*

 
dossier

Archief

Hopen dat er een paar blijven

Louis Cornelisse − 20/01/01, 00:00

Vandaag landt Koningin Beatrix op de Nederlandse Antillen voor een officieel bezoek van vijf dagen. De Antilliaanse jongeren dromen er vrijwel allemaal van ooit in omgekeerde richting te reizen en zich in Nederland te vestigen. Een enkeling neemt zelfs de moeite eerst de lessen 'reizen met strippenkaart' en 'hoe zich te kleden in de Nederlandse seizoenen' te volgen. Louis Cornelisse ging kijken bij de inburgeringscursus.

De beelden van Telecuracao spreken boekdelen. De slaven worden een voor een gescheiden. In kansrijken en afvallers. Het draait in het programma om de cursus inburgering die Antillianen verplicht - en met succes - zouden moeten afronden om niet te worden tegengehouden op weg naar Nederland.

De vurige wens van de regering in Den Haag verscheurt de overzeese gebiedsdelen. Voorstanders zien erin een kans jonge Antilliaanse emigranten nog wat praktische bagage mee te geven voor ze naar het beloofde moederland vertrekken. Tegenstanders hebben het over betutteling en een terugkeer naar de koloniale verhoudingen. Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba vormen tenslotte één koninkrijk, waarin iedereen gelijk hoort te zijn. Op vliegveld Hato bij Willemstad of Juliana op Sint Maarten wordt aan Nederlanders toch ook niet gevraagd of ze een mavo-diploma bij zich hebben?

Simon Wilson is een blije, meelevende pastoor. De wijk van zijn parochie heeft een misleidende naam: Steenrijk. De huizen zijn redelijk, voor Antilliaanse begrippen. Maar ook hier is de malaise in het koninkrijksdeel overzee voel- en zichtbaar. Eenoudergezinnen zijn eerder regel dan uitzondering. De werkloosheid is groot. Kinderen gaan niet naar school. Waar iedereen naar uitkijkt is carnaval, maar meer nog een vertrek naar Nederland.

Wilson: ,,Na de dienst zondag komt er een jongen naar mij toe. Pastoor, jij moet mij de zegen geven. Ben je jarig? vraag ik. Nee? Heb je iets gewonnen? Ik ga naar Nederland, zegt hij. Hij zal de zegen hard nodig hebben. Er zijn veel jongens spoorloos in Nederland.'

De pastoor zou in de ogen van de Antilliaanse regering een spil kunnen zijn om de verloederende jeugd aan te spreken. Dat doet Wilson ook. In zijn geel gesausde kerkje Altagracia spreekt hij zijn mensen direct aan. ,,Waar was je vorige week? Aan het werk!' Pisnijdig maakt hij zich over de blote kleding van de meisjes. De decolletés, bloesjes en rokjes horen meer bij een outfit voor lichte vrouwen, betoogt Wilson. ,,Heb respect voor je lichaam, je leven. Bepaal zelf, laat je niet leiden door het beeld van anderen.'

De zaal is tot de nok gevuld. Zevenhonderd jongeren swingen met Wilson door de dienst. De pastoor hoopt dat een paar zich zullen bedenken en blijven. ,,Ik geef toe. Hier is het ook niet pluis. 's Avonds ga ik niet graag meer mijn parochie in. De jongens weten, met drugs en drank op, niet wat ze doen. Overvallen je. Ik zat hier in huis te eten met een dame. We zien een jongen zo haar auto openbreken en een tas pakken. Heb ik moeten getuigen tegen een van mijn jongens.' De pastoor wijst op de tralies in zijn kerkje. Dievenijzers heten ze op Curacao. Het is tegenwoordig een van de meest verkochte stukken huisraad. ,,'t Is erg', zegt de pastoor.

Boven Steenrijk en het aanpalende Marie Pompoen en Koraal Specht, waar de gevangenis is, cirkelt een helikopter van de politie. Er zijn twaalf jongens ontsnapt uit het GOG (Gouvernements Opvoedings Gesticht). Een van de vluchters uit de jeugdbajes is Wendimar P., die als hij geen levenslang wegens moord had gekregen, het vliegtuig naar Nederland had genomen.

Het GOG laat de aftakeling van Curacao in een notendop zien. De jongeren die er zitten hebben zware misdaden begaan. Kunnen nauwelijks lezen en schrijven. Vader is de hort op, de moeder heeft gezag tot zover het oog reikt. De bewaking in het gesticht is minimaal en corrupt. De gevangenen gaan buiten drugs halen. Er worden zelfs feestjes met buitenstaanders gehouden, binnen de muren van de bajes.

