Na morgen valt de hockeycompetitie stil en gaat het Nederlands team zich voorbereiden op de strijd om de Champions Trophy, die begin november in Rotterdam wordt gehouden. Oranje zal dat toernooi niet winnen, weet de nieuwe bondscoach Joost Bellaart.
AMSTERDAM - Het zomert na in Amsterdam-Oost. Op het achterdek van zijn schip, tevens zijn huis, hangt Joost Bellaart (50) onderuit op een bank. Hij zwaait vriendelijk naar passerende bootjes. ,,Dag kapitein!'' Hij draait zich weer om. ,,In de zomer gaat dat de hele dag door. Gek word je ervan.''
Boten, water, varen. Hij noemt het zijn tweede liefde. Na zijn dochter. Zijn ouders hadden vroeger al een schip. Zelf woont hij sinds twee jaar op 'De Bel'. Hij heeft ook nog een sloep waarmee hij regelmatig de Amsterdamse grachten bevaart, een speedboot en een botter. Binnenkort verhuist hij naar een verbouwde platbodem uit 1893, die gelegen is op de Amstel.
Varen betekent voor hem vrijheid. Bellaart is niet zo'n honkvast type. Hij woonde in New York, Rome, Parijs. ,,Ik ben geloof ik 25 keer verhuisd.'' Ook in zijn werk is hij 'wispelturig'. Hij laat zich door bedrijven inhuren als interim-manager. ,,Ik loop altijd tegen leuke dingen aan. Nu dus weer met het hockey. Als je in je nadagen wordt aangeboden om bondscoach te worden, laat je alles vallen en doe je het. Zo ben ik. Die sport is de rode draad in mijn leven.''
Hij was speler bij Klein Zwitserland. ,,Ik was een snelle aanvaller, maar naarmate ik zwaarder werd, zakte ik steeds een linie naar achteren.'' Bij de Haagse club debuteerde hij ook als coach; eerst van de vrouwen, later van mannen. De afgelopen drie jaar was hij er succesvol als coach. Niet zelden schopte hij tegen heilige huisjes. Zijn emotionele gedrag langs de lijn zorgde voor wenkbrauwengefrons. ,,Men vond het een act. Maar als het team het nodig had, maakte ik de kachel aan. Om iets los te maken. Dat was niet alleen toneelspel. Meer dan veel andere maatschappelijke activiteiten komt hockey heel dicht bij mijn ware zijn. Ik moet zeggen dat ik die spanning van een competitiezondag wel mis.''
Met zijn uitspraken maakte hij zich niet altijd geliefd. Waarschijnlijk, veronderstelt hij, was er daarom zoveel commotie toen hij werd aangesteld als de nieuwe bondscoach. ,,Ik heb altijd gezegd wat ik vond, tegen iedereen. Dat kan wel eens verkeerd geïnterpreteerd worden. Ik ben nu eenmaal geen allemansvriend.''
Bellaart werd als een stap terug in de tijd gezien, hij werd omschreven als een hobbyïst, een man die wel bevlogen was maar technisch-tactisch tekort schiet. ,,Natuurlijk heb ik me dat aangetrokken. Ik zal hun ongelijk moeten bewijzen. Mensen in mijn omgeving zeiden: waar begin je aan? Er was geen eer aan te behalen. Ik zie dat anders. De resultaten zijn niet te overtreffen, maar ik wil het team anders gaan begeleiden. Ik wil niet vanuit het resultaat denken, maar vanuit de voorwaarden.''
Bellaart was in de jaren tachtig ook al in dienst van de bond. Hij stond op de nominatie om Wim van Heumen op te volgen, maar de keus viel uiteindelijk op Hans Jorritsma. ,,Dat was op dat moment een terechte keuze. Hans was een coach van wereldklasse, ik was dat niet. Hij was technisch en analytisch heel erg sterk, ik was een betere coach dan een trainer.''
Tegenwoordig acht hij zichzelf wel goed genoeg voor de baan, ook al was hij tussen 1992 en 1997 niet actief in het hockey. Zijn vuurdoop als bondscoach beloofde weinig goeds. De oefenreeksen in de lente en de zomer tegen ondermeer Duitsland en Pakistan en het toernooi in Hamburg verliepen teleurstellend. Zijn criticasters haalden onmiddellijk hun gelijk. Bellaart trok er zich weinig van aan. ,,Eigenlijk kwamen die wedstrijden mij wel goed uit. Ze legden zoveel tekortkomingen bloot. De spelers moeten zich daar bewust van worden.''
Met die boodschap voerde hij de afgelopen maanden, samen met zijn technische assistent Michel van den Heuvel, gesprekken met de internationals. Bellaart is van mening dat het succes van de laatste jaren, met het olympisch goud van Sydney als sprekend voorbeeld, hebben verbloemd dat het Nederlands team er helemaal niet zo florissant voorstaat. ,,Ik denk dat mijn boodschap bij de spelers is overgekomen. En dat werd tijd ook.''
,,Let wel, het Nederlands team heeft de afgelopen jaren bijna geen wedstrijden gewonnen. In Sydney maar twee, de rest werd gelijkgespeeld en met strafballen beslist. Je kunt wel zeggen: we zijn olympisch kampioen, maar de wijze waarop het gebeurde was heel marginaal. Ze werden door een derde partij in het zadel geholpen en hadden alle geluk van de wereld, dankzij individuele bevliegingen. Nederland kan het zich niet veroorloven op die automatische piloot verder te gaan.''
,,Zelfoverschatting? Je kunt het ook onderschatting van de tegenstander noemen. Wij zijn in slaap gesust door de successen. De paar spelers die er wat van zeiden, werden roependen in de woestijn. Ik heb gemerkt dat er gemakzucht in het team is geslopen. Er werd te snel afgezegd voor trainingen, met een pijntje hier of daar. Dat kan één keer, maar als dat structureel gebeurt zegt dat iets over de beleving. Ik heb sommige afzeggingen niet geaccepteerd, mensen opgebeld, en dan kwamen ze toch. In het Nederlands team spelen betekent niet alleen dat volkslied aanhoren, het gaat ook om de fase ervoor. Het is een platitude, maar je speelt zoals je traint.''
Door blessures en clubverplichtingen had Bellaart de voltallige selectie slechts een paar keer bij elkaar. ,,We gaan nu pas echt beginnen.'' Een van de aspecten die op de trainingen prioriteit zal krijgen is de strafcorner, ooit een dodelijk wapen van Nederland, maar de laatste jaren volgens Bellaart schrikbarend afgezwakt. In de recente oefenduels leidden slechts vijf van de zestig afgedwongen strafcorners tot een treffer. ,,Nog geen tien procent. Dat moet naar dertig. Tegen Pakistan in Utrecht kregen we dertien corners. Drie kwamen niet eens rand cirkel. Dat is een blamage. In 1990 werden we wereldkampioen door 100 procent te scoren uit de vier strafcorners in de halve finale en finale.''
Gezien alle omstandigheden -met diverse blessuregevallen- zou het volgens Bellaart 'niet van realiteitszin getuigen' te verwachten dat Nederland op 11 november de Champions Trophy wint. Hij acht Duitsland te sterk. ,,Historisch gezien is het extra moeilijk voor eigen publiek te presteren. Iedereen staat mee te kijken. Ook is de afleiding voor de spelers groter. Hier is familie in de buurt en moet je vragen of de mobiele telefoons uitkunnen. In Lahore doen de gsm's het niet.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.