*

 
dossier

Archief

ZWEEFSTAND

Peter Sierksma − 21/04/01, 00:00

Dat de evangelist Johannes in zijn boek het Woord levend laat worden en de talige God van het Oude Testament als de vleesgeworden Christus verder doet leven, is niet alleen een geweldig mysterie maar ook een troost in verwarde dagen waarin juist woorden meestal ontoereikend zijn. Niet dat we niet veel met woorden kunnen. De inrichting van het land, de wetten, de adviezen, het werk van politici en ambtenaren -of ze kunnen schrijven of niet, het is alles niet denkbaar zonder woorden. Net als de literatuur. Geef mij een woordeloos gedicht of een klankexperiment dat afwijkt van de afgesproken regels en het wordt al moeilijk te verstaan. Ik ken zelfs mensen die zeggen dat zij leven met en van en uit de taal. Als zij niet langer zouden mogen schrijven of voordragen, zou het leven voor hen alle betekenis verliezen. Ze zouden sterven zonder pil, uit wanhoop en verveling.

Lange tijd heb ik gedacht dat het mij ook zo zou vergaan, maar op de een of andere manier geloof ik dat ik het zwijgend ook wel redden zou. Laatst las ik, nee, laatst zag ik wat moois. Ik las een wat onbeholpen regel die gestalte kreeg toen ik zag wie hem geschreven hadden, Han Ebbelaar en Alexandra Radius. De regel stond in een ode aan Hans van Manen en bewoog zo: ,,Jij kunt met je choreografie het onzegbare zichtbaar maken.''

Vorige week woensdag luisterde ik in Utrecht naar Rudi van Dantzig. Hoewel hij ooit een prachtige roman geschreven heeft, worstelde hij openlijk met de expressie van de beweging (en dus van het lichaam) en het getob achter de schrijftafel. Hoever gaat taal? En welke? Het ontroerde me. Ik zou van alles willen laten zien: een aarzelend pasje, een klein handgebaar, contact, en dan die grote sprong. De stilte vooraf, het gewriemel aan een teen, het gegiechel in de bus, het strikken van een veter en, hup, zo de zweefstand in. Maar arabesk of niet, hier houdt het op. Tekort schiet ik, de hoek weer in.

mailIcon print |