De pastoor van Steenrijk betwijfelt of de regering bij machte is het tij te keren. ,,Op straat, overdag, zeg ik tegen kinderen: zit jij niet op school? Nee, zeggen ze, hoeft niet. We gaan toch naar Nederland.' Ze hebben dat paspoort hè. Als hun koffertje klaarstaat, is praten zinloos.'

Ondertussen woedt op Fort Amsterdam (het regeringscentrum) een verbeten strijd. Vanwege de kwestie van de inburgering heeft zich onlangs nog een Nederlandse minister - Van Boxtel - stukgelopen op de eeuwenoude vesting. De Antiliaanse regering van Miguel Pourier was er nog niet klaar voor. Boos stapte Van Boxtel in het vliegtuig naar huis. In eerste instantie was de gedachte van de Antilliaanse regering: wij gaan onze landskinderen geen cursus opleggen om meer aan de weet te komen over Nederland. Dat jongeren het paspoort afgepakt zou worden als ze zouden zakken voor de cursus of zouden weigeren deel te nemen, was helemaal uit den boze. 'Zo ga je niet met elkaar om binnen het koninkrijk', werd geroepen binnen het kabinet-Pourier. 'Van Belgen die zich in Nederland willen vestigen wordt toch ook niet geëist dat ze eerst in Brussel een opleiding Hollandiakunde doen?'

De regering is in twee kampen verdeeld. Iedereen is voor een algemene educatieplicht voor jongeren tot 26 jaar. Voor die leeftijdsgroep gaat een verplichte cursus inburgering gelden als ze naar Nederland willen. Tenminste, als ze geen mavo of lts hebben. De harde kern in het kabinet - waaronder minister van justitie Rudsel Martha - willen keiharde straffen als een gegadigde niet aan de educatieplicht voldoet. Martha's redenering is: als ze zich niet laten scholen krijg ik of mijn collega in Nederland ze vroeg of laat toch in het verdachtenbankje.

De andere stroming die terrein begint te winnen - niet in de laatste plaats omdat Nederland hem steunt - wil een heel ander traject. Wie naar Nederland wil, moet dat 15 weken voor vertrek kenbaar maken. Dan kan nog aangehaakt worden bij een cursus 'wie,wat,waar' over Nederland. Als de landverhuizer niet aan de eisen voldoet, volgt een boete, die kan oplopen tot 2500 Antilliaanse guldens. Komt de hardleerse jongere toch voor een enkele reis Nederland, dan zal eerst de boete betaald moeten worden. Daarna staat - tot verdriet van plaatsen als Rotterdam, Dordrecht en Den Helder - niets een vrije doortocht meer in de weg.

In afwachting van de Landsverordening is het stil in de koele leslokaaltjes in een zijpad van de Santa Rosaweg. Hier zijn de eerste cursussen inburgering afgerond. Docenten verwachten zeker tot maart met hun armen over elkaar te moeten zitten, omdat van het fort maar geen signaal komt dat ze door kunnen gaan. Veel later moet het niet worden, want de ervaring van de afgelopen jaren leert dat de bulk van de jongeren in het voorjaar vertrekt. Officieel vorig jaar zo'n 2000 jongeren jonger dan 19 jaar. Waarvan zeker driekwart een 'risicofactor' wordt genoemd.

Liane Rosina (20) en Fariciën Strikx (19) zijn er nog. Ze komen hun certificaat halen. Met een 120-tal jongeren hebben ze de cursus van tien weken afgerond. De twee zijn apetrots. Vijf dagen per week hebben ze van twee tot zes gezwoegd op het reizen met een strippenkaart en vooral het ambtelijke doolhof dat hun aan de andere kant van de oceaan wacht.

Liane heeft het moeilijk gehad. Ze heeft een baby van tien maanden en Orushino is veel ziek. Werken kan ze daarom niet. ,,Ik ben moe. Daarom slaap ik veel.' Ze gaat bij haar tante Silvita in Leiden wonen. ,,Hoe het met de baby moet weet ik niet. Mijn tante werkt. Hier past mijn moeder op als ik weg moet.'

