DEN HAAG - Het geschiedenisonderwijs moet niet terug naar de tijd dat leerlingen veel jaartallen, feiten en namen moesten kennen. Dat schrijft een adviescommissie over het geschiedenisonderwijs in haar rapport.
Gisteren nam staatssecretaris Adelmund van onderwijs het rapport in ontvangst. De leerlingen moeten wel een 'historisch besef' krijgen. Belangrijk instrument daarbij wordt de opdeling van de geschiedenis in tien tijdvakken met nieuwe, aansprekende namen. De tijdperken worden zowel gebruikt op de basisschool als in het voortgezet onderwijs.
De adviescommissie onder leiding van de Amsterdamse hoogleraar P. de Rooij had de opdracht 'een minimumpakket aan historische (overzichts)kennis te formuleren'. Maar van een canon met namen, gebeurtenissen en jaartallen die elke scholier zou moeten kennen, heeft de commissie afgezien.
De Rooij benadrukt dat 'van buiten geleerde schoolse kennis' geen garantie is voor historisch besef. De commissie vindt wel dat het huidige geschiedenisonderwijs een veel strakkere chronologische indeling moet krijgen.
De tijdperken zijn uitgewerkt met algemene kenmerken, concrete namen, gebeurtenissen en jaartallen ontbreken. ,,De invulling is aan de leraren'', aldus De Rooij. Alle tijdperken zijn voorzien van een symbool, die eventueel ook bruikbaar zijn in tv-gidsen en musea.
De commissie-De Rooij ging aan het werk nadat de nieuwe examenprogramma's geschiedenis voor havo-vwo enkele jaren geleden werden bedolven onder kritiek. Wetenschappers, journalisten en columnisten vonden de programma's onder meer 'willekeurig' 'modieus' en 'pseudo-academisch'.
Volgens De Rooij heeft de opwinding rond het schoolvak te maken met de Europese eenwording en de multiculturalisering van de samenleving. ,,Men vraagt zich af wat tegen die achtergrond de moeite van het behouden waard is.''
ZIE OOK PAGINA 9 EN DE VERDIEPING, PAGINA 17
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.