*

 
dossier

Archief

Niet alles mag een naam hebben

Jaap de Berg − 23/02/01, 00:00

Waarom worden de commentaren op de voorpagina niet gesigneerd? Waarom staat boven sommige artikelen een naam vermeld, boven andere niet? En waarom verwijst Trouw in zijn berichten zo zelden naar persbureaus?

Het zijn vragen die lezers zo nu en dan opwerpen. Meestal getuigen ze van ongeveinsde belangstelling voor de werkwijze van de redactie en van sympathieke nieuwsgierigheid naar de mensen achter de teksten. In die geest verdienen ze dan ook een antwoord.

Welnu, commentaren oftewel hoofdartikelen worden meestal geschreven door leden van de commentaargroep, wier namen het colofon op deze pagina vermeldt. Dat gebeurt steeds in overleg, en doorgaans in nauw overleg, met de hoofdredactie.

De commentaren zijn naamloos, omdat ze uitdrukking geven aan de mening van de krant. Die strookt niet per se met wat de redactie vindt. Eenstemmigheid komt daar trouwens in controversiële kwesties niet vaak voor. Geen wonder dat op de dagelijkse evaluatievergadering ook het commentaar van die ochtend wel eens aanleiding geeft tot, laten we zeggen, een geanimeerde gedachtewisseling.

Voor het nieuws en de artikelen daaromheen geldt dat werk van eigen redacteuren altijd voorzien wordt van een auteursregel. Dat kan de naam van de schrijver zijn, maar ook een vagere aanduiding als van onze verslaggeefster, van onze sportredactie of van onze correspondent. Achter onze verslaggever of verslaggeefster gaat vrijwel altijd een lid schuil van de nieuwsdienst, ook wel de algemene (binnenlandse) verslaggeverij geheten. Anderen zetten boven hun kopij een verwijzing naar de deelredactie waartoe ze behoren: van onze redactie economie enz.

Of een artikel onder naam verschijnt, hangt af van de inbreng van de auteur. Kopij die iedereen met enige journalistieke vaardigheid en algemene ontwikkeling kan produceren -een willekeurig zakelijk verslag of overzicht- krijgt geen naamregel.

De identiteit van de schrijver wordt pas onthuld, wanneer een tekst een persoonlijk stempel draagt. Een positief stempel welteverstaan, want ongepaste opiniëring en taal- en stijlfouten, hoe persoonlijk getint soms ook, behoren naamsvermelding eerder te belemmeren dan te bevorderen.

Omdat de inhoud in elk geval mede afhangt van de kennis, de specifieke vaardigheid of de aanpak van de schrijver, staat boven analyses, reportages en interviews altijd een naam. Bijzondere kennis van een onderwerp, of ervaring ermee, of de persoonlijke inkleuring ervan kan ook naamsvermelding boven een nieuwsbericht of -artikel rechtvaardigen. Dat geldt in het bijzonder wanneer vele lezers de auteur kennen als specialist op een terrein. Om maar één voorbeeld uit vele te kiezen: een nieuwsstuk over een anti-rookpil wettigt eerder belangstelling wanneer niet onze verslaggever, maar Joop Bouma zich als auteur presenteert.

De reden voor een naamregel kan ook in de aanlevering van een primeur liggen -of in een onvermoede omstandigheid. Wie als verslaggever toevallig meemaakt -het voorbeeld is geheel denkbeeldig- dat een onzer prinsen handgemeen raakt met een paar Hell's angels, zal, wanneer hij daar levendig over rapporteert, niet als onze (anonieme) verslaggever in de krant komen.

De persbureaus, ten slotte. Een verwijzing ernaar is bij binnenlands nieuws overbodig, eenvoudig omdat alle nieuws waarboven een naam of andere aanduiding ontbreekt, letterlijk of in bewerkte vorm afkomstig is van het ANP. Onder andere de redactie buitenland maakt daarnaast gebruik van Agence France Presse, Associated Press en Reuters. De vermelding ervan voegt meestal niets van belang aan een bericht toe.

Er zijn uitzonderingen. Persbureaus kunnen elkaar tegenspreken. Een kan een primeur hebben. In zulke gevallen noemen we de naam wel. Zo ook wanneer een opvallend bericht van persbureau X aan betrouwbaarheid wint, omdat we weten dat dit agentschap in het betreffende land heel goed is ingevoerd.

Uiteraard kunnen de criteria voor naamsvermelding ook opgaan voor medewerkers van persbureaus. Vandaar dat deze week Charles Trenet door Barenda Grutterink (ANP) werd herdacht, in een artikel dat wij niet konden verbeteren.

mailIcon print |