Ze ziet wel een beetje op tegen de kou in Nederland. Op de cursus heeft ze geleerd van de seizoenen en welke kleren je aanmoet. ,,Dat bussen voorrang hebben als ze wegrijden in Nederland. Dat vind ik wel gek.' Fariciën gaat met haar 39-jarige moeder, twee broers en twee zussen - wier leeftijden variëren van 8 tot 17 jaar - de oversteek maken. Ze werkt in de supermarkt bij de vleeswaren. ,,Alle jongens daar willen ook weg. Maar ze willen niet naar cursus. Ze denken dat in Nederland alles lekker is.' Ze weet zeker dat ze gaat slagen in Schiedam. Een oom houdt daar een huurhuis voor haar familie bezet. Fariciën is niet floh (Papiaments voor lui), zegt ze, en dat wordt in Nederland gewaardeerd. Vandaar haar optimisme. ,,Nederland is streng, maar betaalt goed.' Ze gaat net als Liane in maart. ,,Is het eerst warm en dat is goed voor de aanpassing.'

De twee realiseren zich dat Nederland niet op hen zit te wachten. Ook het negatieve beeld dat daar wordt geschetst van Antilliaanse jongeren, is in de cursus opgenomen. Fariciën heeft een goed voornemen: ,,Bij de buren ga ik me meteen voorstellen. Ik ga zeggen: Buon Dia, ik ben Fariciën uit de Antillen en ik ga geen lawaai maken.' Ze heeft nog een afspraak met zichzelf gemaakt. ,,Als het weer beter wordt op Curacao, kom ik terug.'

Winston heeft ook plannen. Bij de snek zegt de 20-jarige nog nooit van inburgering gehoord te hebben. Hij scandeert luid lachend de slogan van de Schipholtasjes, die toeristen op het eiland met zich meesjouwen: See, buy, fly! Er zitten veel vrienden van hem in Nederland. Naar school is hij niet veel geweest. Winston praat vrijwel alleen Papiaments. Hij gaat als er genoeg geld is. ,,Ik heb gehoord dat de overheid mij wel wil sponsoren.'

Yadira Bakhuis is druk in de weer met de inburgering. Ze leidt de Task Force Antilliaanse jongeren. De directeur is de drijvende kracht achter het voorstel. ,,We willen de jongeren niet verbieden om het land te verlaten. Het gaat erom een pakket mee te geven, waarmee ze een kans van slagen hebben. Ook hier.' De jongeren die ze op het oog heeft zitten onder het niveau van mavo. Voor werkenden is het kritieke punt de positie van 'assistent beroepsbeoefenaar'. Bakhuis: ,,Schattingen wijzen uit dat er jaarlijks 1250 jongeren tussen de 16 en 24 jaar voor de cursus in aanmerking komen.'

Dat er mazen in de nieuwe landsverordening zitten, is volgens haar logisch. Als de boete voor het niet nakomen van de educatieplicht is betaald, kan de jongere alsnog wegvliegen. ,,Het klopt dat ze ook kunnen zeggen dat ze met vakantie gaan en vervolgens in Nederland blijven. Voor vakantie krijg je een ontheffing van de plicht. Vanuit Nederland kunnen ze zich dan uitschrijven uit het bevolkingsregister van de Antillen. Dat kan nu ook al. Tja, het is wel één koninkrijk.'

Bakhuis zou het goed vinden als jongeren eerst met vakantie naar Nederland zouden gaan. Misschien zou in Nederland - net als ooit voor opstandige Molukse jongeren is gebeurd - ook voor Antillianen een oriëntatiereis georganiseerd kunnen worden. ,,En wat hier op de Antillen moet gebeuren is een veel intensievere handhaving van de leerplicht. De jeugd moet worden aangesproken: waar was je gisteren? Er zijn alleen al op Curacao 500 tot 1000 leerlingen tussen de 6 en 15 jaar die onregelmatig naar school gaan. Curacao heeft ongeveer 3000 drop-outs tussen de 16 en 24 jaar.'

Het zijn problemen die een land dat op de rand van een faillissement staat, en waar massa-ontslagen bij de overheid aan de orde van de dag zijn, niet zelf kan oplossen. Vanzelfsprekend wordt naar Nederland gekeken. ,,Sommige toestanden zijn echt schrijnend. Neem Sint Maarten. Daar is voor 500 leerplichtige kinderen geen plaats op school. Die zwerven buiten op straat. Op die manier schep je zelf problemen, lijkt me. Daar helpt geen cursus inburgering tegenop.'

mailIcon print |