De goudomrande cartouches met componistennamen in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw zijn echte blikvangers. Niet alleen omdat ze de zaal in twee plechtstatige linten omspannen, maar ook door de opmerkelijke selectie die werd gemaakt voor deze 'galerij der groten'. Zo'n eregalerij past in het tijdperk waarin het Concertgebouw ruim een eeuw geleden werd gebouwd: de concertzaal als muziek-pantheon, waarin de muzen met een eigen altaar konden worden vereerd.
De cartouches geven een interessant tijdsbeeld. Naast de bekende Bach, Beethoven, Mozart en Hündel prijken ook componistennamen als Dopper, Pijper en Diepenbrock. Namen die de meeste muziekliefhebbers niet veel meer zullen zeggen, maar die aan het einde van de negentiende eeuw grote betekenis hadden in het Nederlandse muziekleven. Als er nu zo'n galerij zou worden ontworpen, wie komen er dan in aanmerking? L. Andriessen, Varèse en Stockhausen?
Het lijkt een vreemde vraag, maar er zijn nog twee plaatsjes leeg op de balkonwelvingen in het Concertgebouw. Na de première van 'Risonanza', deze week door het Schönberg Ensemble onder Reinbert de Leeuw, zag ik daar in gedachten de goudkleurige naam Goebajdoelina opduiken. De Tataarse componiste droeg haar nieuwste werk aan De Leeuw op. Hij opende in de jaren tachtig voor haar de deuren naar het westen. Zo droeg de documentaire-serie 'Toonmeesters' zeker bij aan de bekendheid van de diepgelovige componiste.
Dat haar werken zich in een grote belangstelling mogen verheugen, bleek wel uit de volle zaal tijdens het interview voorafgaand aan het concert. Sofia Goebajdoelina legde uit dat het ensemble in 'Risonanza' (resonantie) in twee groepen wordt verdeeld, waarbij de ene helft een fractie lager is gestemd dan normaal. ,,Door die 'ontstemming' functioneert de tweede groep als echo. De melodie gaat als het ware van de ene kamer naar de andere.''
Op het programma stond eveneens 'Descensio' uit 1981. Anders dan dit programmatische werk, dat het neerdalen van de Heilige Geest over de apostelen tot thema heeft, beschouwt Goebajdoelina 'Risonanza' puur als klankexperiment. Niet voor niets verving de componiste de werktitel 'Antifon' voor deze neutralere naam, die alleen naar de noten zelf lijkt te verwijzen.
Toch hadden beide werken eenzelfde, rituele karakter. De bijbelse klaroenstoot waarmee 'Risonanza' zich in de beginmaten verrassend openbaarde, het zalvende barokke voortkabbelende orgel dat als verlosser optrad tussen de ontstemd-strijdende partijen: ze voerden het publiek op een betoverende manier mee in de persoonlijke wereld van de componiste. Een 'sacrale ruimte' noemde Goebajdoelina haar jeugdbeleving van muziek: ,,in deze wereld wilde ik leven.''
Ongeacht de vraag of het klankexperiment geslaagd was of niet, haar complexe taal bleek krachtig genoeg om het publiek in een jubelstemming te brengen. De Grote Zaal was weer even een tempel, het podium een altaar. Wordt het tijd om hogepriesteres Goebajdoelina bij te zetten onder de nog immer lege welving van het balkon? Zo ja: aan welke kant, links of rechts?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.