Pennsylvania. De afgelopen weken is meermalen geopperd dat kerncentrales het volgende doelwit van terroristen kunnen worden. Betty: ,,Ik ben hier in 1979 komen wonen, het jaar waarin de bijna-ramp gebeurde met de andere Three Miles Island-centrale. En ik ben eigenlijk nooit bang geweest, behalve nu. Ik voel me niet lekker. Dat kan te maken hebben met het gerucht dat ze ons wilden evacueren, omdat ze bang waren voor een terreuractie gericht tegen de centrale.''

Ook bij de Army & Navy Store in hartje Harrisburg wordt duidelijk dat Amerika zich niet meer veilig voelt. De media in de VS berichten nu over mogelijke aanslagen met biologische en chemische wapens. Doorgaans doet de Army & Navy Store vooral in camouflagekleding, tenten, schoenen en survival-attributen, maar nu is een doorgaans weinig populair artikel niet meer aan te slepen: gasmaskers. Een oudere vrouw bekijkt een exemplaar aan alle kanten, tuurt op de beschrijving en vraagt uiteindelijk een van de winkeleigenaren eens voor te doen hoe je zo'n ding moet opzetten. De man doet een nonchalante poging en de vrouw loopt schouderophalend weer weg. ,,Je merkt dat de mensen zich zorgen maken als ze serieus naar die dingen grijpen'', zegt de eigenaar.

De opgelaaide vaderlandsliefde heeft zich nog niet uitgestrekt tot Amerika's nationale monumenten zoals het nationale militaire park in Gettysburg, waar alles herinnert aan de Burgeroorlog uit de negentiende eeuw. Hier heeft Abraham Lincoln na de beslissende slag in de oorlog zijn befaamde Gettysburg Address uitgesproken. Maar Liz Weltzer van de Parkpolitie heeft nog geen toegenomen belangstelling geconstateerd. Toeristen van ver weg zijn er minder, omdat ze niet durven vliegen, maar er komen weer anderen, omdat ze niet ver weg durven gaan.

Bud en Louise Cantrell zijn wel van ver gekomen, uit de omgeving van Phoenix (Arizona). Bud: ,,We zijn niet zo bang aangelegd. We maken ons meer zorgen over onze dochter die stewardess is. Ze kunnen dan de cockpits wel gaan versterken, maar die vrouwen zijn snel het doelwit van bedreigingen. Als ze al niet worden doodgestoken, zoals in New York is gebeurd.''

Het echtpaar staat van harte achter de door Bush aangekondigde vergeldingsacties. Bud, een veteraan uit de Korea-oorlog: ,,Je kunt dit niet ongestraft laten, ook al ben ik er niet zeker van of het ook weer niet nieuwe terreur zal uitlokken. Maar we kunnen niet anders dan een oorlog beginnen tegen die lui.''

Staan in deze golf van vaderlandsliefde Amerika's jonge mannen weer te popelen om zich in het uniform te steken? Bush denkt nog niet over een nieuwe dienstplicht, maar het gerucht wil dat de belangstelling voor het leger na 11 september groeiende is. Een kijkje bij het recruteringscentrum in Johns-town (Pennsylvania) levert geen bewijs. De kantoortjes van de Air Force en de Navy zijn al dicht en bij Army hangen twee mannen verveeld in hun stoel. Nee, praten met de pers mogen ze niet. En dus wordt er gebeld met voorlichter Don Wotz in Pittsburgh. ,,Er is wel meer binnenloop, maar dat levert nog geen aanmeldingen op. Die belangstelling past helemaal in het toegenomen patriottisme. Net als het vertoon van al die vlaggen. Je kunt momenteel geen vlag meer krijgen. Uitverkocht.''

mailIcon print |