AMSTERDAM - Nergens ter wereld fietst zoveel talent rond als in Spanje. De 55ste editie van de Vuelta, die morgen eindigt, wordt meer dan ooit gedomineerd door Spanjaarden. Op de Amerikaan Leipheimer na staan er in de toptien alleen maar Spaanse renners. De eindzege komt terecht bij een van hen: Oscar Sevilla of Angel Casero.
Kelme-renner Sevilla, pas 24 jaar, moet vandaag in de laatste bergrit naar de Alto de Abantos en morgen in de afsluitende tijdrit in Madrid de leiderstrui verdedigen tegenover Festina-kopman Casero, 28 jaar. De marge is nu slechts 25 seconden. Een soortgelijke close finish als in de Ronde van Frankrijk van 1989 ligt in het verschiet. Destijds won Greg Lemond de Tour met acht tellen voorsprong op Laurent Fignon door de tijdrit naar de Champs-Elysées te winnen.
De suprematie van de Spaanse renners komt niet uit de lucht vallen. De laatste edities van de Tour gaven al een armada aan talent te zien, met Beloki, Sevilla, Heras en Rubiera voorop. In de Vuelta hebben zich nog meer gegadigden voor een toekomstige hoofdrol in het grote rondewerk aangediend. Banesto-renner Mercado won een bergrit, staat vierde in het klassement en is pas 23 jaar. Euskaltel-renner Mayo won eerder dit jaar de Alpenklassieker, staat nu tiende en is pas 23.
Volgens Manolo Saiz, ploegleider van ONCE, is deze nieuwe lichting geboren uit het enthousiasme dat ten tijde van Miguel Indurain is ontstaan, in de eerste helft van de jaren negentig. Met Olano en Escartin ziet Saiz Indurain als de 'vader van de kampioenen van de toekomst'. ,,Toen Indurain in het geel reed en Olano in de regenboogtrui is de jeugd gaan dromen.''
Belangrijker dan dromen is de evenwichtige manier waarop er in Spanje -anders dan in Italië- met talent wordt omgegaan. Manolo Saiz noemt het Spaanse amateurwielrennen 'het beste van de wereld'. De grote teams iBanesto, Kelme, ONCE en Euskaltel werken met opleidingsploegen en satellietclubs. Als renners eenmaal beroepsrenner worden, wordt het aantal koersdagen beperkt, soms tot slechts zestig tot zeventig per jaar. Een wielerarts als Geert Leinders van de Rabobank gaf in de Tour al aan, dat uit zijn eigen onderzoek was gebleken dat minder koersen bijna automatisch tot een hoger rendement leidt.
In Spanje is het rondewerk ook ver verheven boven het rijden van eendagskoersen. De wielercultuur wijkt er sterk af van Nederland en België, waar men van renners verlangt dat ze van februari tot oktober in vorm zijn, zowel in klassiekers als in de Tour. In Spanje maakt geen ploeg zich druk om de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix. Banesto en ONCE verschenen daar niet eens aan de start. Zij concentreren zich liever op de etappekoersen in eigen land, in Burgos, Baskenland of Catalonië, waar steevast een tijdrit en bergrit in wordt verreden.
Een ander aspect van het succes is de grote mate van continuïteit. De toonaangevende ploegen maken al jaren deel uit van het peloton en werken vaak al lang met dezelfde kern ploegleiders, begeleiders en renners. ONCE en Banesto al 13 jaar, Kelme zelfs 22 jaar. Daardoor kan men de rust nemen om met ongepolijste renners aan afgewogen loopbaanplanning te doen.
Oud-renner Pedro Delgado meent dat de Spaanse renners nog veel dominanter kunnen worden in Giro, Tour en Vuelta. Als ze de chronische onderschatting van de eigen kwaliteiten maar loslaten en minder opkijken tegen buitenlanders. Delgado, Tourwinnaar in 1988, schreef dat in zijn column in de sportkrant Marca: ,,De reden waarom de Spaanse renners het nu beter doen dan de buitenlanders is dat ze gewoon beter zijn. Alleen het Spaanse minderwaardigheidscomplex weerhoudt hen er vaak van dat te realiseren. In Spanje neigt men er altijd toe dingen negatief te bekijken.''
Veel reden om op te zien naar de buitenlandse vedetten was er de afgelopen drie weken niet. Pantani miste de vorm en motivatie en stapte af, Simoni liet af en toe wat zien maar kon zich niet opladen zoals hij voor de Giro had gedaan, voor oud-winnaar Zülle waren zelfs glooiende heuveltjes te hoog en Virenque miste competitiehardheid voor het hooggebergte, maar toonde wel aan dat hij in vorm komt voor het WK op 14 oktober in Lissabon.
De Spanjaarden hadden ook hun tegenvallers. Olano, in eigen land openlijk beschuldigd van epo-gebruik in het verleden, is geen schim meer van de man die in 1999 de Vuelta won. En wellicht de grootste belofte, Beloki, moest op weg naar het Andorrese skistation Pal huilend het amarillo inleveren en met een virusinfectie later opgeven. Sevilla nam de trui van Beloki over, met in zijn kielzog Casero.
Sevilla, afkomstig uit een dorp bij Albacete en opgeleid bij Kelme, maakte vorig jaar al indruk in de Vuelta als luitenant van eindwinaar Roberto Heras. Dit jaar werd de man met de olijke appelwangen zevende in de Tour, wat hem de witte trui opleverde.
Zijn rivaal Angel Luis Casero komt voort uit het amateurteam van Banesto. Toen hij in 1994 al de Ronde van de Toekomst won, werd hij beschouwd als de man die in de voetsporen kon treden van Indurain. Dat is er nooit uitgekomen. Op het idee gebracht door Lance Armstrong volgde hij de laatste jaren een streng dieet om bergop minder ballast mee te hoeven sjouwen. Zijn gewicht daalde van 74 naar 68 kilo. Dat wierp zijn vruchten af in de vorige Vuelta, waarin hij tweede werd. Nog eens twee kilo lichter dan voorheen begon hij aan deze Ronde van Spanje.
Een rasklimmer is hij niet. Casero is vergelijkbaar met Jan Ullrich, die ook een machtig verzet trapt. Vooral in de Pyreneeën imponeerde Casero. Door de gewichtsafname is hij echter ook spiermassa kwijtgeraakt. Net als Erik Dekker heeft hij ondervonden dat daardoor de kwaliteit van zijn tijdritten is verminderd.
Dat laatste kan morgen beslissend zijn. Casero wordt nog altijd beschouwd als een betere rouleur dan Sevilla, maar in de Vuelta waren de marges in de tijdritten tot dusver minimaal. In totaal werd 73 kilometer tegen de klok gereden en Sevilla had daar alles bij elkaar 20 seconden langer voor nodig dan Casero. In de 44 kilometer lange, tamelijk vlakke tijdrit na de eerste week was het verschil 23 tellen in het voordeel van Casero.
Madrid krijgt morgen een climax waar men in Parijs sinds 1989 alleen van droomt. Casero kan Festina, dat zich terugtrekt uit de wielersport, bij het scheiden van de markt de eerste eindzege in een grote ronde bezorgen, Sevilla kan zijn kandidatuur voor een glansrol in de toekomst met geel omlijsten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.