*

 
dossier

Archief

Goede contacten Niod in Belgrado

Cees van der Laan − 10/05/01, 00:00

DEN HAAG - Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) waarschuwt voor te veel optimisme nu de Joegoslavische autoriteiten bereid zijn hun archieven te openen voor het Nederlandse Srebrenica-onderzoek. Onduidelijk is in welke archieven de Niod-onderzoekers mogen snuffelen en in welke staat deze verkeren. ,,Als je honderd meter ongerubriceerd materiaal aantreft, kun je niks beginnen'', zegt woordvoerder Barnouw.

Maar het instituut voelt zich verplicht naar Belgrado af te reizen nu de autoriteiten de archieven willen open stellen. Ook al weet het Niod niet welke dossiers de versnipperaar hebben overleefd. Jarenlang is er aan gewerkt door middel van discreet internationaal diplomatiek overleg, het sturen van Niod-medewerkers die Servo-Kroatisch spreken en het inzetten van goed ingevoerde lokale contactpersonen. Het Niod beschikt inmiddels over uitstekende contacten in de Balkan-regio, waaronder ook in Belgrado.

Het Niod is eerder in 1998-1999 in de Joegoslavische hoofdstad geweest om medewerking te verkrijgen bij zijn onderzoek naar de gang van zaken rond de val van de enclave Srebrenica op 11 juli 1995. Net toen Niod-medewerkers de kringen rond de toenmalige president Milosevic dicht waren genaderd, brak de Kosovo-crisis uit en gingen alle deuren weer op slot. Met het aantreden van Kostunica, waait er een nieuwe wind in Belgrado. Hij verleent medewerking aan internationaal onderzoek om zijn goede wil te tonen. Wat ook geholpen heeft is het in 1999 bekend gemaakte rapport van de Verenigde Naties naar het Srebrenica-drama. Daardoor zijn landen en instellingen meer bereid het Niod te helpen.

In Bosnië zijn de Niod-medewerkers inmiddels kind aan huis. Een groot aantal archieven en documentatiecollecties in zowel Nederland als daarbuiten is inmiddels geraadpleegd. Meer dan 500 direct betrokkenen, getuigen en deskundigen zijn gehoord.

In Nederland heeft kolonel Karremans, destijds commandant van Dutchbat in Srebrenica, veel tijd met het Niod doorgebracht, in totaal bijna twintig dagen. Zijn plaatsvervanger majoor Franken echter nog geen uur. Het Niod heeft ook gesproken met de voormalige VN-afgezant voor Joegoslavië, de Japanner Akashi. Twee belangrijke figuren bij de landmacht zijn niet door het Niod gehoord, brigade-generaal O. van der Wind, wiens naam in vette letters prijkt op het zeer omstreden debriefingsonderzoek van de landmacht en generaal-majoor Warlicht die in 1995 korte tijd waarnemend bevelhebber van de landmacht was.

mailIcon print |