*

 
dossier

Archief

Opnieuw roept de strijd tegen 'de geest der eeuw'

HANS GOSLINGA − 20/01/01, 00:00

De mannenbroeders van GPV en RPF hebben in de Nederlandse politiek steeds in een marge vertoefd die door de hoofdstromen als obscuur zo niet onverlicht werd beschouwd, maar sinds ze zich hebben verenigd in de ChristenUnie kunnen ze een factor van meer dan marginale betekenis worden. Iets van dat perspectief weerspiegelde zich in de zelfbewuste houding waarmee ze zich deze week in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer onder aanvoering van de wijsgerige schoolmeester Kars Veling, en zowaar met twee vrouwen in de gelederen, zij het in de tweede en derde linie, presenteerden.

De nieuwe formatie mag zich nu al verheugen in de nieuwsgierigheid en belangstelling van uiteenlopende kanten. De vice-voorzitter van de PvdA-fractie, de voormalige actievoerder Adri Duivesteijn, gunde de unie een plaats in een progressief pact met PvdA, D66 en GroenLinks, waarvan hij het afgelopen najaar dagdroomde. Tegelijk zien dolende conservatieven rond de voormalige VVD'er Andreas Kinneging ingangen om bij de nieuwe groepering politiek onderdak te vinden. De socialist voelt zich aangesproken door de sociale koers die de unie voorstaat, de conservatieven hebben affiniteit met het culturele conservatisme dat zich uit in verzet tegen de ook door hen verfoeide rationele tijdgeest.

Dit verzet tegen 'de geest der eeuw' had in de jaren zestig en zeventig voor de reformatorische partijen tot gevolg dat zij in een hoek werden geplaatst die op zijn best als folkloristisch, op zijn slechtst als fundamentalistisch werd aangemerkt. De hoofdstromingen voelden zich niet of nauwelijks verplicht hun nonconformisme serieus te nemen. De sociaal-democrate Ien Dales bestond het tien jaar terug tijdens de behandeling van de wet gelijke behandeling zelfs hen vanwege hun bezwaren buiten de orde van de het debat te plaatsen. De belangstelling die de ChristenUnie nu ten deel valt, geeft aan dat hun houding in deze tijd anders wordt gewaardeerd. Daarmee is tegelijk aangegeven dat er voor de groepering kansen liggen zich uit het 'klein rechtse' isolement te bevrijden.

Dat hangt ook van henzelf af. Van het GroenLinks-kamerlid Femke Halsema is de waarneming dat vertegenwoordigers van de ChristenUnie hun gelijk dikwijls 'in beton gieten'. Ze bedoelde daarmee dat naar de mate waarin dat minder gebeurt, er beter met hen valt te praten. De mannenbroeders zouden zich die kritiek moeten aantrekken, willen zij verstaan worden. Na de behandeling van de euthanasiewet eind vorig jaar beklaagde het kamerlid André Rouvoet zich erover dat de behandeling geen dialoog tussen voor- en tegenstanders was geweest, maar een botsing tussen twee werelden van wederzijds onbegrip. De verzuchting is tekenend voor de vervreemding tussen de hoofdstroom van de Nederlandse samenleving en een oude, autochtone minderheid. Maar dat heeft ook die minderheid zich aan te rekenen, die wellicht te lang het koesteren van haar overtuiging heeft laten samenvallen met het koesteren van het isolement. In dit licht kan het gezamenlijke initiatiefvoorstel van de kamerleden Leen van Dijke (ChristenUnie) en Jet Bussemaker (PvdA) om werknemers het recht op (zondags)- rust toe te kennen als een doorbraakje naar opener verhoudingen worden gezien.

Kars Veling lijkt met zijn eruditie en scherpzinnigheid een uitgelezen figuur om de bezwaren tegen de tijdgeest op een intelligente en verplichtende wijze over het voetlicht te brengen. Slaagt hij daarin, dan zou zijn groepering een van de politieke voertuigen kunnen worden van een breder levend onbehagen over de paarse politiek. Het is niet gewaagd te veronderstellen dat de opvallende herwaardering van het onversneden protestantse geluid, zelfs bij een atheïst als Duivesteijn, met dat onbehagen verband houdt. Dat die gevoelens manifester worden, komt waarschijnlijk doordat het karakter van de paarse politiek in deze tweede periode duidelijker uit de verf komt. In de eerste, experimentele periode had voorzichtigheid bij de deelnemende partijen nog de overhand. Nu blijkt steeds pijnlijker hoezeer een politiek die gedragen wordt door materialisme, individualisme en rationalisme, tekortschiet om, zoals Veling het noemde, 'publieke belangen en waarden' te beschermen. Een overheid waarvan de paarse politici de rol en betekenis voortdurend relativeren, mist op den duur het gezag om op te treden, zoals uit de voorgeschiedenis van de rampen in Enschede en Volendam is gebleken.

Een belangrijke factor in het toenemend onbehagen is ook de verpaarsing van de coalitiepartijen, in de zin dat zowel de PvdA als de VVD in de richting van het zielloze pragmatisme, waar D66 voor staat, zijn gekleurd. Beide stromingen hebben als het ware aan compassie verloren, de PvdA aan sociale, de VVD aan conservatieve compassie, die een Bolkestein en een Wiegel nog aan de dag legden. Kinneging had het bij de VVD gezien toen duidelijk werd dat Bolkesteins missie om de partij van een 'bezielend verband' te voorzien op niets uitliep, sterker nog, het VVD-lid dat het ooit nog waagde het woord 'moraliseren' in de mond te nemen, kon op pek-en-veren rekenen. Kinneging brak met de partij toen de conservatieve liberaal Bolkestein plaats maakte voor de 'surfplank-liberaal' Dijkstal. Hij heeft zijn hoop nu gevestigd op de ChristenUnie.

Deze nieuwe formatie presenteert zich dus op een gunstig moment. Net als ruim honderdvijftig jaar geleden lijkt de tijd rijp voor een 'Reveil tegen de geest der eeuw'.

mailIcon print |