*

 
dossier

Archief

Stille tocht

Annelies Huygen − 18/01/01, 00:00

De eerste keer dat een landelijk politicus meeliep in een stille tocht, was ik hogelijk verbaasd.

Een stille tocht is een protest. Protest van machteloze burgers tegen het noodlot, dat hen overkomt. Protest tegen de overheid, die zich onvoldoende inspant om rampen te voorkomen. Door mee te lopen in de stille tocht protesteren politici tegen hun eigen beleid en hun eigen falen. Ze doen, alsof zij ook slachtoffer zijn, in plaats van medeverantwoordelijk. Dat is vreselijk om te zien. Maar het wordt nog erger als ze -tijdens de tocht- de stilte verbreken om de verontruste mensenmassa te sussen.

De eerste stille tochten betroffen zinloos geweld waarbij jonge mensen omkwamen. De tochten waren, naast een herdenking van de slachtoffers, een protest tegen de plegers van het geweld, en een protest tegen de maatschappij, die zoveel geweld toelaat. Zinloos geweld is geen natuurramp, die over ons komt. De overheid kan het op vele manieren bestrijden. Niet door mee te lopen in een stille tocht, maar door concrete maatregelen. Niet door het gratuite uitzenden van dure spotjes, maar door serieus optreden tegen (klein) geweld.

Dat gebeurt echter niet. Iedereen die beroofd is of in elkaar geslagen, weet dat de politie daarbij niet of nauwelijks in actie komt. Op straat ziet men vrijwel nooit een agent. Dat is alleen anders bij 'risicowedstrijden', die zomaar door de overheid worden toegelaten. Dan is het plotseling mogelijk om een enorme politiemacht in te zetten. Maar zelfs dat is geen garantie tegen straatgeweld. Hoeveel stille tochten zullen nog komen, eer de bestrijding van geweld een 'topprioriteit' wordt?

Daarna kwamen de stille tochten na de grote rampen. De tochten drukten de ontzetting uit, dat het zomaar had kunnen gebeuren. In beginsel is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn eigen fouten, en niet de overheid als controleur. Maar in Enschede was het wel heel gortig. Daar stonden, midden in een woonwijk, bommen in de tuin van een vuurwerkbedrijf. Het toezicht had volledig gefaald. Een daadkrachtige overheid zou handhaving onmiddellijk hebben verheven tot topprioriteit nummer 1.

Maar wat deden de politici? Na een toespraak bij de stille tocht trad het zwijgen pas echt in. Het probleem werd doorgeschoven naar een onafhankelijke commissie. De door de overheid geregisseerde stilte heeft meer dan negen maanden geduurd. Negen maanden verloren tijd.

Nu komen de rapporten. Hoe gek het ook moge klinken: ze bevatten geen nieuwe inzichten over het falen van toezicht. We wisten al lang dat het systeem niet deugt, onder meer door een eindeloze reeks milieuschandalen en door de vuurwerkramp bij Culemborg.

Alle gebreken, die nu uit de rapporten naar boven komen, zijn al eerder uitgebreid beschreven. Zo was het nota bene de overheid zelf, die in de jaren tachtig een officieel gedoogbeleid ontwikkelde, omdat toepassing van haar eigen regels in de praktijk onmogelijk bleek.

Wie er verstand van had, kon alleen maar verbaasd zijn dat er nog zoveel goed ging. Men kreeg respect voor gewetensvolle ambtenaren, die probeerden om alles correct uit te voeren.

Enschede is niet uniek omdat de gemaakte fouten zo bijzonder zijn. Enschede is uniek vanwege de ongelukkige combinatie van reeds lang bekende gebreken, die in dit geval leidden tot een enorme ramp.

De overheid noemt de conclusies uit het rapport 'hard'. Maar wat had ze dan gedacht? Dat alles weer met een sisser zou aflopen? Dat het tijdsverloop de gemoederen zou kalmeren? Dat men na een stille tocht overgaat tot de orde van de dag?

mailIcon print |